*

 
dossier

Archief

Vastgeklonken aan de troon

Willem Breedveld − 26/01/00, 00:00

De commissie-Elzinga heeft vorige week nog eens overtuigend aangetoond dat de lokale democratie rammelt. De gemeenteraad wekt nauwelijks de indruk het volk te vertegenwoordigen, vastgeketend als hij is aan de besognes van het bestuur, wat eindeloos vergaderen met zich meebrengt, overigens zonder dat de raad daarmee ook maar één seconde de indruk wekt veel in de melk te brokkelen te hebben. Gevolg: een complete vervreemding van de burgerij, die in de meeste gemeenten nauwelijks nog de moeite neemt naar de stembus te gaan.

Wat echter nog meer rammelt is dat de 'Staatscommissie dualisme en openbaar bestuur', zoals de commissie-Elzinga officieel heet, er vrijwel niets tegenover heeft kunnen stellen. De commissie zelf was verdeeld, waarmee zij het de politiek wel erg makkelijk maakt om alles gewoon bij het oude te laten. De reacties van geleerde heren overziende (vrouwen houden zich kennelijk niet met staatkunde bezig) is de commissie hopeloos verstrikt geraakt in de door haarzelf opgeroepen tegenstrijdigheden. Bart Tromp sprak geringschattend over een staatkundig bric à brac (Het Parool, 19 januari), Uri Rosenthal, die deel uitmaakte van de commissie-Elzinga, zag voor zich hoe de commissie de democratie aan het verknallen is (Trouw, 22 januari) en Wim Derksen zag tot zijn afgrijzen hoe de commissie zich aansluit bij een lokaal bestuur dat voorgoed tot het verleden behoort (NRC Handelsblad, 24 januari).

Laat ik er één punt tussenuit vissen, de plaats en de betekenis van de burgemeester in de lokale democratie en tevens de enige figuur die burgers nog zien staan. De burgemeester dwingt nog altijd gezag af. De commissie wil dat graag zo houden. Zij vindt daarom dat hij ook in de nieuwe democratie 'eigenstandig' moet blijven. Er is alleen een probleem: de man of vrouw pleegt benoemd te worden door de kroon. Dat nu is uit de tijd. Alleen, hoe los je dat op als je van plan bent ter wille van een beter functioneren van de democratie de raad en het bestuur juist uit elkaar te trekken?

Zowel Van Kemenade (de Volkskrant, 19 januari) als Rosenthal toont overtuigend aan dat de commissie zich op dit punt vergaloppeerd heeft. Een door de kroon benoemde functionaris kan in een dualistische democratie overeind blijven en een heilzame bemiddelende rol spelen. Als gekozen functionaris levert hij zich echter uit aan de raad die hem (wat nu niet kan) op ieder gewenst tijdstip naar huis sturen. Vandaar Rosenthals suggestie: óf je kiest de burgemeester, maar dan ook écht, zoals een president in de VS, die je ook niet zomaar naar huis kunt sturen, óf je blijft hem gewoon benoemen.

Ik moet zeggen: daar zit wat in. In de Nederlandse verhoudingen betekent dat echter dat we gewoon vast blijven zitten aan de benoemde burgemeester. Want er is geen sprake van dat we hier Amerikaanse toestanden zouden willen introduceren. Het vervelende is alleen dat de manier waarop we hier benoemen hemeltergend is. In kleinere gemeenten gaat het nog, daar wordt goed geluisterd naar de aanbevelingen van de raad. Maar in de grote steden is sprake van één grote tombola van de Haagse politieke elite, waar je telkens weer een laffe smaak van in de mond krijgt. Altijd gedoe, altijd trammelant.

Met een variant op Rosenthal zou ik daarom willen voorstellen: als er benoemd moet blijven worden, laten we de burgemeester dan ook echt benoemen. Laten we het dan helemaal overlaten aan koningin Beatrix, hooguit de ruimte latend voor een eerbiedig advies (maar ook niet meer dan dat) van Wim Kok en benoemingsminister Bram Peper (binnenlandse zaken), als haar meest aangewezen dienaren. Dan weten we tenminste zeker dat het gezag van boven komt en niet wordt gedicteerd door een machtsbeluste partijelite.

mailIcon print |