*

 
dossier

Archief

Punt.

Onno Blom − 22/01/00, 00:00

Terwijl ik nadenk over mijn afscheid van de krant vraag ik mij af hoe schrijvers in stijl afscheid nemen.

Met andere woorden: hoe schrijven zij hun laatste zin? Twee jaar geleden deed Karel van het Reve dat in zijn laatste 'Achteraf', de column die hij voor Het Parool schreef, zo: ,,Ik zink weg in een poel van vergetelheid. Vaarwel.'' Zijn laatste woorden zijn om te snikken zo mooi, al heb ik zijn minder geleerde broer Gerard ook wel eens fraai een betoog horen afsluiten. Nadat Gerard Reve door de koningin was benoemd tot ridder in de orde van de Nederlandse leeuw, klonken niet alleen zijn beroemde slotwoorden: Moedig voorwaarts! Maar vroeg hij zich ook meteen af: Maar waarheen? ... Moedig voorwaarts! Maar waarheen? Dat is de hamvraag. Misschien is de vraag wel de mooiste vorm om een drempel over te stappen. Of niet? Is een krachtdadiger slotakkoord vereist? W.F. Hermans besluit zijn huiveringwekkende verhaal 'Het grote medelijden' met een soort geweersalvo, waarin hij de gemoedstoestand van zijn schrijverschap samenvat: ,,Scheppend nihilisme, aggressief medelijden, totale misantropie.'' Einde, afgelopen, uit. Daar kan geen woord meer bij. Om die suggestie van voortgang ná de laatste woorden desondanks te wekken, laten nogal wat schrijvers hun verhaal 'rond' lopen. De laatste regel van 'Het volgende verhaal' van Cees Nooteboom luidt: ,,En toen vertelde ik jou het volgende verhaal.'' Dat is geen einde, maar een uitnodiging opnieuw te beginnen. Iets dergelijks doet Harry Mulisch in zijn korte roman 'De elementen'. ,,Aangenomen, nu, dat dit allemaal zo is'', schrijft Mulisch. ,,Sla dan dit kleine boek dicht, Phoenix. Verrijs uit je as!'' Het einde kan dus droevig, grappig, boos of oneindig zijn. Zoveel schrijvers, zoveel zinnen. Heb ik de ultieme oplossing op zak? Ik vrees van niet. Ik doe simpelweg als alle schrijvers als ze het einde hebben bereikt: ik zet een punt.

mailIcon print |