Maandag kunnen 250 eerstejaars vrijetijdskunde toch aan de Hogeschool Holland in Diemen met hun studie beginnen. Hun studieplaats stond op de tocht, omdat Diemen bij vrijetijdskunde eigenlijk maar 150 eerstejaars mag aannemen, maar tegen de zin van de concurrentie 400 jongeren toeliet.
De hogeschool trotseert met de toelating van de 250 eerstejaars een boete van een kwart miljoen, want in kort geding gaf de rechter in juli twee protesterende concurrenten, de hogescholen van Breda en Leeuwarden, gelijk en legde die boete op.
Echter, de Hogeschool voor Toerisme (Breda) en de christelijke hogeschool Noord-Nederland (Leeuwarden) vinden die boete onvoldoende en eisen in beroep vijf miljoen. Breda en Leeuwarden beroepen zich op een vier jaar oude afspraak tussen de drie opleiders. Destijds was de arbeidsmarkt voor vrijetijdskundigen minder gunstig dan nu, reden waarom de toen nieuwe opleiding in Diemen aan een maximum van 150 eerstejaars werd gebonden.
,,Toen was niet te voorzien dat de arbeidsmarkt nu om vrijetijdskundigen zou schreeuwen'', zegt de manager van de Diemense academie, G. Peeters. Inmiddels is dat volgens hem wel het geval, en daarom acht Diemen zich niet meer aan de oude afspraak gehouden: ,,Het kan niet zo zijn dat wij wel en zij niet aan een maximum gebonden zijn'', aldus Peeters. De afgelopen jaren groeide Diemen overigens al uit boven het maximum van 150, zonder dat Breda of Leeuwarden toen bezwaar maakten.
Diemen besloot de 250 'boventallige' eerstejaars nu, ondanks de uitspraak van de rechter, toch toe te laten, omdat deze week uit een peiling onder de 400 eerstejaars bleek dat ze twee alternatieven beide afwezen: in Breda of Leeuwarden vrijetijdskunde studeren, of in Diemen een andere studie kiezen.
De studentenorganisatie ISO noemde de Diemense eerstejaars deze week 'de dupe van wanbestuur', en verwijt de hogeschool ook dat ze de studenten pas een week voor de start van het collegejaar op de hoogte bracht.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.