*

 
dossier

Archief

Plantage Frederiksdorp

Clark Accord − 05/01/00, 00:00

Schrijver Clark Accord is voor enige tijd in Suriname. Hij schetst het dagelijks leven in zijn door economische chaos geteisterde land. Iedere woensdag, in de Verdieping.

,,Mijn vader kocht het vijfentwintig jaar geleden, net na de onafhankelijkheid.' Trots staat Marcel Hegemeyer op de gerestaureerde sluis. Zijn opvallend lichte ogen glanzen helder, zijn spitse Europese neus geeft zijn gezicht iets aparts. Naast hem staat zijn Hindoestaanse moeder, met een glimlach op haar gezicht kijkt ze hem trots aan. ,,We gebruiken hetzelfde afwateringssysteem als driehonderd jaar geleden. Als het toen goed werkte, moet het nu ook werken.'

Hij gebaart in de richting van de trens, die als een geel lint over het land ligt. ,,In die richting is het vijfentwintig kilometer. Links en rechts van de sluis loopt het driehonderd meter door.' ,,Is de plantage zó groot?' Apana's ogen staan groot van ongeloof. ,,Hoeveel slaven werkten er dan op de plantage?' ,,Honderd.'

,,Honderd?'

,,Frederiksdorp is een van de grotere plantages aan de Suriname-rivier en eigendom geweest van de Duitser Frederik Knuffel.' Met onverholen trots kijkt Marcel de groep rond.

,,Er was zelfs een hospitaal op de plantage voor de slaven en contractarbeiders. Loop even mee, dan laat ik het doktershuis zien. Het staat er nog.'

Terwijl mijn DKNY-gympen diep wegzakken in de zompige grond van de dijk, vraag ik mij af hoeveel slaven door de jaren heen deze zelfde route hebben gelopen.

,,Dit was het doktershuis.' Het tussen manshoog gras staande houten gebouw verkeert nog in goede staat. Rondom het huis loopt een veranda. De oorspronkelijk witte kleur is door zon en regen vaal geworden. Hier en daar hangen de groene houten jaloezieën scheef in hun sponningen. ,,Het is op stenen palen gebouwd. Vroeger liep het hier wel eens onder water. Achter het huis stond het hospitaal. Het bestond uit drie verdiepingen, wat heel uitzonderlijk is voor die tijd. Bouwen in de hoogte, zonder gebrek aan ruimte.'

,,Gingen ze dan niet naar een winti-dokter?', vraagt Mark, een Nederlandse fotograaf die met zijn Surinaamse vrouw voor het eerst in Suriname is. ,,Bonumang, bedoel je!', verbetert zij hem kordaat.

We lopen inmiddels verder over de dijk en naderen een groep huizen rondom een vierkant plein. Ze doen surrealistisch aan in de groene organische omgeving. Op de gevel van het middelste huis prijkt een in hout uitgesneden monogram. ,,Dat was het huis van de commissaris. Hier was een politiepost. Links voorin zie je de gevangenis en in het midden zie je de contouren van de oude waterput. Het is kort voor de afschaffing van slavernij in 1863 gebouwd en deed dienst tot aan de onafhankelijkheid in 1975. Na de emancipatie in 1863 mochten de plantage-eigenaren hun slaven niet meer zelf straffen. Dus werden ze hiernaartoe gebracht.'

,,En dit alles is jullie eigendom?'

,,Natuurlijk! We hebben er wel met de staat over moeten procederen. Deze ging ervan uit dat het zijn bezit was. Nu gaan we alles in oorspronkelijke staat herstellen. Dit moet een plek worden waar mensen uit de stad vakantie houden. Het binnenland is te duur.'

,,Waar halen jullie het geld vandaan?', vraagt Olivia, de vrouw van Mark.

,,Mijn vader is in Nederland op zoek naar fondsen.' Met een weids armgebaar wijst Marcel om zich heen. ,,Zie je, los van de natuur is alles wat je hier ziet, net als de tachtigjarige oorlog, onderdeel van de Nederlandse geschiedenis. Kun je je voorstellen hoe bijzonder het moet zijn een echte slavenplantage in originele staat te zien?'

Terwijl we teruglopen in de richting van het grote herenhuis waait de wind uit de richting van de rivier. De rauwe modderige lucht vult mijn longen.

mailIcon print |