In het New Yorkse staatsziekenhuis op Roosevelt Island hebben verlamde patiënten zich samen met studenten op de literatuur gestort. Het schrijven van gedichten is meer dan afleiding of kunst. Letter voor letter ontsnappen zij uit hun lichaam.
Het is weer donderdagmiddag. In een zaaltje van het Coler-Goldwater Memorial ziekenhuis in New York verzamelt zich een zonderling groepje mensen. Een grijzende dame met grote handen schuifelt langzaam door de ruimte. Vanessa Cole zit al een tijdje te wachten. Bewegingsloos, haar hoofd naar het plafond gericht, leunt ze achterover in haar rolstoel.
Yi Kwok Mui, een Aziatische man van in de dertig, schrijft met de nodige inspanning iets op papier, een gedichtenbundel van Robert Frost ligt naast hem op het tafeltje. De bejaarde Elizabeth Lewis wordt net binnengereden. Een tandenloze glimlach verraadt hoezeer ze zich verheugt. Het is weer tijd voor poëzie.
Coler-Goldwater Memorial is het staatsziekenhuis op Roosevelt Island. Jarenlang werden er zieken, gekken en misdadigers afgezonderd op dit kleine eiland tussen Manhattan en Queens. In 1832 opende het New York City Hospital zijn deuren en een paar jaar later werd de bouw van een gekkenhuis voltooid.
De schrijver Charles Dickens bracht er ooit, in 1843, een bezoekje aan. Vol afschuw schreef hij: ,,De afstotelijke groep mensen die de hallen en galerijen vult, bezorgde mij zo'n angst dat ik mijn verblijf zo kort mogelijk heb gehouden. Ik zag ervan af het gedeelte van het gebouw te bezoeken waar de grootste agressievelingen worden bedwongen''. Dickens moest indertijd nog met een bootje naar het eiland varen. Tegenwoordig is het te bereiken met de metro of de kabelbaan hoog boven de East River.
Coler-Goldwater biedt onderdak aan zo'n tweeduizend patiënten. De meesten zijn chronisch ziek of gehandicapt. Een select gezelschap onder hen heeft de kans wekelijks deel te nemen aan een bijzonder project. Het zaaltje waar elke donderdagmiddag een aantal mensen bijeen komt, is de verzamelplek van een groep gedeeltelijk of volledig verlamde patiënten die samen met een aantal literatuurstudenten van de universiteit van New York gedichten en korte verhalen schrijft. De 'Golden Writers' heten ze.
Dit project ging van start onder leiding van Sharon Olds, een dichteres uit New York die voor haar werk een aantal prestigieuze prijzen won en van wie recentelijk de dichtbundel 'Blood, Tin, Straw' verscheen. In 1984 was zij benaderd door Very Special Arts, een internationale organisatie ter promotie van kunst in ziekenhuizen. Oprichtster Jean Kennedy Smith, zus van oud-president John F. Kennedy en tot voor kort ambassadrice van Ierland, vroeg haar om acht weken lang een poëziecursus te verzorgen op Goldwater. Eenmaal begonnen, kon Olds niet meer stoppen. Ze betrok de universiteit van New York bij het project en sindsdien inspireren jaarlijks zo'n acht doctoraalstudenten de patiënten tot schrijven.
Drie studenten staan voor de kring van patiënten, met de gebundelde verhalen van Ovidius in de hand. Vanessa zit nog steeds roerloos. Elizabeth straalt, haar handen zijn in een permanente verkramping naar buiten omgevouwen tot kleine vogelnestjes. Als David begint met voorlezen rolt Margaret haar stoel tot aan zijn tenen. Het thema is de metamorfose. David leest over de mooie Daphne die door een wellustige Apollo achterna wordt gezeten totdat zij, na herhaaldelijke smeekbedes aan haar vader, verandert in een laurierboom, onaantastbaar voor de amoureuze grillen van de god der schone kunsten.
,,Het gaat er dus om dat iets in iets anders verandert'', verduidelijkt hij zijn toehoorders. Iedereen knikt aandachtig, behalve Vanessa en de in zichzelf verzonken Kwok. Ze gaan aan de slag. Heel langzaam komt er iets van leven in Vanessa. Voordat ze een beroerte kreeg, was ze werkzaam als verpleegster. Nu heeft ze haar spraak verloren en kan alleen nog haar linkervoet bewegen. Jennifer, haar vaste begeleidster, houdt een doorschijnend vel omhoog waarop het alfabet staat. Onder zwaar gesteun en met de nodige rustpauzes wijst Vanessa met haar tenen een voor een de letters aan:
Z-O-A-L-S-I-K-V-R-O-E-G-E-R-W-A-S
,,Wat bedoel je?'', vraagt Jennifer. ,,Is dit de titel van je gedicht?'' Rustig gaat Vanessa's voet richting -Y- van Yes. ,,O.k. Dan kunnen we nu beginnen met de eerste zin.'' Weer schuift haar voet tergend langzaam over het alfabet en vormen ogenschijnlijk willekeurige letters een begrijpelijke zin:
I-K-W-I-L-N-I-E-U-W-L-E-V-E-N-B-R-E-N-G-E-N-E-N-B-E-H-O-E-D-E-N-I-N-E-E-N-G-E-Z-O-N-D-E-W-E-R-E-L-D
,,Is dat wat je zou doen als je weer gezond zou zijn?'', informeert Jennifer onvermoeibaar.
