*

 
dossier

Archief

Vrede maakt ook wat banger

Eildert Mulder − 09/02/00, 00:00

Trouw-verslaggever Eildert Mulder is net terug uit Libanon en het Zuid-Libanese frontgebied met Israël. Een reportage kort voordat de Israëlische bommen vielen.

De martelaar oogt erg Europees. Vanaf een groot spandoek kijkt hij neer op het verkeer dat de Zuid-Libanese havenstad Tyrus komt binnenrijden. Hij heeft niets exotisch. Hooguit zit hij voor Europese begrippen wat erg keurig in zijn bruine pak. Een klein brilletje prijkt er op zijn neus.

Hij is gestorven bij een actie van Hezbollah, de Partij van God, tegen de Israëliërs. Vandaar het posthume eerbetoon. En dat hij er zo Europees uitziet is zo vreemd nog niet, want als de Griekse mythologie gelijk heeft is Tyrus de bakermat van Europa. Op het strand bij deze stad vermomde de dol verliefde Griekse oppergod Zeus zich als een stier, om de Foenicische koningsdochter Europa te ontvoeren. Haar kobaltblauwe ogen hadden de chef van de Olympos gek gemaakt.

Europees is ook de voorliefde van nogal wat Hezbollahjongens voor Heineken, al verbiedt hun godsdienst de producten van dat bedrijf. Een van hen, die ik tref in Beiroet, wordt lyrisch als hij hoort over de oude bierfabriek in de Amsterdamse Pijp. Je hoefde daar niet naar het café om dronken te worden, want dat werd je vanzelf al door de geur die dat gebouw verspreidde. ,,Als ik daar zou wonen zou ik een slang door de muur van die fabriek aanleggen en dan kon ik uit de kraan bier drinken', roept hij verrukt.

Eerder op de ochtend heeft een Israëlische helikopter twee raketten afgevuurd op Tyrus, zo meldt de radio. Er is in de stad geen spoor van opwinding. De chauffeur komt uit Beiroet, is voor het eerst van zijn leven in het zuiden van Libanon. In de burgeroorlog heeft hij in Beiroet de vreselijkste dingen meegemaakt, maar in de hoofdstad is het al weer negen jaar vrede. En vrede verandert mensen, maakt ze ook wat banger. Bestuurders van plaatselijke taxi's, die de verbindingen onderhouden met de dorpen, stellen ons gerust.

,,Er is niets aan de hand, je kunt rustig gaan', zeggen ze met een zelfverzekerdheid die nergens op slaat, want wie kan zeggen wat er over een uur gebeurt. Maar wie al dertig jaar in oorlogsomstandigheden leeft, heeft geleerd om af te gaan op intuïtie en schijnzekerheden, want anders kun je beter ophouden.

De chauffeurs krijgen gelijk, want de Israëliërs zullen pas zes dagen later hun verwoestende vergeldingsactie uitvoeren. Dat ooit de harde klap van Israël wel zal komen staat ook voor deze door de wol geverfde commentatoren vast. Daarvoor heeft de tv van Hezbollah teveel sarrende beelden uitgezonden van Israëlische soldaten, die met angstige gezichten patrouilles lopen in het zuiden van Libanon, beschermd door pantservoertuigen. Ook de luid bejubelde liquidatie van Akl Hasjim, tweede man en feitelijk leider van de pro-Israëlische militie SLA, kan Israël niet over zijn kant laten gaan, evenmin als de doden in eigen gelederen.

Maar Israël moet wachten op het einde van de multilaterale besprekingen in Moskou met Arabische landen. En dus rijden we het laatste frontgebied binnen van de vijftigjarige oorlog tussen Israël en de Arabieren. Met hier en daar gerommel op de achtergrond, maar zonder grote operaties. Het is misschien wel het vreemdste frontgebied uit de wereldgeschiedenis.

