*

 
dossier

Archief

Angst voor inflatie van het mensbeeld

Ruud van Heese en Bas de Vries − 03/02/00, 00:00

Als het aan CDA-kamerlid Clemence Ross ligt, haalt het paarse euthansie-wetsvoorstel de eindstreep niet. Zeker, haar partij heeft enkele jaren geleden meegewerkt aan regelgeving die euthanasie mogelijk maakt. Ze vindt dan ook niet dat euthanasie nooit mag. ,,Ik erken dat er een moment kan komen waarop een arts vaststelt dat zijn koffertje leeg is'', zegt Ross.

Niettemin heeft ze fundamentele bezwaren tegen het voorstel van het kabinet. Allereerst komt het veel te vroeg. Er is nog te weinig zicht op de huidige euthanasiepraktijk en er is nog te weinig werk gemaakt van de zorg voor en de pijnbestrijding bij stervenden. Verder trekt het kabinet in de ogen van Ross de grenzen veel te ruim.

Vlak voor de verkiezingen van 1998 kwamen de fracties van PvdA, VVD en D66 met een initiatiefwetsvoorstel om in het wetboek van strafrecht vast te leggen dat een arts, die ingaat op het verzoek van een patiënt om euthanasie of hulp bij zelfdoding, vrijuit kan gaan, mits hij aan een reeks zorgvuldigheidseisen heeft voldaan.

Het tweede paarse kabinet nam het voorstel van de drie regeringsfracties over en diende het vorig jaar zomer als eigen wetsvoorstel in bij de Tweede Kamer. Belangrijk doel is het bieden van meer rechtszekerheid aan artsen. Veel medici hebben er moeite mee dat ze kunnen worden vervolgd wegens het benemen van iemands leven. Het kabinet hoopt dat de voorgestelde aanpassing van het wetboek van strafrecht meer artsen zal stimuleren om gevallen van euthanasie te melden, zodat het niet meer stiekem gebeurt. Een belangrijke rol is daarbij weggelegd voor toetsingscommissies. Als zo'n commissie tot de slotsom komt dat er zorgvuldig is gehandeld, is daarmee in principe de kous af en komt de officier van justitie er niet meer aan te pas.

De kamerfracties leveren dezer dagen hun 'verslag' in, hun bijdrage aan de uitvoerige schriftelijke gedachtewisseling met het kabinet. Gezien de afspraken tussen PvdA, VVD en D66 maakt het wetsvoorstel een goede kans een ruime meerderheid te krijgen. Weliswaar heeft het kabinet beloofd rekening te houden met de argumenten van de tegenstanders, maar het lijkt niet erg waarschijnlijk dat die het kunnen tegenhouden.

Het CDA is bang dat het wetsvoorstel, ondanks de verzekering van minister Borst van Volksgezondheid dat hiermee nu ook voor haar de grens is bereikt, ontwikkelingen in gang zet die niemand wil, in elk geval het CDA niet. ,,Als we euthanasie gaan zien als een verlengstuk van medisch handelen, dan vallen de hoge drempels weg die we nu nog hebben. En dat zal dan ook z'n effecten hebben op de relatie tussen arts en patiënt. Dan komen we in de situatie dat een arts euthanasie gewoonweg niet kan weigeren aan zijn patiënt.''

Ross vreest dat het voorstel op die manier de deur verder openzet naar een samenleving die niet weet om te gaan met zieken en gebrekkigen. Een samenleving waarin deze groepen onder druk komen te staan om maar euthanasie te laten plegen zodat ze de samenleving niet langer tot last zijn. Zij vreest dat het (door het CDA afgewezen) recht op euthanasie uiteindelijk verwordt tot een zogevoelde plicht om euthanasie te ondergaan.

VERVOLG OP PAGINA 17

Angst voor inflatie van mensbeeld

VERVOLG VAN PAGINA 15

In haar 'verslag' waarschuwt ze: ,,Onverkort zal de geldende grondregel worden gehandhaafd, dat menselijk leven, beginnend of eindigend, ziek of gezond, beschadigd of onbeschadigd, onvoorwaardelijke bescherming behoeft en verdient. Voorwaardelijke legalisering van euthanasie zal die grondregel aantasten en die zekerheid van bescherming ondermijnen.''

,,Wij zij bang voor inflatie van het mensbeeld'', zegt ze. ,,Er wordt al heel snel, te snel, gesproken over ontluistering.'' Ross komt met het voorbeeld van een dementerende vrouw, die in een verpleeghuis haar dagen vult met het van de ene naar de andere deur lopen. ,,Ontluisterend om te zien? Jazeker. Maar je kunt ook zeggen: ik zet die mevrouw in een rolstoel en neem haar mee naar het park.''

Dat het kabinet meer rechtszekerheid wil bieden aan artsen, vindt ze helemaal verkeerd. ,,Artsen lopen al nauwelijks de kans dat zij worden vervolgd. Kijk maar naar de uitspraken van rechters in euthanasiezaken. Zelfs als het ging om psychisch lijden of om euthanasie op een demente bejaarde werd een arts niet vervolgd. Dus artsen hoeven daar helemaal niet zo bang voor te zijn.''

,,Ik zie wel dat artsen zich gecriminaliseerd voelen. En daar moet je ook iets aan proberen te doen. Dat kan in uiterlijkheden zitten: niet een artsenpraktijk binnenvallen terwijl de wachtkamer vol zit, bijvoorbeeld. Ik kan me heel goed voorstellen dat artsen het oprecht zo voelen dat ze hun patiënten helpen. Veel patiënten voelen het zelf ook zo. Ik ben ervan overtuigd dat 99 procent van de artsen zorgvuldig handelt. Maar ik wil waarborgen stellen, voor het geval iemand minder nobele bedoelingen mocht hebben.''

Ze is het dan ook helemaal niet eens met het voornemen van het kabinet om het openbaar ministerie op de achtergrond te plaatsen, als een toetsingscommissie heeft uitgesproken dat een arts zorgvuldig heeft gehandeld. ,,Wij willen duidelijk hebben dat het openbaar ministerie altijd nog naar zo'n zaak kan kijken, ook als de toetsingscommissie tot een positief oordeel komt over het handelen van een arts. Wat het kabinet voorstelt, is een vorm van lekenrechtspraak. Als men niet wordt vervolgd, dan moet dat alleen maar kunnen op grond van een uitspraak van het openbaar ministerie of de rechter.''

Niet de rechtspositie van de arts moet centraal worden gesteld, vindt het CDA, maar die van de patiënt. Al gaat dat voor het CDA nooit zo ver dat die een absoluut recht op euthanasie of hulp bij zelfdoding krijgt. Ross: ,,Het kabinet gaat uit van een autonoom mensbeeld. Vooral minister Borst beschouwen wij als een aanhanger van dat idee. Wij stellen daartegenover dat een mens nooit alleen op zichzelf betrokken kan zijn, maar altijd moet worden gezien in relatie tot anderen. Ik ken maar weinig mensen die alleen op zichzelf zijn betrokken. Ik wil dat in elk geval niet als maatstaf nemen voor de inrichting van de zorg.''

mailIcon print |