Het Centraal Joods Overleg (CJO) heeft een accountantskantoor opdracht gegeven precies na te rekenen hoeveel geld van de Joodse gemeenschap nog bij de Nederlandse Staat ligt. Dat heeft woordvoerder R. Naftaniël gisteren bevestigd.
Accountantsbureau Paardekooper en Hoffman moet ,,nagaan wat voor mogelijke vermenigvuldigings-factoren kunnen worden gehanteerd op de bedragen die de overheid nog steeds onder zich heeft van Joden'', zegt Naftaniël. De overheid heeft volgens hem destijds tussen de 90 en 100 miljoen gulden binnengekregen. De accountants moeten aangeven hoe de huidige waarde van die bedragen is te berekenen.
Volgens Naftaniël wil het CJO met de berekening tot een ,,veel gebaseerder bedrag komen dan het losse bedrag dat Van Kemenade noemt. Daarmee zeg ik niet dat dat een los rapport is.'' In het advies van Van Kemenade werd voorgesteld 250 miljoen gulden aan de Joodse gemeenschap te geven. Dat zou 'redelijk en billijk' zijn. Voor een nadere onderbouwing zou te weinig informatie beschikbaar zijn. Naftaniël erkent dat het onmogelijk is om precies te schatten hoeveel geld of goederen de Nederlandse staat van Joden heeft geroofd. ,,Het gaat ons er daarom om waar het geld nu nog zit. De staat mag niet profiteren van massamoord. Van Kemenade noemt niet voor niets een bedrag.'' De uitkomst van het accountantsonderzoek gebruikt het CJO in het overleg met de staat.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.