De Libanezen hebben al een symbool voor hun vlag, de cederboom. Maar als ze nog een symbool willen kiezen voor hun strijd tegen Israël dan komt daarvoor de troffel in aanmerking, misschien nog wel meer dan het geweer. Twintig jaar geleden leerde ik dit gebied kennen, bij het Nederlandse VN-bataljon dat in deze streek gelegerd was. Ik had toen niet kunnen denken dat ik ooit nog eens tussen de dorpen Kana en Haris tweemaal de weg zou moeten vragen. Het blijkt nodig, zoveel huizen zijn er in dit oorlogsgebied bijgebouwd. En zoveel wegen zijn erbij gekomen. De oriëntatie is weg. De Israëliërs krijgen hier nog eens te maken met een stadsguerrilla.

Er zijn normale huizen gebouwd, maar ook kastelen, met soms wel tientallen kamers. Schoongehouden door goedkoop Afrikaans personeel, onder wie als nieuwigheid veel dienstmeisjes uit Ethiopië. De protserige bouwwerken, met soms oprijlanen van een kilometer lang, zijn er neergezet door diamanthandelaars, die hun rijkdommen hebben vergaard in Afrikaanse landen als Angola en Congo. Geen toonbeelden van stabiliteit, en dus kunnen Libanezen, die hun levenlang oorlog hebben meegemaakt, zich daar beter redden dan wie ook. Het is surrealistisch, al die pronkerij in een gebied dat al 30 jaar geen vrede heeft gekend. De kastelen zijn statussymbolen, maar er zit ook een element van verzet in, iets van: hier zijn en blijven we.

De ellende in het zuiden van Libanon begon toen er een einde kwam aan de grote oorlogen tussen Israël en zijn Arabische buren. In 1948, 1956 en vooral 1967 behaalde Israël klinkende overwinningen op zijn buurlanden. Bij de laatste grote oorlog in 1973 liep het anders. Egypte en Syrië verrasten in de eerste dagen het Israëlische leger. Tenslotte won Israël toch, maar de Arabieren hadden bewezen dat de Israëlische militaire suprematie geen natuurwet was.

Maar sindsdien zijn er geen oorlogen van een vergelijkbare omvang meer geweest en dat komt mede door Libanon. Dat land werd een moeras dat zowel Israël als de Arabieren vast zoog. Libanon was goeddeels buiten de grote oorlogen tussen 1948 en 1973 gebleven. Het kon zich daardoor ontwikkelen tot het financiële centrum van de Arabische wereld en ook het toerisme bloeide. Verder werd het land een toevluchtsoord voor politieke opposanten uit de overige Arabische landen, allen harde dictaturen.

Vanaf eind jaren zestig begon Libanon te kraken. Het land zelf kampte met een tegenstelling tussen de vele verschillende godsdienstige groeperingen. Ze kregen ruzie over de machtsverdeling, maar ook over de identiteit en de oriëntatie van het land. Heel schematisch was de vraag: is Libanon een deel van de Arabische wereld, of is het een stukje westerse wereld.

De tegenstellingen werden acuut toen Palestijnse verzetsstrijders eind jaren zestig probeerden vanuit het zuiden van Libanon Israël te bestoken. De Arabische wereld dwong Libanon min of meer dat toe te staan, maar bood geen bescherming tegen de Israëlische vergeldingsacties. Op den duur brak er een geweldige burgeroorlog uit, die in 1975 vol op gang kwam en tot 1990 zou duren. Sinds dat jaar is het in de rest van Libanon rustig, maar in het zuiden ging de strijd door.

Vanaf 1978 houdt Israël daar een smalle strook van enkele kilomers diep bezet. Het houdt een Libanees legertje op de been. De officieren zijn christenen, het voetvolk zijn meestal sji'itische moslims. In het gebied ten noorden van die bezette strook zijn sinds 1978 VN-troepen gelegerd, tot 1984 ook Nederlanders. Sinds ongeveer vijftien jaar is de Hezbollah, gesteund door Syrië en Iran, hier actief. Door dat gebied voert de tocht.

In Haris was het hoofdkwartier van het Nederlandse bataljon gevestigd. In Haris is het niet meer mogelijk te spreken met burgemeester Soelaiman Ahmad, dat prachtige feodale juweel. Nederlandse militairen sloten weddenschappen over de vraag hoe duur zijn Rolexhorloge was, dat nonchalant aan zijn pols bungelde als hij de heg knipte.

