Een gekaapte Boeing 727 van de Afghaanse vliegmaatschappij Ariana is gisteravond na verscheidene tussenstops op weg gegaan naar West-Europa. De kapers zouden de vrijlating eisen van een Afghaanse oppositieleider.
Het toestel vloog gisterochtend met 186 mensen aan boord van Kaboel naar de noordelijke stad Mazar-i-Sjarif. Het verdween van de radarschermen en dook drie uur later op in buurland Oezbekistan. Daar werd het bijgetankt, om na vier uur door te vliegen naar de plaats Aktjoebinsk in Kazachstan. Volgens sommige bronnen had het technische problemen, en is in Kazachstan een reparatie uitgevoerd. Uiteindelijk vertrok de Boeing naar Moskou.
In de Oezbeekse hoofdstad Tasjkent hadden de kapers al een tiental passagiers vrijgelaten, en in Kazachstan mochten er weer drie van boord. Russische onderhandelaars wisten in Moskou tenslotte opnieuw negen mensen vrij te krijgen, als prijs voor het vertrek dat kort daarop werd toegestaan. Waar de kapers heen wilden vliegen was bij het sluiten van deze krant nog onduidelijk.
Volgens de vrijgelaten passagiers zijn er minstens zes kapers aan boord. Ze zijn gewapend met pistolen, handgranaten en messen.
In Afghanistan hebben de Taliban vrijwel het gehele land in handen. De oppositie bestaat vooral uit etnische minderheden als Oezbeken en Tadzjieken. Zij is vooral in het noorden van het land actief.
De Afghaanse oppositieleider Ahmed Sjah Massoed ontkende gisteren iets met de kaping van doen te hebben. De man die de kapers vrij zouden willen hebben is Ismail Khan. Hij zit sinds 1997 in een gevangenis van de Taliban.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.