Wie waren Roelof Arends en Hendrik Ido, waar respectievelijk een veen en een ambacht naar genoemd zijn? Vergeten grondbezitters uit vervlogen tijden, maar hun naam is vereeuwigd op de landkaart. Behalve koninklijke personen en ingenieur Lely heeft niemand recent een plaats naar zichzelf vernoemd gekregen. In Nederland dan, maar op Antarctica waar ik tijdelijk verzeild ben geraakt, maak je nog veel kans. Al zijn de grote lappen ijs dan vergeven, de kaart toont zeer veel witte plekken omzoomd door stippellijntjes waarin 'unsurveyed' staat. Een verklarende atlas vertelt dat je slechts fotograaf of notulist hoeft te zijn bij een expeditie die zulke gebieden inventariseert om voor altijd een bergtop of gletsjer op je naam te krijgen. Beroemd met niks! De naamgeving is hier dus chaotisch en soms belachelijk.
De eerste ontdekkingsreizigers noemden alles naar zichzelf, hun schip, hun vrouw en hotemetoten uit eigen land. Zelfs onze Wilhelmina heeft een baai. Of de datum waarop ergens geland werd bepaalde de naam: Cape Christmas, Circumcision Island (kerkelijke feestdag van Jezus' besnijdenis), of een indruk of een gemoedstoestand: Deception, Confusion, Hope. En ook wel dieren: Elephant Island, Whalers Bay. Want de korte geschiedenis van Antarctica is doorspekt, om een toepasselijk werkwoord te gebruiken, met misdaden tegen de dierenwereld.
Vanaf het moment dat stukjes land ontdekt werden, arriveerden er bontjagers om de zeehonden uit te moorden, en toen dat bijna gelukt was de walvisjagers, die er op het hoogtepunt van hun bedrijf zo'n 40000 per seizoen in hun kookpotten verwerkten, waarvoor ze de vuren opstookten met levende pinguïns, wier vet zo lekker brandt. Het verhaal van hebzucht, roof en moord, dat ondanks het lofwaardige Antarctische Verdrag nog doorgaat.
Dit verdrag, door een kleine vijftig landen ondertekend, bevriest de claims die op het bevroren continent gedaan worden, bant militaire activiteiten, 'regelt' jacht en visserij en stimuleert vreedzaam internationaal wetenschappelijk onderzoek. Om daar stemrecht in te krijgen, zette Nederland tien jaar geleden ook een wetenschappelijke expeditie op. Door bezuinigingen en gehakketak tussen ministeries was die weer snel van de baan, maar ons stemrecht is tenminste binnen. Echt Holllands koopmanschap: veel halen, weinig betalen.
Andere landen die net zo ver of verder verwijderd liggen van het Zuidpoolgebied en veel armer zijn dan Nederland hebben hier wel onderzoeksbases. Zo bezochten we elf Oekraïeners, ozonlaagspecialisten, die meteen gezellig op tegenbezoek kwamen. Gastvrijheid krijgt in zulke barre streken veel uitbundiger proporties dan thuis. Een van de twee Engelsen die we vervolgens aandeden, wier werk het is om pinguïns te tellen, bleef de oudejaarsnacht tot zes uur 's morgens meefeesten.
Net als de Australische zeiler die hier in z'n dooie eentje de poolwinter heeft doorgebracht, en nu bijna weg kan, als het ijs ver genoeg gesmolten is. Een man met onbegrijpelijke lef, die het bestaat zijn scheepje in te laten vriezen in de zekerheid dat niemand weet waar hij is, en dat er in de verste verten acht maanden lang niemand langs zal komen. Hij redde het met zijn brandstof door maar zes uur per week te stoken, voor de rest was de temperatuur in zijn kajuit steeds tien graden onder nul. Nu wil hij de Noord-Westpassage gaan bevaren, ook zo'n traject waar drie van de vier schepen invriezen voor ze erdoor zijn. En dat alles zonder sponsors of publiciteit à la Ronald Naar. Een kluizenaar, en een originele held. Daarbij vergeleken ben ik een zeer decadente toerist, die volgende week het vliegtuig pakt naar de centrale verwarming. Dan is mijn Antarctica-avontuurtje afgelopen. En schrijf ik weer gewoon vervelende columns over vervelend Nederlands nieuws.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.