In een democratie hoeft men gelukkig niet 'deskundig' te zijn om zich in het politieke debat te mogen mengen. Betrokkenheid is genoeg. Vervolgens blijkt wel of de gehanteerde argumenten hout snijden. In een democratie staat het ook iedereen vrij om zich als individu dan wel als groep te manifesteren. Als club van gelijkgezinden of als beroepsgroep bijvoorbeeld. Wanneer ook verpleegkundigen, schoolmeesters en artsen 'voor Vietnam' zijn, waarom zouden postbodes, schoonmakers en conducteurs dan achterblijven?
Ik heb op zich dus niets tegen schrijvers die gezamenlijk voor een parlementaire enquête inzake Srebrenica pleiten. Enkele jaren geleden al heb ik datzelfde pleidooi gevoerd. Toch was ik enigszins op mijn hoede toen ik in de krant over het initiatief las, precies omdat het om schrijvers ging. In tegenstelling tot wat sommigen van hen menen, beschikken schrijvers niet over een bijzonder gevoel voor rechtvaardigheid, noch over groot politiek inzicht, moed of fatsoen. Er zijn schrijvers in alle soorten en maten. In zeer veel gevallen houden schrijvers er verwerpelijke politieke inzichten op na. Het Servisch nationalisme is opgestookt door een groot aantal Servische schrijvers. Vaak ook kruipen schrijvers op de schoot van de macht. Harry Mulisch was een enthousiaste aanhanger van Fidel Castro, totdat het tij van de geschiedenis keerde natuurlijk. Voor een onderduikadres bel ik dus niet blindelings aan bij iemand die onder zijn naambordje het predikaat 'schrijver' heeft gemonteerd.
Hoe staat het nu met het schrijverspleidooi voor een parlementaire enquête? Het treurige is dat zij eigenlijk de noodzaak voor zoiets ondermijnen. Zij kennen de uitslag eigenlijk al. Schuld en verantwoordelijkheden staan voor Giphart en de zijnen vast. Precies daarom kunnen zij van de Nederlandse regering eisen dat er verontschuldigingen worden aangeboden en dat de schuldigen worden gestraft ('consequenties worden verbonden aan de uitkomst van de enquête'). Bovendien formuleren zij een centrale vraag die per definitie niet te beantwoorden is door historisch onderzoek: had Dutchbat niet meer kunnen en moeten om mensenlevens te redden? Had Nederland moeten doorvechten na het bombardement op Rotterdam in 1940? Misschien zou de Duitse Blitzkrieg dan zijn vastgelopen en zou er van de Endlösung geen sprake zijn geweest. Had Nederland België in augustus 1914 te hulp moeten komen toen de Duitsers aanvielen? Misschien zou de Eerste Wereldoorlog dan inderdaad al met Kerstmis afgelopen zijn geweest. Dergelijke vragen weerspiegelen onze wanhoop over wát er gebeurd is, maar leren ons niets over het waarom.
Het krakkemikkige karakter van het schrijverspleidooi doet natuurlijk niets af aan de urgentie van de parlementaire enquête. Overigens begin ik zelf enigszins te aarzelen. Niet aan het instrument van de enquête zelf, maar aan de kwaliteit en integriteit, het hoge woord moet er maar uit, van de mensen die dat instrument moeten hanteren. In de besluitvorming rond de uitzending naar Srebrenica is de Tweede Kamer geen onpartijdige buitenstaander, maar initiatiefnemer en aanjager geweest. De geschiedenis na het debacle kan ook gelezen worden als een voortdurende poging van de parlementariërs om de eigen verantwoordelijkheid te ontlopen. De commissie-Bakker was wat dit betreft een kenmerkend dieptepunt. De indiener van de cruciale kamermotie werd niet eens gehoord.
Een parlementaire enquête ja, maar niet door parlementariërs. Een dilemma waarvoor het staatsrecht geen oplossing biedt. Misschien moeten we toch gaan denken aan een soort burgertribunaal dat op basis van al het beschikbare materiaal publiekelijk een politiek oordeel velt.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.