Gedecideerd wimpelt ze de vraag weg. Judith Meulendijks vindt het nog veel te vroeg om over haar ambities in Sydney te praten. Ze houdt van 'realistische doelstellingen' en in een halfjaar kan er nog veel veranderen, klinkt het wijs.
Het donkere halflange haar valt steil langs het gezicht. De vrolijke korte pieken zijn verdwenen. Een nieuwe coupe als om te illustreren dat het meisje van weleer de vrouw van nu is. De geboren en getogen Helmondse, van Chinees-Indonesische komaf, is volwassen geworden. ,,Een groeiproces doormaken is niet altijd even leuk.''
Meulendijks is pas 21 jaar, maar praat zoals haar moeder moet klinken. Zo makkelijk als de badmintonster op de baan anticipeert op een dropshot, zo flitsend heeft ze aan de kantinetafel haar woordje klaar. Haar antwoorden zijn duidelijk, zonder gegiechel tussendoor. De serieuze blik verraadt de ernst waarmee ze zich van haar taak kwijt. Geïnterviewd worden hoort bij 'het werk'. ,,Ik ben professioneler geworden.''
Ze heette een supertalent te zijn, zeker naar Nederlandse maatstaven. Alweer vier jaar geleden veroverde ze als tiener verrassend de nationale titel bij de senioren. Drie kalenders terug werd ze Europees jeugdkampioene en won ze de Dutch Open. Haar internationale doorbraak was een feit. Maar toen werd het stil. Angstvallig stil?
Nee hoor. Ze lacht. Afgaande op de naakte cijfers is Meulendijks de voorbije periode niet veel opgeschoten. In 1998 prijkte haar naam op de achttiende plaats van de wereldranglijst en nu nog steeds. Maar van stagnatie is geen sprake, stelt ze zelfverzekerd. Ze is completer geworden, als badmintonster en als mens.
De tijd dat ze aan zichzelf twijfelde en zich afvroeg waarvoor ze het allemaal deed, is voorbij. De tijd dat ze 'heel erg bezig was' met wat anderen van haar vonden, ligt achter haar. De spring-in-het-veld uit Brabant heeft haar eigen identiteit gezocht en gevonden, onder het toeziend oog van de buitenwacht.
Ze was pas een puber toen de schijnwerpers haar vingen. Als iedere tiener worstelend met haar eigen ik. Als iedere topsporter verkerend op de grens der emoties. Het besef dat ze met een vergrootglas werd gevolgd, maakte het er niet gemakkelijker op.
,,Met name door de media werd er zoveel druk op mij gelegd. Daar kun je als zestien-, zeventienjarige niet mee omgaan. Tenminste, ikke niet. Als ik in de eerste ronde ergens verloor, hoorde ik de opmerkingen: 'zo goed is ze dus ook weer niet'.
Vroeger geloofde ik oudere collega's niet als ze zeiden dat succes heel beperkt is. Nu weet ik wel beter. Als je wint is iedereen je beste vriend. Zodra het minder gaat, haken er velen af.
Tegenwoordig reageer ik niet meer als lolbroeken badminton een bezigheid voor op de camping noemen. In het begin voelde ik me dan aangevallen, maar ik heb het nu zo vaak gehoord dat ik de behoefte niet meer voel erop te reageren.
Soms speelde ik op toernooien zo slecht; om hopeloos van te worden. Gelukkig bleven de trainers en mijn ouders me steunen. En in mijn achterhoofd wist ik: als ik niet goed zou zijn, had ik de Dutch Open nooit kunnen winnen. De ommekeer moet een keer komen.
Discipline sleept je erdoorheen. Ik leg me er niet snel bij neer als het slechter gaat. Althans, niet meer. Naarmate je ouder wordt, besef je dat meer. Dat geeft kracht.''
De positieve kijk is terug. Ook aan rankings zitten twee kanten. ,,Uiteraard had ik liever hoger gestaan.'' Een open deur. Liever benadrukt Meulendijks dat ze ondanks 'een moeilijke periode' en ondanks de mondiale verbreding en versterking van de badmintontop zich heeft weten te handhaven in de toptwintig.
Ze heeft de voorbije periode met een sportpsycholoog samengewerkt en veel meer dan voorheen aan krachttraining gedaan. Nog altijd speelt ze volgens de Indonesische school, waar coördinatie, techniek en tactiek voorop staan. Dit in tegenstelling tot het 'Chinese powerplay'. Maar Meulendijks combineert haar natuurlijke gaven steeds beter met sterke benen en een sterke arm.
Het betaalt zich uit. Volgens bondscoach Martijn van Dooremalen is zijn pupil nu in staat om 'bijna alle toernooien' door te dringen tot de kwartfinales. Tweemaal al maakte Meulendijks van die theorie praktijk. Ze schaarde zich op de Indonesische Open (september 1999) en de Korea Open (twee weken geleden) bij de beste acht. Daarmee voldeed ze aan de kwalificatie-eisen van het NOC-NSF.
Een ticket naar Sydney kan haar 'niet meer ontglippen', al zal de officiële uitnodiging pas 1 mei op de deurmat vallen. De internationale badmintonfederatie inviteert dan de beste 29 speelsters van de geschoonde wereldranglijst, waarop slechts drie vertegenwoordigers per land voorkomen. Meulendijks staat zo bezien veertiende en spreekt derhalve van een formaliteit in het voorjaar.
De nieuwe Eline Coene. Haar voorgangster tekende met een plaats in de tweede ronde van Barcelona '92 voor de beste nationale prestatie ooit. Meulendijks zwijgt, maar de twinkeling in de ogen vertelt dat ze op meer hoopt.
De wijze waarop ze 'het project van vier jaar' tot een voorlopig goed einde bracht, is typerend voor de nieuwe Meulendijks. Tijdens de tweede ronde in Korea stond ze na een goed begin 'plotseling' met 1-11 1-5 in de derde set achter.
,,Vroeger was ik daar van ondersteboven geraakt. Nu niet. Ik kan eindelijk punt voor punt spelen. Alles is duidelijker. Ik weet waar ik voor sta. Daar voel ik me een stuk beter bij.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.