*

 
dossier

Archief

De Raad voor Cultuur meet met verschillende maten

Peter van der Lint − 15/07/00, 00:00

Kwaliteit was het toverwoord in het advies van de Raad voor Cultuur. Met dat begrip als leidend criterium in de beoordeling heeft de raad twee maanden terug de staatssecretaris geadviseerd om tien miljoen te bezuinigen op het orkestenbudget. Het vrijkomende geld zou verdeeld moeten worden over kleinere en vernieuwende muziek ensembles. In praktijk hield het bezuinigingsvoorstel in dat drie orkesten opgedoekt dienden te worden.

De reacties die deze dreigende opheffing van het Noordhollands Philharmonisch Orkest (NPO), het Radio Symfonie Orkest (RSO) en het Nederlands Kamerorkest (NKO) teweegbrachten lieten zich raden. Het NPO organiseerde al een protestconcert, het RSO doet dat op 5 september en het NKO hield zich voorlopig bij een inhoudelijke aanval op de nota. Vreemd was wel dat geen van de regionale orkesten zich solidair toonde met hun muzikale collega's in Haarlem, terwijl zij toch in het verleden gebroederlijk de strijd aanbonden tegen eerdere bezuinigingen.

Overheersend in de kritiek op de raad is de constatering dat kwaliteit nou juist niet in alle gevallen het leidend criterium is geweest. De directeur van het NPO, Stan Paardekoper, is ervan overtuigd dat zijn orkest niet het slachtoffer is van te weinig betoonde kwaliteit, maar van gewenste veranderingen in het orkestenbestel.

Kunsten '92 (Vereniging van instellingen voor kunst, cultuur en cultuurbehoud) stelde in een brief van eind juni aan staatssecretaris Van der Ploeg vast, dat in een aantal gevallen ondanks positieve beoordeling van de kwaliteit toch een negatief advies gegeven is: 'Daar waar in het ene geval kwaliteit in combinatie met andere factoren als vernieuwing en publieksbereik een doorslaggevend argument is om wel positief te adviseren, is het dat in het andere geval juist niet.'

Kunsten '92 constateert verder 'dat een systematische evaluatie van instellingen en analyse van sectoren niet in alle gevallen voldoende heeft plaatsgevonden'. Volgens de vereniging ontbreken inzichtelijke analyses en conclusies en staan sommige adviezen wat betreft hun uitgangspunten haaks op voorgaande adviezen, zonder dat een discussie over deze uitgangspunten met de instellingen heeft plaatsgevonden. Met het principe: eerst kijken wat erin moet en dan bepalen wat eruit kan heeft de Raad zichzelf voor grote problemen geplaatst, vindt Kunsten '92 die in deze conclusie deze week gesteund werd door Pearle, de vereniging van Europese podiumkunstinstellingen. In de jaarvergadering in Parijs stelde Pearle dat de Raad met twee maten meet.

Opvallend is dat het Radio Filharmonisch Orkest buiten schootsafstand is gebleven. De kwaliteit van het RFO staat buiten kijf, maar dit orkest programmeert meer onafhankelijk van de omroepen dan het RSO, waarvan de kwaliteit ook al even onomstreden is. Al dan niet met chef-dirigent Edo de Waart op de bok speelt het RFO op de grote podia (Concertgebouw, De Doelen) veel Beethoven, Bruckner, Mahler, Strauss en Sjostakovitsj, repertoire dat de grote orkesten in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag al voor hun rekening nemen. Van de veertig geplande concerten voor het komend seizoen speelt het RFO er slechts acht in Muziekcentrum Vredenburg; en buiten de studio's in Hilversum is Vredenburg toch de eigenlijke stek voor de radio-orkesten. Het RSO doet vierentwintig van de negenendertig concerten (waarop zeer veelzijdig repertoire gespeeld wordt) in Vredenburg. Als de staatssecretaris het advies overneemt heeft dat derhalve ook grote gevolgen voor Vredenburg en de omroepen.

In het licht van losse opmerkingen in de media is een en ander misschien beter te begrijpen. Zo had Pierre Audi, artistiek directeur van De Nederlandse Opera, het onlangs in NRC Handelsblad terloops over het RFO. Als Hartmut Haenchen afscheid zou nemen bij het Nederlands Philharmonisch Orkest (waar overigens nog geen sprake van is), dan zou volgens Audi de operabegeleidingstaak van het NedPho geher-evalueerd kunnen worden. Het RFO zou dan vaker aan kunnen schuiven in de operabak, zodat De Waart als chefdirigent van de Opera er met zijn eigen orkest kan werken.

Wie even doordenkt over deze opmerking ziet de opheffing van het NedPho in een volgende cultuurnota al opdoemen. De voorkeur van déze raad voor het Radio Kamerorkest ten nadele van het Nederlands Kamerorkest spreekt wat dat betreft boekdelen.

mailIcon print |