Minister Korthals (VVD) van justitie heeft de 'stellige overtuiging' dat bij het rampzalig verlopen Dovertransport van 60 illegale Chinezen geen sprake is geweest van het bewust doorlaten van mensen.
,,Mocht later blijken dat dat toch het geval is geweest, dan ontstaat een bijzonder onplezierige situatie voor de minister van justitie'', zei Korthals gisteren met het nodige gevoel voor understatement in een overleg met kamerleden.
De minister had in september al 'naar eer en geweten' gezegd dat doorlaten niet aan de orde was geweest. Maar hij heeft voor alle zekerheid binnen Justitie en het openbaar ministerie laten nagaan of niet daar toestemming is verleend voor deze omstreden opsporingsmethode. Het middel, waarbij de politie een mensentransport ongemoeid laat en volgt in de hoop een smokkelorganisatie op te kunnen rollen, is verboden tenzij de minister van justitie daar toestemming voor geeft.
Dat doet hij alleen bij hoge uitzondering en slechts als de gezondheid of de levens van de mensen die zich laten smokkelen (het gaat hier niet om mensenhandel) geen gevaar lopen.
Dat nu ging in de Doverzaak faliekant verkeerd. In het weekeinde van 17/18 juni werden in Dover 58 van de 60 illegale Chinezen dood aangetroffen in een Nederlandse vrachtwagen. ,,Ik heb echter geen enkele indicatie, ook niet ten aanzien van lagere niveaus, dat hier sprake is van doorlaten.''
Korthals erkende gisteren dat de voortvluchtige hoofdverdachte in de Doverzaak, ü., contacten had met een Chinese vrouw (K.) die in de politieregisters stond wegens mensensmokkel. Kamerleden wilden weten of dit feit (maandag uitgelekt via NRC Handelsblad) voor de politie geen reden had moeten zijn ü. juist goed in de gaten te houden, in plaats van het observeren van de man in het fatale weekeinde te staken. Volgens Korthals had de man slechts een amoureuze relatie met K. De politie hield ü. in de gaten in het kader van een andere mensensmokkelzaak: van Koerden. Van het illegale transport van Chinezen naar Dover wist de politie niets.
De minister kwam gisteren geen moment in politieke moeilijkheden. Niettemin vinden vooral kamerleden van D66, CDA, GroenLinks en RPF/GPV dat de politie voldoende aanwijzingen had om actiever op te treden. ,,Hoeveel feiten heeft de politie nodig om te komen tot een concrete verdenking. Zij hoeft toch geen sluitend bewijs te hebben om in actie te komen?'' stelde kamerlid Rouvoet (RPF/GPV).
In het verlengde hiervan blijven kamerleden zitten met de vraag of het Doverdrama wellicht had kunnen worden voorkomen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.