*

 
dossier

Archief

In het licht van Domburg

NICOLE LUCAS − 29/01/00, 00:00

Een grijsgrauwe zee gaat naadloos over in een grijsgrauwe lucht. Wind en regen striemen de wandelaars op de Hoge Hil. Met de hand boven hun samengeknepen ogen turen ze naar de Lange Jan van Middelburg, de Grote Kerk van Veere. En ze vergelijken de vuurtoren van Westkapelle met het schilderij dat Piet Mondriaan er in 1909 van maakte. Maar helaas, het licht, het befaamde Zeeuwse Licht, wil zich vandaag maar niet laten zien.

Een jaar eerder was de kunstenaar er voor het eerst geweest, in Domburg. Het valt te lezen in de Vreemdelingenlijst, die het Domburgsche Badnieuws rond de eeuwwisseling iedere zomer publiceerde. Alle beroemde bezoekers die waren neergestreken in de stad -het Zeeuwse plaatje kreeg in de dertiende eeuw stadsrechten van FlorisV- werden erin vermeld.

Een bekend kuuroord was Domburg toen, geliefd bij de Europese elite, die er de beroemde arts Johann Georg Metzer kwam consulteren. De hoofdpijn- en gewrichtsklachten van Europa's welgestelden bestreed hij door ze de zee in te jagen. En ze vervolgens op de massagetafel onder handen te nemen. Een fysiotherapeut zou je zo iemand nu noemen. Destijds stond hij bekend als de man 'met de gouden duimen'. Hij opende in Domburg -'als gezondheidsoord heeft het in Europa zijns gelijke niet'- een praktijk, waar Jan en alleman -voorzover van adellijken of koninklijken bloede- zich liet behandelen.

Prins Willem, bijvoorbeeld, zoon van koning WillemIII. En koningin Elisabeth van Roemenië -van huis uit een Nassau, beter bekend als schrijfster Carmen Sylva ofte wel Het Zingende Woud. De villa aan zee waar ze regelmatig verbleef, staat er nog. Net als het in 1889 gebouwde Badpaviljoen, waar de gasten zich konden vermaken op dansavonden of luisteren naar concerten. Of in alle rust een Nederlandse òf buitenlandse krant lezen. Leeg staat het karakteristieke gebouw met zijn grappige torentje op dit moment. Diverse projectontwikkelaars wilden het maar al te graag slopen om er een wolkenkrabber neer te zetten. De gemeente ging niet akkoord. Volgens nieuwe plannen blijft in ieder geval íéts van het verleden behouden.

Het 'tentoonstellinggebouwtje' tegenover het Badpaviljoen is allang verdwenen. Door stormen raakte het witte pand zo ontwricht dat in 1922 besloten werd het neer te halen. Bijna tien jaar lang hadden allerlei kunstenaars hier hun schilderwerken tentoongesteld. Want in het kielzog van de elite waren de artiesten naar Domburg gekomen. Vanwege dat Licht, dat prachtige Zeeuwse Licht. Maar ook vanwege die elite. Er moest immers ook gewoon brood op de plank.

Jan Toorop gold als de gangmaker. In 1898 bezocht hij Domburg voor het eerst. Hij was verrukt. ,,Het is buiten zoo mooi van kleur, kleur, kleur en zon'', schreef hij aan zijn vriend Kees Spoor. ,,Je wordt bedwelmd. De rust is onzegbaar. Je innerlijk schoon houdt je zoo bezig en buiten strijdt de zon met al de herfstkoeleuren.''

Hij maakte kennis met Mies Drabbe, later Elout-Drabbe, zelf ook schilder. Haar huis -aan de Weststraat- was een verzamelpunt van artiesten. Begin vorige eeuw was er 'een levendig kunstgedoe op Domburg' zo schreef ze later. Toorop kwam graag bij haar op bezoek, net als de jonge schilder Paul Schultze en schrijvers als Arthur van Schendelen en Rik Roland Holst.

En Piet Mondriaan dus, die in deze periode een belangrijke ontwikkeling doormaakte. Het is goed te zien aan de werken die hij juist in Domburg maakte. Diverse malen tekende hij de Nederlands Hervormde Kerk. De inkttekening uit 1909 laat geen twijfel over het geportretteerde. Die uit 1914 doet dat wel. Op zoek naar 'de juiste afbeelding' kwam de schilder tot de conclusie dat het 'schoone' het kan doen zonder de natuurgetrouwe voorstelling.

Domburg herdenkt de schilder in een karakteristieke geel-blauw-rode bank, waarop de inheemse godin Nehalennia is gezeten. Aan het begin van de jaartelling stond hier haar tempel, die echter werd verzwolgen door de zee. Eeuwen later -om precies te zijn in 1647- kwamen brokstukken van beelden en tempelresten op het strand aangespoeld.

Omgekeerd weet Domburg zich ook in Mondriaans werk herdacht. Vooral natuurlijk in die molen, die rode molen, die in 1994 -het Mondriaan-jaar- als postzegel werd verspreid. Vandaag staat hij er helaas troosteloos bij, even treurig als het weer. Want dat licht, dat Zeeuwse licht, wil zich niet vertonen.

mailIcon print |