Ouder en ouder en ouder wordt de Europeaan. Er komt geen eind aan. Twee generaties terug woonden in Nederland veel ouderen nog bij hun kinderen. Het wordt nogal eens als voorbeeld aangehaald, als middel tegen de vereenzaming.
Het beeld roept vooral vertedering op: een robuuste boerderij, met daarnaast een klein huisje. Want in dat kleine huisje woonden vroeger de ouders van de boer of boerin. En wat waren die toen toch beter af dan de bejaarde pechvogels van nu, eenzaam wegkwijnend op hun bovenkamertjes, terwijl hun kinderen elders in de wereld druk, druk, druk bezig zijn.
Maar de romantiek over het oud worden te midden van de familie, zoals dat vroeger gebeurde in Nederland en nu nog in landen als Portugal of Griekenland, verdwijnt onmiddellijk onder druk van de cijfers. Want wie voelen zich het eenzaamst onder de Europese zestigplussers? Niet de Nederlandse ouderen, maar de Portugezen en Grieken. En die zien hun familie toch veel vaker dan de Nederlandse senioren doen. Zes van de tien oudere Grieken zien elke dag wel een familielid, tegen een op de zes Nederlanders, blijkt uit Europees onderzoek. Ouderen zijn het meest tevreden in landen waar de indivualisering het verst is voortgeschreden. Het lijkt tegenstrijdig.
,,Dagelijks contact met de familie is geen garantie tegen gevoelens van eenzaamheid bij ouderen, want veel contact hoeft niet meteen goed contact te betekenen'', concludeert Monique Kremer. Ze zit drie maanden in Kopenhagen, voor onderzoek voor haar proefschrift, over zorg en arbeid in verschillende Europese verzorgingsstaten. In de aanloop daartoe kwam haar boek Geven en claimen uit, over informele zorg.
In dat boek verwijst ze naar onderzoek van de Europese Commissie naar eenzaamheid onder ouderen in Europa. Daaruit blijkt dat Deense ouderen zich het minst eenzaam voelen. En dat terwijl zij, afgaand op de cijfers, hun familieleden naar verhouding weinig zien, zelfs nog minder vaak dan Nederlanders.
Dat Deense ouderen behoorlijk tevreden zijn, ondanks het schaarse contact met de familie, is niet verwonderlijk. Een individualistische samenleving blijkt, misschien onbedoeld, het geluksgevoel van de inwoners te bevorderen, concludeert sociaal wetenschapper Ruut Veenhoven, verbonden aan de Erasmusuniversiteit Rotterdam. Hij verzamelde gegevens over het geluksgevoel van de bewoners van 43 landen en keek hoe individualistisch die landen zijn. In landen waar de burgers keuzemogelijkheden hebben, een gevoel van vrijheid en het idee dat ze controle over hun leven hebben, is het meeste geluk. Zo scoort Zuid-Korea laag, als het over geluk gaat (2.86 op een schaal van 1 tot 4 met 3.03 als gemiddelde en 2.33 als laagste) en ook laag als het over individualisme gaat (3 op een schaal van 1 tot 10). Nigeria is wat dat betreft net zo'n land. Veenhoven geeft als voorbeeld landen met een sterk agrarisch karakter en spreekt van een 'sociale kooi'. Aan de andere kant van het spectrum zitten de Verenigde Staten, Denemarken en Nederland: samenlevingen met een los sociaal verband, waar de bevolking behoorlijk gelukkig is. Veenhoven maakt in zijn onderzoek geen onderscheid tussen ouderen en jongeren. Zijn conclusies gelden voor de gehele bevolking.
Nu blijft het een hachelijke zaak, harde cijfers over de menselijke beleving van geluk en eenzaamheid te koppelen aan begrippen als verzorgingsstaat en individualistische samenleving. Even hachelijk is het, te spreken over 'ouderen' en daarmee de fitte senior over één kam te scheren met een hulpbehoevende negentigjarige. De ene oudere is de andere niet, eenzaamheid en geluk staan niet recht tegenover elkaar en wat voor een totale bevolking geldt hoeft nog niet voor de groep ouderen te gelden. Toch is het patroon dat zichtbaar wordt uit uiteenlopende onderzoeken duidelijk genoeg om de uitspraak te ontzenuwen dat in een moderne samenleving als die van het huidige Nederland, ouderen per definitie slecht af zijn, en dus eenzaam en niet gelukkig.
Zo gek is het niet, dat mensen misschien toch gelukkiger zijn in een samenleving met sterk individualistisch karakter. De generatie die nu boven de zestig is heeft ooit zelf de individualisering in gang gezet. Zij waren het die overal om hen heen zagen dat ouders en kinderen bij elkaar bleven wonen en last van elkaar hadden, dat de oudste dochter ongetrouwd bleef omdat ze voor de ouders moest zorgen. En zij besloten dat het anders moest.
,,De ouderen van nu hebben de verzorgingsstaat opgebouwd. Zij wilden hun kinderen geen morele verplichting opleggen, voor hen te zorgen. En zelf willen ze geen opgelegde taak hebben in de familie'', verklaart Monique Kremer.
De ouderen van nu weten dat je er ook ongelukkig van kunt worden, wanneer je als familieleden verplicht bent voor elkaar te zorgen. Zij bedachten dat de zorg deels ook een taak van de overheid moest zijn, en dat alleen wie daar echt voor gekozen heeft, zijn oude moeder moet verzorgen wanneer zij dat zelf niet meer kan.
Waar de zorg van familieleden voor elkaar vanzelfsprekend is, ontbreekt vaak een door de overheid geregeld alternatief. Een oudere in Spanje die de kinderen ver weg heeft wonen, zal eerder verkommeren dan een oudere in Nederland. ,,Mensen willen geen uitzondering zijn.''
Of ouderen zich eenzaam voelen hangt niet alleen af van contact met familieleden als wel van het gevoel, gewaardeerd te worden. Een oudere kan zich gewaardeerd voelen doordat de kinderen uit zichzelf op bezoek komen, doordat de AOW hoog is of doordat er een raad is die de belangen van burgers op leeftijd vertegenwoordigt. Monique Kremer noemt als voorbeeld de speciale ouderenraad waaraan elke gemeente in Denemarken advies moet vragen. Zo is er in Denemarken ook een grote ouderenbelangenorganisatie, AEldresagen, met 420 000 leden.
Het is te makkelijk om, als het over ouderen en eenzaamheid gaat, alle Zuid-Europese landen over één kam te scheren en te denken dat iedere oudere die in het zuiden in het zonnetje op een bank kan zitten met de kleinkinderen om zich heen, wel gelukkig is. Want het maakt nogal wat uit, of men oud is in Griekenland of oud in Italië. ,,In Spanje en Griekenland is de familiecontext altijd belangrijk geweest, maar die landen zijn aan het veranderen. En grote veranderingen geven altijd gevoelens van onvrede.'' Italië heeft de omslag al doorgemaakt, waarbij naast de familiebanden er meer aandacht kwam voor andere verbanden, zoals vriendschap of formele zorg. Naast al die factoren als politieke vertegenwoordiging en individualisme is het voor het geluksgevoel van ouderen wellicht net zo belangrijk hoe de materiële omstandigheden zijn. Van armoede wordt niemand gelukkig en ouderen al helemaal niet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.