Op zoek naar een gedicht voor een dode vader blijkt er maar heel weinig bruikbaar om te lezen tijdens een begrafenis. Geen gedicht van mijn dichterheld Reve - of kan ik het gewoon niet vinden in 'Verzamelde Gedichten'? Rutger Kopland dan - onvoorstelbaar prachtig, de gedichten bij de dood van zijn vader, over die merkwaardige stille sfeer die er kort na het sterven van een ouder kan zijn, in het ouderlijk huis, tussen de andere kinderen, rond de achterblijvende moeder of vader, als je de blik laat dwalen over de dingen die we meestal veronachtzamen vanwege hun tijdelijkheid, maar die opeens eeuwiger lijken dan het lichaam en het leven van een mens, dingen die juist daardoor nog futieler zijn dan normaliter.
Bij Pasternak - niets, althans niet in de 'Selected Poems'. Straks Elizabeth Eybers doorvlooien of Hans Warren of Michelangelo of Huub Oosterhuis of Leonard Cohen of Charlotte Mutsaert. God laat zich vooralsnog gemakkelijker vinden bij de dichters dan vaders, alsof God meer bij hen aan huis kwam dan de vaders, wat toch niet zo is. Ik kan in alle rust zoeken. De dood van mijn vader vond plaats toen de vorige eeuw nog lang niet gestorven was. Zal ik vinden wat ik zoek, zal ik vinden wat de vriend voor wie ik zoek zoekt?
Waar moet zo'n gedicht trouwens over gaan? Heeft jouw vader je ooit gezegd dat hij van je hield of woorden gebruikt van gelijke strekking? 'Nooit.' Vaders van de oude stempel gaven nog liever de autosleuteltjes aan hun zoons en dochters dan dat ze het wisselgeld van de liefde uit hun broekzakhart haalden. Om mij heen sterven nog veel vaders van de oude stempel. Op hun begrafenis gaat het nooit over de problematische relatie die we met onze vader hebben. Hebben, niet hadden. Vaders en moeders gaan wel dood, maar ze klotsen toch door in ons lijf, in ons denken, in ons bestaan als golven die alsmaar tegen de rotsen beuken; rotsen blijken wij, hun kinderen, weerbarstiger dan de steen waaruit de beeldhouwer het beeld haalt dat er al in verborgen zit, dus beukt de vadergolf of de moedergolf door in een poging ons toch nog te vormen en te polijsten naar hoe zij ons gedacht hebben.
Misschien wordt er over de problematische relaties met vader gesproken door dichters/zonen en dichteressen/dochters bij de begrafenis van hun vaders, in gelegenheidsgedichten. Maar wat hebben wij daar aan?
Als je geluk hebt is er voor de dood van een ouder gesproken over de uitvaartverzekering en is het ouderlijk huis al onttakeld toen pa of ma (of allebei) kleiner gingen wonen. Als je geen geluk hebt, is zelfs dat niet gebeurd. Maar erger dan dat zijn de vragen die nooit gesteld zijn, de antwoorden die nooit werden gegeven. Heb je lekker gevreeën? Wilde je ooit weg? Werd je niet gek van jullie inrichting? Was je eenzaam? Wat deed je ermee? Waarom was je zo pinnig? Waarom hield je niets voor jezelf? Wat wilde je met je leven? Wat hield je tegen? Was je terecht overal bang voor? Wat vond je het moeilijkste? Wat viel reuze mee? Vragen die je aan vrienden stelt en waarop je vrienden antwoord geeft.
Ouders worden in hun hulpeloosheid als kinderen. Alleen de omkering van rollen lijkt voor ouders en kinderen weggelegd, iets anders dan ouders of kinderen lijken zij voor elkaar niet te kunnen zijn. Is er nooit een tijd dat zij de vrienden kunnen worden van hun kinderen? En de kinderen de vrienden van hun ouders? Of voor mijn part, goede kennissen?
Tijdens begrafenissen blijkt er niets van. In de gedichten vind je de vriendschap niet terug, in de toespraken evenmin. Soms worden, net op het nippertje, in het aangezicht van de dood, Haider en Rwanda, Kohl en Peper, Schiphol en de Betuwelijn verruild voor wezenlijker woorden. 'Pa, hield je van mij?' 'Ja.' 'Waarom kon je het dan niet zeggen?' 'Dat deed je niet.' 'Kan je het nu wel?' Moeilijk. Niet alleen voor dichters.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.