*

 
dossier

Archief

Welvaart maar meer honger

Bert van Panhuis − 08/02/00, 00:00

Het gaat goed met de Verenigde Staten, heel goed. De groei van de economie is niet te stuiten. Maar ook de armoede neemt toe. Een reportage en een analyse

Het pakhuis aan Bostons Atkinson Street is permanent gevuld met levensmiddelen. De dozen met cornflakes staan metershoog opgestapeld. Net als die met blikgroenten. In de hoek met bederfelijke produkten staan de kisten met bananen en andere fruitsoorten. In de vriesruimte slaat de damp van de verpakte broden. Het is net een opslagruimte van Stop & Shop, een van de Amerikaanse dochters van het Nederlandse Ahold-concern.

Sterker nog, veel van de artikelen komen uit het assortiment van Stop & Shop. En ze vinden elke maand via tussenpersonen hun weg naar ruim een half miljoen klanten. Alleen rinkelt er zelden een kassa. En er worden geen airmiles verstrekt. Als er zegeltjes over de toonbank gaan dan worden ze door de klant gegeven. In de vorm van 'food stamps'.

De klanten zijn moeders, gehuwd, alleenstaand, veelal met kinderen. Of bejaarden, daklozen, psychisch gestoorden, jongeren, drugsverslaafden, ex-gedetineerden. Het permanent gevulde pakhuis aan Bostons Atkinson Street behoort toe aan de Greater Boston Food Bank, de grootste leverancier van hulpgoederen aan de arme bewoners van Amerika's noordoosten.

Terwijl de Verenigde Staten vorige week het record hebben gebroken van de langste aaneengesloten periode van welvaart worden aan de andere kant van de samenleving ook grenzen overschreden: meer hulp, meer zorg, meer armoede, meer honger, meer dakloosheid. Rapporten van de afgelopen maanden spreken boekdelen. Dat van het Centrum voor honger en armoede van de Bostonse Turfts-universiteit stelt vast dat dertig miljoen Amerikanen er elke dag niet zeker zijn van een ontbijt, een lunch of een avondmaaltijd. Van die dertig miljoen is bijna eenderde kind. In vier jaar tijd zijn die aantallen niet verminderd.

Een studie van de organisatie van Amerikaanse burgemeesters meldt dat sinds 1992 de vraag bij hulporganisaties naar voedsel met 18 procent is gestegen. En de vraag naar noodhuisvesting steeg met 12 procent. In de overgrote meerderheid van de 26 onderzochte steden is de trend hetzelfde: meer honger, meer dakloosheid. Een derde analyse, die van het Washingtonse onderzoekbureau Urban Institute, stelt dat binnen de periode van een jaar 3,5 miljoen Amerikanen - onder wie 1,35 miljoen kinderen - enige tijd geen dak boven hun hoofd zullen hebben.

,,Wij Amerikanen zijn er bedreven in geworden het hongerprobleem te beheersen. Het Congres heeft het aantal mensen dat een beroep op de bijstand doet door verandering van de wetgeving met 27 procent teruggedrongen. Maar de particuliere organisaties die voedsel verstrekken hebben de vraag zien toenemen. De politiek vindt het prima dat de liefdadigheid het probleem van de honger heeft overgenomen'', zegt Catherine D'Amato, hoofd van de Greater Boston Food Bank. ,,Maar honger is een gevolg van armoede. En dat is weer een gevolg van een loonbeleid en een woningbouw - en huisvestingsbeleid.''

D'Amato's foodbank is een klein bedrijf; ze staat aan het hoofd van een staf van veertig mensen. Daarnaast heeft ze vierduizend vrijwilligers. Over heel Amerika zijn er een kleine honderd van dergelijke voedselbanken. Wekelijks gaat er in Boston zo'n 200 000 kilo voedsel haar pakhuis uit naar een kleine duizend organisaties die de hulp uitdelen.

Het is een uur of vier in de middag en op de stoep van de gaarkeuken aan Nashua's Chestnut Street staan een stuk of vijftien daklozen - meest mannen, een enkele vrouw - te blauwbekken tot ze naar binnen mogen. Als de deur opengaat stormt iedereen meteen op de toonbank af, waar twee vrijwilligers van de baptistengemeente de plateautjes volscheppen met een maaltijd. Een paar plakken kip, aardappelpuree en een mengsel van boontjes, worteltjes en erwtjes. Plus natuurlijk een toetje: een stuk appeltaart of cake met groen glazuur. Aan de tafeltjes wordt na goedkeurend gemompel het eten tussen de veelal haveloze snorren en baarden gewerkt.

