*

 
dossier

Archief

Afwijzen euthanasiewet duidt op oud godsbeeld

Hans Visser − 05/12/00, 00:00

Met het verwerpen van de nieuwe euthanasiewet wekken de kerken de indruk dat de mens zich voor alle zaken van leven en dood nog altijd achter God kan verschuilen. Alsof er geen medische technologie zou zijn die de mens zelf verantwoordelijk maakt.

In de nieuwe euthanasiewetgeving drukken wij onze verantwoordelijkheid uit voor de dood. Het is daarom verdrietig dat de grotere kerken zich verzetten tegen deze wet.

Soms lijkt het erop alsof we nog steeds niet geluisterd hebben naar Friedrich Nietzsche. We verschuilen ons achter God. We willen Hem gebruiken als een verklaring voor de problemen van leven en dood. Dietrich Bonhoeffer leerde ons God als stoplap los te laten. Godsbeelden evolueren ook in de geschiedenis. Je gelooft toch in een God die met zijn tijd meegaat?

Soms bekruipt mij het gevoel dat God ons ver vooruit is en wij maar achterblijven en ons koesteren in oude gedachten. De grondslag van het scheppingsverhaal is dat onze verantwoordelijkheid steeds toeneemt. De mens is als partner van God op aarde gezet om daar zijn werk voort te zetten. Toen onze kennis nog onvolmaakter was, schreven wij in alle oprechtheid veel handelingen toe aan God. Nu onze kennis is vermeerderd beseffen wij dat de verantwoordelijkheden ook verder toenemen en dat wij ons niet achter God kunnen verschuilen.

Mensen zijn bijvoorbeeld verantwoordelijk voor de geboorte van nieuw leven. Wij zetten niet zomaar een kind op deze aarde. Er wordt over nagedacht. Is er voldoende zorg? Is er perspectief voor dit kind? Is dit kind een menswaardig leven beschoren? Deze verantwoordelijkheid hebben wij ook vastgelegd in wetgeving. Terecht.

De eindigheid van het leven is nog altijd realiteit. Maar deze eindigheid valt op te rekken. Er zijn tijden geweest dat mensen niet ouder werden dan veertig jaar. Nu mag dat al gemiddeld tachtig jaar zijn. Dat is een sublieme vooruitgang in de geschiedenis.

Gelovigen staan in een traditie waarin altijd opgeroepen werd om zieken te verzorgen, zo mogelijk ziekten te voorkomen. We hebben nooit geleerd om in ziekten te berusten.

Ook de dood valt thans binnen ons verantwoordelijkheidsbereik, ook al hebben we hem nog niet in eigen hand. Een gruwelijk verkeersongeluk, een natuurramp kan ons leven abrupt beëindigen. Maar er zijn talloze ziekten die vroeger onze dood bespoedigd zouden hebben welke we thans onder controle hebben.

Met apparatuur kunnen wij mensen in leven houden die eigenlijk moeten sterven. In sommige gevallen is het uitzichtloze lijden van mensen te verlengen. Het is daarom onze verantwoordelijkheid zorg te dragen voor een menswaardige dood. Ook dat dient te geschieden in zorgvuldig overleg met alle betrokkenen. Terecht leggen we dat vast in wetgeving.

Volgens de kerken wordt er thans een grens gepasseerd die eigenlijk nooit overschreden had mogen worden. De vraag is over welke grens we het eigenlijk hebben. Geloof en wetenschap moedigen ons juist aan om grenzen te overschrijden en nieuwe verantwoordelijkheden te aanvaarden. Natuurlijk zal dat wel eens gepaard gaan met vallen en weer opstaan. Er zullen vergissingen gemaakt worden. Maar daarvan valt weer te leren. We zullen altijd grote nadruk moeten leggen op de ethiek.

In mijn werk als dominee heb ik enkele mensen bijgestaan die gekozen hadden voor euthanasie. Het ging om rijpe besluiten. Het waren mensen die uitzichtloos en ondraaglijk leden en nog bij hun volle bewustzijn waren. Zij wilden ook de keuze voor de dood verantwoorden tegenover God. Gelovige mensen beschouwen immers het leven als een geschenk. Dat geschenk kan in dank aanvaard worden. Wij kunnen genieten van het leven. We kunnen er verantwoordelijk voor zijn. Maar er kan een moment zijn dat wij ons leven weer toevertrouwen aan God, van wie we het ontvangen hebben.

Geloven is altijd een interpretatie van het leven, maar deze interpretatie moet wel in evenwicht zijn met onze kennis. We geloven niet dat God een ziel geeft en een ziel neemt. We geloven in de verbondenheid van geest en lichaam. Onze ziel is onze identiteit, datgene wat ons uniek maakt.

God valt niet samen met het natuurgebeuren. Een gelovig mens kan God ervaren als de grond van zijn werkelijkheid. Hij kan dankbaar zijn voor het leven. Tegelijkertijd wordt hij in het leven geconfronteerd met gebeurtenissen die het menselijk leven bedreigen, ondermijnen, ziek maken. Het is nu juist onze verantwoordelijkheid om oorzaken van deze gebeurtenissen op te sporen en te bestrijden.

In bijbelse tijden kon dit alles niet worden voorzien, maar dat wil niet zeggen dat ik instem met Femke Halsema van GroenLinks, die op denkt dat deze wetgeving ons nu eindelijk bevrijdt van God, kerk en geloof. Dan lijkt het erop dat zij hetzelfde godsbeeld hanteert als de SGP.

De joods-christelijke traditie zet ons daarentegen op een goed spoor. In deze traditie wordt niet gefilosofeerd over wie God eigenlijk is. Nee, in deze traditie is God een voortdurend appèl op onze verantwoordelijkheid. Jezus is daarvan een getuigenis. Hij leert ons wat compassie is. Hij heeft het zelfs voorgeleefd. Niet langer geldt meer het recht van de sterkste of van de slimste. Deze compassie hoort de zenuw te zijn van onze verantwoordelijkheid.

Deze zelfde compassie moet ons tevens uitnodigen tot wetgeving, om menswaardigheid te stimuleren en te garanderen. Het doet me verdriet dat al die christelijke partijen in de Kamer zich, gesteund door de kerken, verzetten tegen de euthanasiewetgeving. Nog altijd gaapt er een diepe kloof tussen de liturgie op zondag in de kerk en wat er op maandag gebeurt in een medisch laboratorium.

Wanneer wordt het ons, gelovigen ernst om de verantwoordelijkheid voor geboorte, leven en dood ten volle te aanvaarden?

mailIcon print |