*

 
dossier

Archief

Kleinknecht mag geen gelijk hebben

Esther Bijlo − 18/11/00, 00:00

Iedere gulden die de overheid besteedt aan het stimuleren van onderzoek en ontwikkeling in bedrijven, levert op termijn tien gulden op. Dat heeft het ministerie van economische zaken uitgerekend. Het ministerie is opgetogen met deze uitkomst. ,,Zeer positief, veel positiever ook dan veel kamerleden denken'', zei J. van Sinderen, een hoge ambtenaar van het ministerie, deze week tijdens een debat over productiviteit georganiseerd door het Vakbondsmuseum. De scepsis van kamerleden over de rol van de overheid bij het stimuleren van onderzoek, was dan ook de reden om er eens een rekenmodel op los te laten, erkende Van Sinderen.

Het ministerie kan zich met de cijfers mengen in de discussie over de lage groei van de productiviteit in Nederland. Nu de werkloosheid is bedongen, is de productiviteit tot nieuw probleem van de nationale economie gebombardeerd. ,,De productiviteit moet omhoog om economische groei te realiseren'', stelde Van Sinderen, ,,anders zullen vanwege de krapte op de arbeidsmarkt de lonen te hard gaan stijgen.''

De productiviteit groeit in Nederland al jaren met ongeveer 1 procent, minder dan gemiddeld in andere westerse economieën. Tegelijk steken Nederlandse bedrijven slechts 1,08 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in onderzoek en ontwikkeling, blijkt uit de laatste CBS-cijfers. In de VS is dat twee keer zoveel, in de gemiddelde westerse economie anderhalf keer zo hoog. In Nederland wordt dat onderzoeksgeld dan nog eens voor het grootste deel uitgegeven door vijf grote multinationals. Ook als het gaat om de ontwikkeling van nieuwe producten scoort Nederland slecht.

Eén en één is twee, denkt EZ. Als Nederlandse bedrijven meer aan innovatie doen, gaat de productiviteit omhoog. En het heeft dus effect als de overheid onderzoek stimuleert. Het heeft niet veel zin de winstbelasting te verlagen, stelt het ministerie in één adem vast. Dat helpt de arbeidsproductiviteit erg weinig en levert sowieso niet veel extra groei op. Een prettige bijkomstigheid voor de schatkist en een tegenvaller voor de VVD en de werkgevers die het graag over verlaging van de winstbelasting willen hebben.

Maar één en één kan dan wel twee zijn, het ministerie doet niet uit de doeken waarom Nederlandse bedrijven zo weinig aan innovatie doen. Zijn Nederlandse ondernemers lui? Kijken ze alleen naar de korte termijn? Zijn ze slecht opgeleid? Of zijn de lonen in Nederland zo lang gematigd dat ze weinig prikkel hadden om in nieuwe technologieën te investeren? Met name de laatste mogelijkheid bevindt zich in de no-go area voor Nederlandse beleidsmakers. Het is de stelling van de hoogleraar Kleinknecht. Al jaren -en ook deze week in het Vakbondsmuseum- brengt hij naar voren dat loonmatiging een keerzijde heeft. Als arbeid goedkoop is, zal een ondernemer minder snel in nieuwe machines en technieken investeren en dus zal de productiviteit minder snel toenemen.

Opvallend genoeg stelt Economische Zaken wel dezelfde diagnose voor de Nederlandse economie als Kleinknecht. De economie is zo hard gegroeid door het grote aanbod van arbeid en niet dankzij hoge investeringen of innovatie, constateert het ministerie. Factor driven heet dat. Kleinknecht heeft er een wat minder vleiende benaming voor: een 'Oost-Europees groeimodel'. Dezelfde diagnose, maar het lijkt alsof Economische Zaken nog liever het ministerie opheft, dan te erkennen dat loonmatiging daar wel eens een rol in gespeeld zou kunnen hebben.

mailIcon print |