Eileen Brady, de sociaal werkster van de Nashua Soup Kitchen & Shelter, schudt handen en stelt de verslaggever aan enkele van de vaste klanten voor. De ogen gaan glinsteren bij deze belangstelling. Journalisten zijn welkom in het gebouw van de NSK & S in deze met 80 000 inwoners op een na grootste stad van de staat New Hampshire. Het is de tijd van de voorverkiezingen en dus, zegt directeur Lisa Christie, hangen de presidentskandidaten aan de telefoon met het verzoek om op de foto te mogen met daklozen. Schamperend zegt Christie dat ze nul op rekest krijgen. Omdat haar organisatie zich niet met partijpolitiek inlaat. En omdat het bij de kandidaten nimmer tot daden komt die haar klanten ten goede komen.

Brady vertelt met ingehouden cynisme hoe met name het sociale beleid van de republikeinse president Ronald Reagan het fundament heeft gelegd voor het werk van de gaarkeuken en het opvanghuis in Nashua. ,,We spreken onderling meestal van Ronalds restaurant en Reagans hotel.''

Het afgelopen jaar is een kleine tienduizend keer onderdak verleend aan mensen, die hun huis uitmoesten omdat de huur niet meer te betalen was. Want Nashua heeft nauwelijks betaalbare huurwoningen meer en veel van de klanten van Brady en Christie verdienen minder dan het Amerikaanse minimumloon van twaalf gulden per uur. Een dikke duizend manden met eten zijn in 1999 door NSK & S gevuld. Op de tafels in het gebouw staan de dozen met voedsel; een vrouw in een trainingspak wijst wat producten aan die haar gezin wel kan gebruiken.

,,Vijftien jaar doen we deze studies al en de uitkomsten blijven hetzelfde. Het is een tragedie'', zucht Peter Clavelle, burgemeester van Vermont grootste stad Burlington. Hij is de opsteller van het rapport van de Amerikaanse burgemeesters over de honger en de dakloosheid in hun steden. Vermont, in het uiterste noordoosten van de VS, is de op een na dunst bevolkte van de vijftig staten en Burlington telt nog geen 40 000 inwoners.

Zelfs in zijn eigen vooruitstrevende Burlington kijkt Clavelle aan tegen een verviervoudiging in vier jaar van het aantal verzoeken om voedsel en behuizing. ,,Veel van de mensen die er om komen vragen zijn niet eens werkloos. Ze worden zo slecht betaald dat ze de hoge huren niet meer kunnen betalen. De economie groeit ook hier in het noorden van Vermont. Maar met die toename van de werkgelegenheid stijgt ook de vraag naar huizen'', legt Clavelle uit. ,,En daar wreekt zich het beleid van de jaren dat Reagan president was en er niet aan sociale woningbouw werd gedaan. Willen we aan de vraag kunnen voldoen dan moeten jaarlijks in de VS 400 000 huizen worden gebouwd voor de laagstbetaalden.''

,,We moeten naar lonen, waarvan je kunt leven'', zegt de burgemeester. ,,De minimumlonen zijn een begin, maar het is bij lange na niet voldoende. En er moet grootscheeps in betaalbare huizen worden geïnvesteerd.'' ,,Waarom wordt er zoveel geld beschikbaar gesteld voor het bouwen van gevangenissen?'' vraagt Eileen Brady. ,,Laten ze liever het probleem bij de wortel aanpakken. Onlangs sprak ik een man die uit de gevangenis was ontslagen. Het enige geld dat hij had was het restant van wat hij had gekregen voor de bus. Nog een voorbeeld. We hebben hier een gezin dat met twee kinderen een tweekamerwoning heeft. Laatst zijn daar nog een zuster met haar man en vier kinderen bij ingetrokken. Dat is vragen om een ramp.''

,,Huizen, die betaalbaar zijn en banen met lonen, waarvan te leven is'', zegt Catherine D'Amato, ,,dat is de eerste vereiste.'' Aan voedsel is wel te komen. Maar goedkope woningen, dat ligt veel moeilijker. Het schenken van voedsel geeft je een goed image, maar wie bouwt er woningen voor de laagstbetaalden? Wonen hier in het noordoosten is heel duur. In de buitenwijk van Boston waar ik woon kost een huis gemiddeld 1,4 miljoen gulden. Niet te betalen voor iemand als ik. Maar zelfs de gemiddelde prijs in de staat Massachusetts van vijf ton voor een woning is voor veel mensen onhaalbaar. Maar waar het wonen goedkoop is zijn weer geen banen.''

mailIcon print |