-Y-
George Schuette typt ondertussen met een enkele vinger een compleet gedicht op een klein toetsenbordje dat aan zijn rolstoel zit gemonteerd. Op zijn veertigste raakte hij verlamd. Vanwege zuurstofgebrek kan hij nauwelijks meer spreken. Al negen jaar schrijft hij gedichten ,,want'', typt hij na de les, ,,op die manier kan ik het beste mijn gevoelens uiten''. Wanneer iedereen klaar is met schrijven worden de resultaten een voor een voorgelezen. De studente die met George samenwerkt leest:
Steen
Ik rol wat rond, word gegooid, word geschopt
Altijd in beweging in deze grote wereld
Waarom, vraag ik vraag me af, waarom,
want stenen huilen niet
Maar als ik een steen was
zou je tranen zien
Van angst en eenzaamheid ben ik gemaakt
Van haat en jaloezie
ik zat al op de punt van de naald
toen ik dat zag
Glad is mijn huid
Maar hard
door al dat rollen
Een klein applausje gaat op. Elizabeth Lewis wil klappen, maar ze kan met haar handen nog geen pen vasthouden. Vroeger was ze missionaris, maar sinds ze gedeeltelijk verlamd is kan ze nog maar slecht spreken en niet meer lopen. Haar conditie lijkt echter haar eeuwig zonnige humeur niet te hebben aangetast. Haar proza is licht en grappig en wanneer de groep een week later bijeenkomt om over 'geur' te schrijven, zijn de laatste zinnen van haar gedicht:
Iedereen kijkt op als ik binnenkom
'Daar is mevrouw Lewis' zeggen ze
want ik ruik lekker
net zo lekker als een miljoen dollar
Iedere week zit in de hoek van het lokaal een jonge zwarte vrouw in een rolstoel. Ze heeft een enorm pilotenjack aan, het haar in de krultang gezet en met lak omhooggespoten. Haar naam is Ruth Jones en ze wil absoluut niet schrijven. Ze legt uit dat ze hier is voor James en wijst op een blinde man die in gesprek is met een van de studenten. ,,Hij wordt mijn echtgenoot'', lacht ze verlegen. ,,Wij zijn hier in het ziekenhuis verliefd geworden.'' James Roscoe jr. was ooit portier en liftbediende in Manhattan. In 1995 kreeg hij last van zijn ogen. Hij bleek glaucoom te hebben. Zijn netvlies verslechterde met de dag en een operatie bleef zonder succes. De wereld werd langzamerhand zo zwart dat hij naar Goldwater moest vertrekken omdat hij niet meer voor zichzelf kon zorgen. Daar ontmoette hij Ruth.
Zij begreep hem, vooral wat het betekent om slecht te kunnen zien. Zelf is ze blind aan één oog. ,,Mijn voormalige vriend was erg gewelddadig'', vertelt ze. ,,Op een avond was hij hamburgers aan het bakken. We kregen ruzie. Ik was zwanger en wilde het kind houden. Hij wilde een abortus. Ik rende huilend het huis uit en zei dat ik de politie ging bellen. Toen kwam hij achter me aan en schreeuwde: ik zal je een reden geven om de politie te bellen. Hij wilde me met een mes in mijn buik steken. Ik dook ineen en toen stak hij per ongeluk mijn oog uit.''
Toen Ruth er een paar jaar later achter kwam dat ze aids had, volgde een zenuwinzinking. Weken wist ze niets meer. Eenmaal in het ziekenhuis had ze geen idee hoe ze daar terecht was gekomen. ,,James hielp me'', fluistert ze. ,,Hij gaf me het gevoel dat ik speciaal ben. Ik ben zo blij, maar soms ook bang. Ik wil niet te gelukkig zijn, want voorheen ging altijd alles fout.''
Sinds twee jaar schrijft James proza en poëzie. ,,Het houdt me geestelijk gezond'', legt hij uit. Afgelopen mei schreef hij voor Ruth het gedicht My Baby Girl (Mijn schatje). Hij las het voor in de klas, ging vervolgens op zijn knieën en vroeg haar ten huwelijk. Ruth zei 'ja'.
Mijn schatje komt de kamer in
's ochtends als ik slaap
streelt mijn voet, wekt me zachtjes.
Die streling sijpelt door naar boven
langs mijn dijen over mijn buik
over mijn borst, mijn hoofd. Zacht
gaan mijn ogen open, goede morgen
Echt waar.
Daar is mijn schatje.
Ik loop de gang door naar het dagverblijf
en loop zomaar iemand in de armen
het is mijn schatje.
Het gevoel dat ik krijg van mijn schatje,
niet uit te leggen, niet te geloven.
Mijn schatje is een meter tachtig, en 130 kilo.
Een en al schatje.
