*

 
dossier

Archief

VAK R

Ruud Verdonck − 10/01/00, 00:00

Men kan het Mexicaanse echtpaar Acosta, dat het wereldvolleybal regeert, nou wel gaan beschuldigen van dictatoriaal gedrag, maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat - als het dan zo nodig moet - ik beachvolleybal ook het liefst bezorgd krijg door spetterende dames met zo min mogelijk textiel aan. Dat is nou juist de kern van dat spelletje. Anders moet je die sport op een daartoe geschikte ondergrond blijven doen. Hardzwemmen doe je ook niet in een corduroybroek en met een stokbrood onder de arm, en jeu de boules weer wel. Ik vind mijzelf niet echt een doorgewinterde seksist, maar indien men komt vragen of ik mij als zodanig wil gedragen, dan kan men mij in plaats nachtclubbezoek ook paaien met een potje beachvolleybal voor vrouwen. Strandvolleybal voor mannen vind ik al helemaal niks; echte mannen graven kuilen, vliegeren op het strand of werken aan een bruine kop.

Beachbiljarten? Beachbridge? Beachboogschieten? Sport?

Het is mij nauwelijks een raadsel waarom beachvolleybal op de Olympische Spelen wordt vertoond. Dat is niet vanwege het spel, maar vanwege alle producten die er omheen zwerven. Dat is het belangrijkste kenmerk van dat spel. Ik zie wel dat je aardig moet kunnen volleyballen om op het strand mee te komen, maar het hoeft ook weer niet echt erg goed te zijn. Als de zon maar schijnt. En dan hoort er iets af te leiden. Elk jaar een nieuwe mode, dat verkoopt goed. Dit jaar hebben de Acosta's daarin een bijdrage geleverd.

mailIcon print |