De voorlichter van Hezbollah in Beiroet vertelde van zijn droeve einde. Soelaiman Ahmad was een van de pioniers van de Afrikaanse diamanthandel. Destijds had hij het grootste huis van het dorp. Vanaf zijn balkon keek hij uit op de oude dorpskern in de verte. ,,Zoals je ziet dragen mijn dochters geen hoofddoek', zei hij eens. ,,Vrijheid heeft te maken met ontwikkeling. Daar in het dorp dragen de vrouwen wel een doek, en dat is goed want anders werd het een chaos'. ,,Wat stelt die rijkdom van me eigenlijk voor', filosofeerde hij een andere keer. ,,Misschien gaat er nu wel een granaat op weg die mijn huis zal vernietigen'.

Een paar maanden later verwoestte inderdaad zo'n projectiel zijn woning, afgevuurd door het Nederlandse bataljon bij een ongelukkige schietdemonstratie. Maar de echte ramp trof hem vorig jaar. Zijn kinderen had hij naar de Sorbonne of Harvard willen sturen, maar tenslotte kwamen ook die in de Afrikaanse diamanthandel terecht. Bij een opstand hebben ze zijn zoon doodgeschoten. Soelaiman Ahmad is toen weggekwijnd.

Soelaimans huis is allang niet meer het grootste van het dorp, want ook jongeren uit het oude dorp vonden de weg naar Afrika. Soms zijn ze opgegroeid in huisjes met een dak van leem en takken, zonder afscheiding tussen de woonkamer en de stal.

Een bezoek aan een bevriende familie begint ongelukkig. We blijken hen te hebben gestoord in het middaggebed. Na de eerste nijdige reactie is alles vergeven en vergeten. Deze mensen zijn ooit begonnen met een plaatwerken winkeltje voor Nederlandse soldaten. Ze hebben nu een schitterende flat, en even verderop staat al het karkas van een 'kasteel', er neergezet door een van de zonen. Maar bij dit koude weer trekken ze zich toch liever terug in een kleine kamer rondom een potkacheltje, precies de sfeer van hun vroegere huisje.

Nee, zeggen ze, van de oorlogshandelingen hebben ze de afgelopen dagen weinig last gehad. ,,Nou ja, er was wel een luchtaanval', voegen ze er laconiek aan toe. Daarbij ging een van de 'kastelen' eraan. Nog geen kilometer verderop. De Israëlische vliegtuigen hadden maar liefst tien raketten nodig voor die klus. De eigenaar is enige miljoenen dollars kwijt.

Het monument in Kana kun je moeilijk mooi noemen. Indrukwekkend is het wel. Op 18 april 1996 vuurden Israëlische kanonnen een half uur lang hun dodelijke granaten op een VN-post, waar zich honderden vluchtelingen veilig waanden. Er vielen een kleine tweehonderd doden. Op het monument is een oecumenisch gedicht aangebracht. De auteur laat Mohammed de kerkklokken luiden, terwijl Jezus huilt om de omgekomen kinderen.

Terug in Beiroet slaat Hassan vertwijfeld zijn hand tegen zijn hoofd, als hij voor de zoveelste keer blijft steken op de helft van een oud-Arabische ballade. Hij komt uit het zuiden. Halverwege de jaren tachtig hebben de Israëliërs hem gevangengenomen. Hij neemt dat vooral de Amerikaanse bondgenoten van Israël kwalijk, en soms droomt hij ervan dat hij zich met een vliegtuig op het Witte Huis stort. ,,We kunnen niets met die barbaren, hun geschiedenis is maar net tweehonderd jaar oud, wij hebben een beschaving van duizenden jaren. Jullie Europeanen begrijpen ons veel beter'.

Het ergste van dat negenjarige verblijf in de Israëlische gevangenis vond hij zijn geheugenverlies. Vroeger was het ondenkbaar dat hij bleef steken in een gedicht. Zijn hoofd was een schatkamer van cultuur. ,,Er zal wel vrede komen', voorspelt hij. ,,Maar dat wordt een vrede tussen Israël en de Arabische regeerders, je weet wel, dat zootje dictators. Een vrede tussen de volkeren wordt het nooit'.

mailIcon print |