*

 
dossier

Archief

President Montenegro eist wel veel

door Nicole Lucas − 14/11/00, 00:00

Sinds deze week is de Duitse mark het enige wettelijke betaalmiddel in Montenegro. Dinars gelden voortaan als buitenlandse valuta in de deelrepubliek die officieel nog altijd samen met Servië de Federale Republiek Joegoslavië vormt.

President Milo Djukanovic gaat daarmee onverdroten voort op het twee jaar geleden ingeslagen pad naar (meer) onafhankelijkheid van Belgrado. Hij doet dit ondanks het feit dat binnen zijn 'Coalitie voor Beter Leven' de verdeeldheid toeneemt over de vraag of Montenegro inderdaad beter af is op zijn eentje, en de buitenwereld daarop haar antwoord aan het herzien is. De internationale steun voor een nieuwe staat op de Balkan is, op zijn zachtst gezegd, tanende sinds Slobodan Milosevic in Vojislav Kostunica zijn overwinnaar moest erkennen.

Voor Djukanovic en sommige van zijn ministers lijkt het echter geen verschil te maken wie er in het federale paleis in Belgrado woont. Hij probeerde de terugkomst van Joegoslavië in de VN te blokkeren door een eigen vertegenwoordiging te eisen voor het 650000 inwoners tellende Montenegro. En vorige week kondigde hij het al lang in de lucht hangende referendum over onafhankelijkheid aan. Het staat voor juni 2001 op de agenda.

Hoewel opiniepeilingen nu een (lichte) voorsprong geven aan de voorstanders van onafhankelijkheid, kan volgens analisten Djukanovic zich wel eens heel erg vergissen in de uitkomst. ,,Hij is in 1998 gekozen omdat hij zich tegen Milosevic keerde. Maar voor veel Montenegrijnen is dat niet hetzelfde als anti-Joegoslavië of anti-Servisch zijn'', zeggen die.

Dat wringt inmiddels ook in Djukanovic' drie-partijencoalitie. De Volkspartij liet meteen weten niet mee te zullen werken aan de voorbereidingen voor zo'n volksraadpleging. De partij vindt dat de beperking van Montenegro's zeggenschap door Milosevic moet worden teruggedraaid, en de relatie met Belgrado besproken. Voor een totaal verbreken van de banden ziet ze echter veelminder reden dan twee maanden geleden.

Kostunica heeft tot nu toe zijn best gedaan de Montenegrijnen niet voor het hoofd te stoten. Een van zijn eerste maatregelen was het opheffen van het door Milosevic ingestelde handelsembargo, en hij kwam met het voorstel Joegoslavië om te dopen tot Servië-Montenegro.

De houding van Djukanovic maakte het hem ondertussen de afgelopen weken wél moeilijk zijn gezag te vestigen in de federatie. Wrang genoeg moest Kostunica, door de weigering van de Montenegrijnse president mee te werken, in zee met uitgerekend de Montenegrijnse aanhangers van Milosevic en is hij ook van hun steun afhankelijk voor een meerderheid in het parlement.

Kostunica wil de band met Podgorica graag behouden, maar heeft onafhankelijkheid van Montenegro niet onbespreekbaar genoemd. Of beter gezegd: het einde van de federatie. Daarover zou dan echter óók in Servië de bevolking moeten worden geraadpleegd. The Economist van deze week suggereert dat daar misschien wel veel meer mensen voor een definitief einde van Joegoslavië zijn.

mailIcon print |