*

 
dossier

Archief

AH doet bourgondisch op zijn Nederlands

Kees de Vré − 18/11/00, 00:00

Een echt smikkelpaleis met de allerfijnste eet- en drinkwaren zoals je die in Parijse, Londense en New Yorkse deli's tegenkomt is het niet. In die zin is het een teleurstelling.

Het eten ligt er fraai opgetast, de dranken zijn er ruim uitgestald, het blijft toch een echt Nederlandse winkel, die bourgondische supermarkt die Albert Heijn vorige week in hartje Maastricht opende. En dat betekent compromissen sluiten, concessies doen aan de gemiddelde smaak. Iedere klant, jong/oud, arm/rijk, smulpaap/maagvuller, moet tevreden naar huis kunnen gaan.

Zo staan pal naast de champagne van een gulden of zestig (ook niet heel exquise) de pepsels en naturel chips van euroshopper in het schap, een c-merk dat AH in al zijn filialen voert. De pondspakken met half-om-half gehakt liggen in de aanbieding pal voor een eilandje met de wat betere wijnen die in kistjes worden aangeboden. De ware bourgondiër zal hier toch wel wat kriebelig rondlopen.

Ook met de vele lokale specialiteiten als 'knien in ut zoer', 'verrekespu' en 'zoer vleis' is niets bijzonders gedaan. Dat geldt eveneens voor de regionale lekkernijen als zure zult, hoofdkaas, bakbloedworst, boerenpasteien. Ze liggen gewoon tussen de rest van het aanbod.

Het door de AH-marketeers verzonnen predikaat 'bourgondisch' wordt door winkelmanager Ger Gootzen meer vertaald door 'lekker en veel' dan door 'exclusief' of 'uitzonderlijk'. Maar wat maakt de winkel nou bourgondisch? Het historisch pand en de historische wandtekening bij binnenkomst waarbij zeventiende-eeuwse taferelen en teksten zijn vermengd met nog bestaande karakteristieke Maastrichtse plekken als de Vogelstruys? De wandschildering wordt echter deels aan het oog onttrokken door een invalidenlift. Het pand op zijn beurt is niet heel bijzonder en laat ook aan de buitenkant niet een exquise eetwinkel zien die de voorbijganger doet watertanden van genot en hem bijna onvermijdelijk naar binnen trekt. Het kleine blauwe bordje bij de ingang vermeldt naast het AH-logo slechts de openingstijden. Bourgondië op zijn Hollands.

Gootzen blijft wijzen op het overvloedige aanbod van vooral verse producten. ,,Het is met zo'n 750 vierkante meter maar een kleine winkel. Bijna de helft van een doorsnee-AH. En desondanks is ons aanbod van dagelijks aangevoerde verse spullen ongekend voor zo'n kleine ruimte.'' De winkelmanager komt op bekend terrein en wordt oprecht enthousiast. ,,Bij alle versafdelingen is er bediening. Neem het brood, dat wordt voor de ogen van de klant gebakken. En kijk naar de kaasafdeling van vijf meter breed. Dat geeft de voorkeur van de Maastrichtenaar aan. Zie de kant-en-klaarafdeling. Veel meer dan gemiddeld.'' Het aanbod aan verse waar is voor de kleine winkel inderdaad ruim. Een meter of vier vers en zeer gevarieerd brood, een fraaie tafel met groenten en fruit, een wand vol met vlees klaar om zo in de pan te laten glijden: eendenborst, konijnen- en hazenbouten en gevulde varkensscaloppini. Maar eveneens hamburgers en slavinken, want ook hier geldt: voor elk wat wils. Vijf meter kaas, verse noten en uiteraard veel lokaal bier. Het ene kratje Heineken steekt er schril bij af. Alles is fraai uitgelicht, de winkel oogt door de lage schappen en brede paden zeer ruim. En toch, als je goed kijkt is het gewoon Albert Heijn.

Gootzen erkent dat. ,,Ja, afgezien van de lokale specialiteiten die ik in de buurt betrek, voer ik het normale AH-assortiment. Alles staat er. We winnen ruimte voor het vele vers en kant-en-klaar door van alles maar een paar producten in de schappen te zetten. Bovendien heb ik weinig bulk zoals wc-papier, maar het is er wel. Het is de lekkere presentatie en uitstraling die deze winkel zo bijzonder maakt. Daar gaat het om. Je moet geen schappen en stellingen zien, maar lekker eten. Dat waardeert de Maastrichtenaar.''

Terwijl twee oude dames nog wat onhandig omgaan met de invalidenlift -de winkel ligt een meter hoger dan het straatniveau- vertelt Gootzen dat mensen van allerlei slag zijn winkel bevolken. ,,Overdag veel ouderen, meestal binnenstadbewoners. Tussen de middag en 's avonds mensen die in de binnenstad werken en snel hun lunch en avondmaaltijd bij elkaar sprokkelen, en veel studenten. In het begin van de week verkoop ik veel kant-en-klaarproducten, maar vanaf donderdag gaan de mooie vleessoorten lopen, de kruiden, de sauzen, de oliën. Om in het weekeinde lekker thuis te koken.''

De plaatselijke speciaalzaken, waarmee Maastricht zeer ruim bedeeld is, vormen geen concurrentie, denken Gootzen en de ook bij het gesprek aanwezige collega-filiaalchef Jacques Gilissen. ,,Nee, dan moet je voor een maaltijd steeds van winkel naar winkel. Dat kost veel tijd. Onze kracht is toch dat we de haastige, maar veeleisende klant met een groot assortiment vers kunnen bedienen. Hij hoeft nergens anders meer heen. Tenzij je iets echt speciaals wilt maken.''

De echte smikkelaar zal zich deze tip ter harte nemen, maar bourgondisch of niet, de klanten en de gemeente zijn in hun sas met de nieuwe supermarkt in de oude binnenstad. De gemeente omdat het meehelpt het stadscentrum weer te bevolken en nieuw leven in te blazen, de klant omdat hij niet meer naar de buitenwijken hoeft voor zijn dagelijkse hap. Maastricht had tot vorige week geen supermarkt in zijn met legio eettenten gelardeerde centrum. ,,Op een kleintje na'', zegt Gilissen, ,,maar dan moet je eerst over de in het portiek liggende junks stappen. Wij bieden dus niet alleen lekker, maar ook veilig.''

mailIcon print |