*

 
dossier

Archief

Inspecteurs

Carl Friedman − 02/09/00, 00:00

In de zomermaanden herhaalt de Tros bijna dagelijks een Duitse krimi. Daar is een aantal oude afleveringen bij van Derrick. Je moet wel wanhopig verveeld zijn om een uur te kunnen blijven kijken naar Horst Tappert in zijn rol van hoofdinspecteur. Alles aan hem is even onkreukbaar en kraakhelder. Zijn regenjas wordt nooit nat, zijn kapsel raakt nooit uit model. Het decor waarin hij zich beweegt vertoont dezelfde pijnlijke netheid, alsof de serie gesponsord is door een fabrikant van schoonmaakmiddelen. Zelfs de lijken liggen er keurig bij, vastbesloten om geen rommel te geven, met zo'n gezicht van: Ordnung muss sein.

Op Canvas verschijnt wekelijks Inspector Morse, gespeeld door John Thaw. Morse is als inspecteur net zo ongeloofwaardig als Derrick. Hij leest namelijk wel eens een boek en hij houdt van klassieke muziek. 'En wat dan nog?', zult u zeggen. 'Dat komt in de beste families voor.' Ja, in de beste families wel, maar bij de politie niet. Dat wil deze serie ons tenminste laten geloven. De hoogbeschaafde Morse voelt zich in het politiekorps doodongelukkig. Zijn collega's vervullen hem met minachting en ergernis. Ze begrijpen niets van het Latijn waarmee hij hen om de oren slaat. Ze hebben nooit van Goethe of Flaubert gehoord. Ze kennen zelfs Maria Callas niet. ('Is dat soms die zangeres uit de musical 'Cats'?') Gelukkig kan hij die boerenkinkels 'savonds de rug toekeren, om zich in zijn smaakvol ingerichte woning te laven aan de cultuur. Hij ontkurkt een fles bourgogne en hij zet zijn lievelingsmuziek aan: Wagners Götterdümmerung. Hè hè, daar zit hij dan, deze Michaël Zeeman onder de politiemannen, eindelijk in zijn element. Maar reeds bij de eerste tonen van het voorspel gaat de telefoon. Hij wordt weggeroepen, er is een moord gepleegd. Een moord! Uitgerekend terwijl hij naar Wagner luistert! Is er dan niets meer heilig? Met grote tegenzin begeeft hij zich naar de plaats van het misdrijf. Intussen vraagt de kijker zich af wat Morse eigenlijk bij de politie te zoeken heeft. Waarom is hij geen bibliothecaris geworden of musicoloog? Waarom werkt hij niet als suppoost in een museum? Dat mysterie is veel raadselachtiger dan welke moordzaak ook.

Uit ruwer hout gesneden is inspecteur Frost in A touch of Frost, een serie die loopt bij de KRO. Frost, een rol van David Jason, heeft niets gemeen met Derrick en Morse. Hij is een sloddervos, die in de chaotische laden van zijn bureau van alles kwijtraakt. Hij kent geen Latijn en wanneer dat wel zo was, zou hij er niet mee te koop lopen. Frost is een doodgewone vent. Voor hem geen Wagner en bourgogne, maar stamppot met sudderlappen. Goethe en Flaubert, wie zijn dat? Hebben die soms de bank overvallen of een lustmoord gepleegd? Hebben ze dan tenminste een oude dame van haar handtas beroofd? Niet? In dat geval zijn ze voor Frost volstrekt oninteressant. Hij maakt jacht op autodieven en kinderlokkers, op herrieschoppers en messentrekkers. Dat doet hij met hartstocht. Want Frost is politieman through and through, tot in zijn merg.

Ik heb Frost bijna tien jaar geleden voor het eerst gezien bij de BRT (de Belgen lopen met goede televisieseries op de Nederlanders voor -ook Heimat was al lang door de BRT vertoond, toen de VPRO er sier mee maakte) en ik kijk nu met veel genoegen een tweede keer. Elke woensdagavond vergaap ik me aan Jack Frost, de straathond onder de inspecteurs. Hij is ordinair, eigenwijs en brutaal. Maar hij is echt. De serie heeft bovendien het soort zwarte humor, waar Youp van 't Hek jaloers op zou zijn. Ik geef u een voorbeeld. Een surveillerende agent draaft in hoge nood naar een openbaar toilet. Hij grijpt al naar zijn gulp, wanneer hij op de deur een bord ziet hangen met de tekst: 'Gesloten wegens aanhoudend vandalisme.' Is dat niet wrang?

mailIcon print |