*

 
dossier

Archief

'Dit wordt vaak niet als echt politiewerk gezien'

John Hoogerwaard − 14/12/00, 00:00

,,Voor wie ik bewondering heb? Mijn collega's in Rotterdam-West. Die mensen komen de gehele dag op een negatieve manier in aanraking met allochtonen, die vaak niet de meest opbeurende dingen uitvreten. Als je dat iedere dag meemaakt, week in, week uit, dan is het knap van zo'n collega dat deze geen overtuigd racist wordt. Sterker nog: dat is een teken van professionaliteit.''

Rinus Visser, inspecteur bij de Rotterdamse politie, is een expert op het gebied van discriminatie en racisme binnen en buiten de politie-organisatie. Vanaf eind jaren tachtig houdt hij zich intensief bezig met de bestrijding van vooroordelen en culturele misvattingen, door onder meer trainingen, video's en handleidingen te ontwikkelen voor politiemensen.

Alles met het doel hen bewuster te maken van het feit dat ze werken in een multiculturele samenleving. Onlangs ontving Visser de Civil Rights Award in Law Enforcement, een prijs van de International Association of Chiefs of Police, een wereldwijde vereniging van hogere politiefunctionarissen. ,,Voor mijn gehele oeuvre'', legt de inspecteur op zijn bureau in de wijk Ommoord uit.

De prijs is voor Visser een enorme opsteker. Want, zoals hij zelf ook toegeeft: de aanpak van discriminatie en racisme heeft zowel binnen als buiten het politiekorps geen hoge prioriteit. ,,Het werk dat ik doe, wordt meestal niet gezien als echt politiewerk. In de kroeg horen mensen liever dat je vandaag een gewelddadige overvaller in de kraag hebt gevat. Als je vertelt dat je na twaalf jaar het buurtgetreiter tegen een Turkse man hebt gestopt, zijn ze veel minder geïnteresseerd. 'Martin Luther King!' werd in mijn begintijd vaak geroepen op het bureau. Dat is inmiddels voorbij, maar dit werk wordt nog steeds door enkelingen gedragen.''

Visser begrijpt best dat ook andere onderwerpen om aandacht schreeuwen. Al kost het hem af en toe moeite om zich voortdurend op te laden. ,,Er zijn momenten dat ik de pijp aan Maarten wil geven. Elke keer, stel ik vast, moet er opnieuw gestart worden. Constant moet je hameren op cultuurveranderingen, die ook bij de politie nog steeds nodig zijn.''

Dat de politie zich meer zou moeten richten op de gebruiken van al de verschillende culturen, wijst Visser pertinent af. ,,Rekening houden met 135 verschillende bevolkingsgroepen is lastig. Je moet bereid zijn erover na te denken, maar optreden naar bijvoorbeeld Marokkaanse maatstaven, weiger ik. Er zijn mensen die daarvoor pleiten, maar dat is een volstrekt verkeerde benadering. We trekken geen Marokkaans joch van zijn fiets om hem een pak rammel te geven, want hij weet dan ook dat zijn Nederlandse vriendjes dat pak rammel niet krijgen. Het is een wat gechargeerd voorbeeld, maar in principe zou het zo kunnen werken.''

,,Het grootste compliment kreeg ik ooit van een Duitse korpschef. Hij vond dat de Nederlandse politie 'sociaal-intelligent' te werk ging. Volgens antropologen is in Nederland daardoor een veel kleinere afstand tussen politie en bevolking dan in Duitsland. Dat moeten we vooral zo houden. Duitse agenten bezigen vaak de opvatting dat ze geen sociaal werkers zijn. Ze onderwerpen zich veel meer aan de hiërarchie en zijn stukken minder zelfstandig dan de Nederlandse agent.''

Wat betreft discriminatie en racisme bij de politie, beseft Visser de luxe positie van Nederland, ten opzichte van landen als Duitsland en Frankrijk. ,,Als je het op die manier bekijkt, heb ik een luizenbaan. Neem Frankrijk. Ik was eens in Lyon, in een buurt waar de politie zich nog amper liet zien. Alleen bij het metrostation stond een groepje van de CRS, een soort ordetroepen. Die kleedde iedereen die ook maar iets verkeerd deed tot op de onderbroek uit. Maar ook in Stuttgart keek een agent verschrikt op, toen ik vroeg hoe hij zou vinden als hij een Turkse collega zou krijgen. 'Dat zijn toch geen Duitse staatsburgers, meneer Visser!'''

Dat het in andere landen beroerd gesteld is met racismebestrijding bij de politie, is volgens Visser nog geen keurmerk voor de redelijk voortvarende aanpak in Nederland. ,,Het gebrek aan kennis in Nederland is soms groot. Zo is begin jaren negentig een aantal allochtone medewerkers onder het niveau van de politie binnengehaald. De in het buitenland behaalde diploma's bleken niet de veronderstelde waarde te hebben. Velen konden daardoor uiteindelijk niet goed meekomen.''

,,In bredere zin moet je ook oppassen voor al te veel optimisme. Iedereen denkt: we zijn op de goede weg. Neem de doorstroming van allochtone jongeren in het hoger onderwijs. Maar vergeet niet dat de volgende groepen alweer op de stoep staan, om zich door dezelfde problemen heen te worstelen. Afghanen, Somaliërs, noem maar op. Die maken nu hetzelfde door als bijvoorbeeld Marokkanen en Turken vijftien tot twintig jaar geleden.''

Visser staat op van zijn bureau en loopt naar zijn flip-over. ,,Ondanks al het optimisme kom ik ook in het korps nog dagelijks vooroordelen tegen'', zegt hij, terwijl hij een viltstift ter hand neemt. Met driftige halen begint Visser te kalken. ,,Die vooroordelen berusten meestal op heel simpele misverstanden. Een heel algemeen, maar treffend voorbeeld van zo'n misverstand is een reclamecampagne van een babyvoedingsfabrikant in Egypte. Aan de nauwelijks geletterde bevolking moest baby-melkpoeder worden verkocht. De fabrikant dacht slim te zijn en beeldde zijn reclameboodschap uit in tekeningen.''

,,Meest links stond een huilende baby, in het midden een flesje met babymelk, en uiterst rechts een lachende baby. Bingo, dachten ze, dat hebben we mooi uitgebeeld. Alleen: ze verkochten geen enkel potje melkpoeder, want mensen lezen in het Arabisch dus alles van rechts naar links.''

Door dergelijke voorbeelden probeert Visser politiemensen inzicht te laten krijgen in hun eigen kijk op andere volkeren en hun vooroordelen. Want hoe tolerant Nederlanders ook vaak denken te zijn, diep van binnen zijn ze geen haar beter of slechter dan Duitsers of Fransen. En dat geldt ook voor politiemensen. ,,In Duitsland is het rechts-extremisme openlijker en vindt het vooral in voormalig Oost-Duitsland een voedingsbodem. In de VS is de 'vrijheid van meningsuiting' soms wat doorgeschoten. In Nederland sluimert het meer. Economisch gaat het goed en dat is wellicht het beste wapen tegen racisme. Maar als het hier even tegenzit en er staat iemand op, die naast buitenlanderhaat ook nog iets 'zinnigs' heeft te zeggen, dan weet ik het zo net nog niet.''

mailIcon print |