Maar dan ik:
ik ben een meter zeventig en 75 kilo
ik moet geen ruzie krijgen met mijn schatje
Mijn schatje zegt dat ze veel van me houdt
maar alles goed en wel, zodra ze weg is
vertrouw ik haar voor geen cent.
Is het haar verleden? Of is het de tijd
dat ze me jaloers maakte met een andere man.
Maar toch, elke keer
als ik naar haar uitkijk
en ik haar weer zie
is ze gewoon
mijn schatje.
Sharon Olds, die niet meer actief deelneemt aan het Goldwater-project, was aanwezig de middag dat James zijn gedicht voordroeg: ,,Ik ben altijd onder de indruk geweest van de kwaliteit van de gedichten en de verhalen. De mensen hier zijn zo eenzaam en vaak letterlijk opgesloten in hun lichaam dat er enorm veel uitkomt. Het zijn de geestigste personen die ik ooit heb ontmoet en ze zijn zo volwassen. Toen ik hier vijftien jaar geleden mee begon, realiseerde ik mij al snel dat het project na acht weken niet kon ophouden. De patiënten in Goldwater kunnen nergens naar toe. Het is in Amerika onbetaalbaar om thuis te worden verzorgd als je verlamd of zwaar invalide bent. De meeste mensen zitten hier voorgoed vast. Ze kunnen zelf niet naar culturele evenementen gaan. Daarom moet de poëzie naar hen toe komen.''
Dat blijkt lang niet altijd eenvoudig. Via donaties kan het Goldwater-project stand houden. Ieder jaar moet er in de lente opnieuw een openbare lezing worden gehouden om geld in te zamelen. Een hoogtepunt voor de patiënten, die dan de kans krijgen familie en vrienden te laten horen wat ze dat jaar hebben geschreven. Daarnaast lezen bekende dichters als Sharon Olds en Allen Ginsberg voor uit eigen werk.
De studenten krijgen ieder een kleine vergoeding voor het werk. Ze zijn naast hun studie veel tijd kwijt met de begeleiding op donderdagmiddag en de individuele lessen die ze door de week geven. Lara Payne (27) werkt dit jaar voor het eerst samen met de Golden Writers: ,,Het is zwaar, in het begin was ik een beetje bang wat me te wachten zou staan. Ik wist niet of ik met zulke zieke mensen zou kunnen omgaan. Maar het gaat goed. Ik begrijp nu dat schrijven geen academische aangelegenheid is. En dichtkunst al helemaal niet. Het komt voort uit levenservaring en daar komen de mooiste dingen uit voort.''
Maar lang niet altijd wordt het leed omgezet in gevoelige poëzie. Soms valt het eentonige leven in het ziekenhuis zo zwaar dat een les uitmondt in een regelrechte klaagzang. Zo krijgt Lara op een dinsdagmiddag alle onvrede van James en zijn vriendin over haar heen. Als ze zittend op het bed van zijn kleine kamertje vraagt waar ze het over willen hebben zegt James: ,,Haat. Mensen hier denken allemaal dat ze beter zijn dan anderen. Maar we lijden allemaal. En als je slechte zaden verspreidt zal het verkeerd met je aflopen. Wat je zaait zul je oogsten.''
Dan volgt er een stroom van woorden uit de mond van Ruth terwijl de tranen over haar wangen rollen: ,,Ik voel me soms een gevangene. We hebben geen geld om hier weg te gaan. Je zit hier tussen alle nationaliteiten in en je kunt niemand ontvluchten. Thuis kon je de deur sluiten en de telefoon afzetten. Dat kan hier niet. Er is hier veel haat. Mensen zijn jaloers omdat wij gelukkig zijn. Ik begrijp hen soms niet. Ik bid veel. Ik probeer de nare dingen van de vorige dag achter me te laten.''
Lara schrijft het allemaal geduldig op. Als het lesuur voorbij is zucht ze: ,,Ik voel me net een spons en kan ik alleen maar absorberen wat ze vertellen.'' Ook zijn er momenten waarop patiënten zich niet zozeer afreageren, maar zich gewoonweg niet kunnen of willen uiten. Soms heeft Vanessa een slechte dag en weigert ze een woord op papier te laten zetten. Dan kan Jennifer een uur lang het alfabet ophouden maar komt er na veel pijn en moeite alleen uit:
H-E-T-G-A-A-T-N-I-E-T-L-E-K-K-E-R
Sharon Olds ziet het nut er wel van in: ,,Dit zijn leerzame ervaringen voor de studenten. Zij hebben in hun leven misschien een gemiddelde portie ellende meegemaakt, terwijl deze mensen aan extreme gebeurtenissen zijn blootgesteld. Het helpt de studenten wanneer ze zelf moeten schrijven. Er komt veel goeds uit dit programma. Iemand die op de universiteit van New York is afgestudeerd heeft nu op Duke Medical Center eenzelfde programma opgezet. Mijn doel is dat we in elk plaatselijk ziekenhuis of in iedere gevangenis een cursus creatief schrijven opzetten. Wat mij betreft mag er in elk huizenblok, op elke straat, in elk gebouw zoiets bestaan. Overal moet poëzie zijn.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.