*

 
dossier

Archief

Het opsporen van cocaïne levert meer op

Edwin Koopman − 06/01/00, 00:00

Zwaaiend met een pistool kwamen ze de voorkamer binnen, waar Lidia's broer een kapsalon heeft. ,,We gaan je neerschieten, vuile flikker.'' Hij dacht eerst aan een roofoverval, maar snel werd duidelijk dat dit te maken had met Nederland. ,,We komen het geld halen van de reis van je zus.''

Lidia hoorde het geschreeuw en stond te trillen op haar benen. Dit waren dezelfde lui die haar destijds een mooie baan hadden beloofd in Nederland. Ze wist toen nog niet dat ze in de prostitutie terecht zou komen. Nog minder vermoedde ze dat ze bij terugkomst in Colombia haar leven niet zeker zou zijn.

Ruim anderhalf jaar werkte de 31-jarige Lidia in seksclubs en bordelen, en als straatprostituee in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag. In Den Haag verdiende ze honderdvijftig gulden per dag, maar dat moest ze meteen weer afstaan voor de huur. Duizenden guldens heeft ze betaald, onder dwang, want de bedreigingen begonnen al in Nederland. ,,Ze zeiden dat als ik niet betaalde, ik mijn kinderen in Colombia nooit meer zou zien.''

Lidia is een van de ontelbare vrouwen uit Colombia die hun geluk hebben beproefd in Europa. Voor wie door de armoede geen uitweg meer ziet, klinkt 'werk in Europa' als een lot uit de loterij. In werkelijkheid gaat het vrijwel altijd om prostitutie. Volgens hulporganisaties weet tweederde van de vrouwen dát zij daarin terechtkomen, maar niet onder welke erbarmelijke omstandigheden ze moeten werken.

De meesten keren na een paar jaar terug, uit pure ellende of uitgezet door de politie, maar bijna altijd berooid. Een illusie armer, een schande voor de familie, met 'lasten' in Europa. Dezelfde tussenpersonen die hen een baan beloofden, komen na afloop terug om die schuld te vereffenen.

,,Kijk hier heb je er een'', zegt Christina Agudo van de stichting Esperanza, een Nederlands-Colombiaanse organisatie die strijdt tegen vrouwenhandel. Ze wijst op een piepkleine advertentie in een Colombiaanse krant. Ze zoeken 'jonge, goed opgevoede' vrouwen voor werk in Europa. Ronselaars met serieus ogende bureautjes adverteren met snelle rijkdom. Volgens Agudo behoort Nederland, met Spanje en Japan, tot de belangrijkste landen voor vrouwenhandelaars. Nederland zou enkele duizenden illegale Colombiaanse prostituees tellen.

,,De tussenpersonen weten alles van ze: adres, telefoonnummer, familieomstandigheden'', zegt Brigitte de Bruin op het Amsterdamse kantoor van Esperanza. ,,Ze houden contact met elkaar via de telefoon en zetten zo de vrouwen onder druk. We kennen iemand die van haar pooier in Amsterdam te horen kreeg wat voor jurkje haar dochter in Colombia die dag droeg op weg naar school'', zegt De Bruin.

De vrouwen zijn volledig afhankelijk. Ze spreken de taal niet, papieren worden in beslag genomen en hen wordt wijsgemaakt dat er nog een rekening staat voor de vliegreis en de huur van het peeskamertje. De 'schulden' lopen op tot tienduizenden guldens. Wie wegloopt kan bij terugkomst in Colombia rekenen op bezoek.

Zoals Leticia. Ze was nog maar amper terug in haar woonplaats Cali, in het westen van Colombia, of de telefoon ging. ,,Tel jij je kinderen maar'', kreeg ze te horen. Volledig overstuur was ze weggelopen uit een hoerenkast op de Amsterdamse wallen en liet een flinke 'schuld' achter. ,,Wat ben jij voor een slet?'', had de bordeelhoudster geroepen toen ze seks met klanten weigerde. ,,Je hebt ons handen vol met geld gekost, dus nu zul je werken ook.''

Volgens woordvoerder K. Wilting van de Amsterdamse politie zijn vrouwen bang aangifte te doen. ,,Behalve de schaamte en het taalprobleem zijn de vrouwen zeer angstig, want ze zijn volledig in de macht van de criminele organisatie.'' Wilting telt tien tot vijftien aangiftes per jaar, zijn collega in Den Haag 'een tiental'. Na aangifte mag een vrouw in Nederland blijven zolang het onderzoek loopt. Daarna wordt ze bedankt voor de medewerking en moet ze alsnog vertrekken. ,,Tijdens het proces krijgt ze bescherming, totdat de vrouwenhandelaar is veroordeeld'', zegt Wilting. ,,Het is moeilijk te zeggen hoe ver onze verantwoordelijkheid strekt voor de veiligheid als iemand teruggaat. Gevoelsmatig zeg ik: je zou moeten nagaan of een vrouw in haar eigen land gevaar loopt.''

,,Iemand honderd procent bescherming geven is een vooralsnog een utopie'', zegt Rob Coster, projectleider prostitutie van de politie Haaglanden. Laat staan als het gaat om veiligheid na terugkeer. Hij pleit voor internationale samenwerking tussen politiekorpsen uit de betrokken landen.

Voor veel vrouwen is bescherming in Nederland de enige uitweg, want op de Colombiaanse politie hoeven zij niet te rekenen. ,,We kunnen weinig voor ze doen'', zegt een rechercheur van de veiligheidspolitie in Cali op voorwaarde van anonimiteit. Hij heeft wel wat anders aan zijn hoofd. Cali is niet alleen het centrum voor vrouwenhandel, maar ook het toneel van massa-ontvoeringen en bomaanslagen, én de thuisbasis van de drugsmaffia. Een jaar is hij bezig geweest met een aangifte van vrouwenhandel, maar het heeft niets opgeleverd. ,,Ook wij worden afgerekend op onze resultaten. Het opsporen van cocaïne levert meer op.''

mailIcon print |