Sinds de Amerikaanse president Ronald Reagan zijn kracht bewees als the great communicator (een wapen waarmee hij intellectuelen en andere sceptici met gemak afblufte) begrepen de meeste politici terstond dat de voormalige filmacteur een goudmijn had aangeboord. Een politieke boodschap heette voortaan de moeite waard als zij in communicabele termen was vervat. Naar de kiezer toe communiceren. Daar gaat het om, placht de Nederlandse ongekroonde koning van de communicatie, Hans Dijkstal, te zeggen.
Interessant daarom dat Hans van Mierlo maandagavond in zijn Thorbeckelezing (zie Trouw van gisteren) het op de communicatiewaarde beoordelen van een politieke boodschap als een dodelijk gevaar afschilderde voor onze democratie. Goed kunnen communiceren veronderstelt immers, aldus Van Mierlo, dat de boodschap moet worden toegesneden op de media en dat betekent weer dat alles vertaald moet worden in termen van winnen en verliezen, van uitglijers, van bananenschillen en morele verontwaardiging. Kortom, in persoonlijk drama.
De gevolgen van deze vertaalslag (ook zo'n communicatieterm) zijn enorm. Politici zien zich genoodzaakt alles uit te vergroten, de probleemstelling, de belangen, de tegenstellingen, de discussie, alles gaat op een grotere maat dan het in werkelijkheid is. Hierdoor wordt, aldus nog steeds Van Mierlo, de hanteerbaarheid van het vraagstuk verkleind en het vinden van overeenstemming voor een oplossing moeilijker. Zijn conclusie: dit samenspel heeft van de ministeriële verantwoordelijkheid een hoofdnummer in het politieke debat gemaakt, een slagwapen van de eerste orde in de politieke strijd tussen coalitie en oppositie en tussen partijen onderling. Daarbij functioneren de media niet passief rapporterend maar componeren zij in belangrijke mate mede het drama.
Van Mierlo schat in dat deze politieke cultuur in de driehoek regering-parlement-media steeds negatiever wordt beoordeeld en een zware druk legt op het bestuur zelf. Een echte oplossing ziet hij niet. De werking van de media is een gegeven. Zij vervullen een sleutelrol in het functioneren van de democratie, maar hun drijfveren wortelen in de commercie en de concurrentie. De media zijn ook onaantastbaar. In de relatie regering- parlement valt volgens Van Mierlo evenmin veel winst te verwachten, die zijn te zeer verstrengeld in een monistische omhelzing en te zeer aangestoken door de behoefte om elkaar ten gerieve van de media vliegen af te vangen. Van Mierlo vestigt derhalve de hoop op de kiezer zelf. Het vak democratie zou al op de agenda van het basisonderwijs moeten prijken.
Het is een mogelijkheid. Maar omdat Van Mierlo de capriolen van Adelmund met het studiehuis aanhaalde als voorbeeld van wat er fout kan gaan in de driehoek, denk ik toch dat er sneller winst te boeken valt. Toen scholieren tijdens een massale demonstratie de ruiten aan diggelen sloegen van het parlement was er geen journalist die de staatssecretaris smeekte vooral royaal water in de wijn te doen. Toch gebeurde dat. Adelmund schaarde zich vierkant achter de meute. Zo goed als zij zich enkele weken later weer achter het onderwijsveld schaarde.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.