*

 
dossier

Archief

Israël wil internationale 'ogen' op het Hermongebergte

Inez Polak − 26/01/00, 00:00

Aan de rand van de klif bij kibboets Manara staren de lichtjes vanaf de overkant je aan. Daar, op de besneeuwde toppen van het Hermongebergte, staat 's werelds meest geavanceerde apparatuur, waarmee Israël elke beweging in Syrië volgt, tot aan Damascus toe. Een paar bergpieken verderop staat nog een station. Daar richten de Syriërs hun instrumenten op Israël.

'De ogen van de staat' noemt Israël zijn station op het zuidelijke puntje van het Hermongebergte, dat het in 1967 op Syrië veroverde. En 'ogen' geef je niet gauw op. Dus eist Israël dat er op zijn minst een internationaal waarschuwingsstation komt.

,,Links zie je Libanon, voor je is Syrië en helemaal rechts aan de overkant ligt Jordanië'', vervolgt Gadi Ja'akov zijn uitleg op de klif bij Manara. ,,Dit is de enige plek waar je al die landen in één oogopslag kunt zien.'' Hij laat zich niet storen door kanongebulder in de verte. Pas als de twintig journalisten, op persreis naar het noorden, tekenen van onrust tonen, zegt hij lacherig: ,,Niets aan de hand, dat is Libanon. En wij zijn het die schieten.''

Manara ligt zowat op de Libanese grens, achthonderd meter hoog. De kibboetsleden hebben er een attractie van gemaakt. Een kabelbaan leidt uit de vallei naar boven, je kunt er op mountainbikes naar beneden zoeven, steile bergwanden beklimmen of afdalen. Voor de mindere waaghalzen verkoopt de kiosk biologisch geteelde appels en eigen gemaakte jam. Toch komen er nog weinig toeristen. ,,Opper-Galilea heeft nog altijd de naam onrustig te zijn'', zegt Gadi (44) met een knikje richting kanongebulder.

Zijn moeder, Rachel Rabin Ja'akov, zegt: ,,Onze kinderen zijn ermee opgegroeid, ze zijn gewend veel tijd in de schuilkelders door te brengen. Als we vroeger wel eens een uitstapje naar Tel Aviv maakten, was altijd een van de eerste dingen die ze ons vroegen 'waar zijn de schuilkelders'.''

Rachel Rabin Ja'akov is de zuster van de vermoorde premier Jitschak Rabin. Ze is 75 jaar oud, klein van postuur. De stem en de ogen zijn die van haar broer. Hun moeder, een fervent socialiste, had ooit de bijnaam Rode Rosa, naar Rosa Luxemburg. Ze overleed vrij jong aan kanker. Jitschak voelde zich altijd verantwoordelijk voor zijn kleine zusje. Als hij met het leger, of later als politicus, maar even in de buurt was, bezocht hij Manara.

Rachel was indertijd niet naar de grote demonstratie in het verre Tel Aviv gegaan, maar volgde die thuis op de tv. Ook toen klonken buiten de kibboets de salvo's. Op de tv kwam de melding dat er een speciaal nieuwsbulletin zou volgen. Rachel zei nog tegen haar man: ,,prima, dan krijgen we eindelijk eens te horen wat zich hier in de buurt afspeelt.'' Het bulletin meldde de aanslag op haar broer.

Al 57 jaar woont ze in de kibboets. Ze hoort tot de oprichters. ,,We waren de eerste Joodse nederzetting op de berg. Je kon er alleen te voet komen, of met ezels. Bomen waren er niet, die hadden de Arabieren opgebruikt en ze lieten hun geiten hier grazen, zodat er niets kon groeien. In het begin hadden we goede contacten met onze buren. Maar toen in 1948 de onafhankelijkheidsoorlog uitbrak, zaten we ineens totaal geïsoleerd. We moesten onze kinderen evacueren.''

In de kleine kibboets gaat de discussie de laatste tijd vooral over de terugtrekking uit Libanon. Rachel Ja'akov: ,,De vraag is of we ons eenzijdig uit Libanon moeten terugtrekken. Of alleen met een akkoord. En dat betekent een akkoord met Syrië, want dat land heeft het voor het zeggen in Libanon. Ik denk dat we alleen met een akkoord moeten terugtrekken, anders werkt het niet. We hebben hier sinds '48 vrede en het omgekeerde van vrede gekend. Er is geen wapen dat ze niet tegen ons gebruikt hebben. We hebben een hoge prijs betaald, we hebben schuilkelders gebouwd en ons omgeven met elektronische hekken. We zullen een knop in ons hoofd moeten omdraaien als we naar die vrede willen toegroeien.''

mailIcon print |