*

 
dossier

Archief

Strak geregisseerde chaos mekkert voort en voort

Arend Evenhuis − 17/10/00, 00:00

Gerard Reve en Wim T. Schippers zijn meer geestverwanten van elkaar dan ze ooit zullen toegeven. Sluit die twee een kwartiertje bij elkaar op, en ze kabalen er in vrijwel identieke bewoordingen en beweringen op los. ,,Ik hou van chaos als er lijn in zit'', roept Reve. ,,Hoezo chaos?'', keft Schippers. ,,Men zegt dat ik louter oudehoer'', vervolgt Reve, ,,en dat moet ik corrigeren: wat ik schrijf is grandioos geoudehoer.''

Ziedaar de kern van Reve's en Schippers oeuvre. Dat Schippers geen romans maar radio-, televisie- en theaterdrama schrijft, doet niet ter zake. Wijdlopigheid, fantasie, ontembare koppigheid en vooral liefde voor taal, heeft hij met Reve gemeen. Reve onderscheidt katholieke, ketterse en agnostische dieren, hij knevelt en wurgt teddyberen onder de troostvolle titel 'Bezorgde ouders'. Schippers laat zes herdershonden op het toneel ronddribbelen die met hun neus een scheefhangend hondenschilderijtje rechthangen, en betrekt zijn publiek letterlijk in zijn denkraam door die toneelvoorstelling 'Going to the dogs' te noemen.

In zijn nieuwste toneelstuk 'Zonder titel' treden geen dieren aan, hoewel Schippers al in de eerste regieaanwijzing voorschrijft dat er 'een baardige herder met zijn kudde schapen voorlangs trekt' die prompt op de zwarte kat van een toverheks stuit, waardoor de ook meespelende herdershond het wel op een keffen moet zetten.

Regisseur Titus Muizelaar schrapte die openingsscène niet zozeer omdat de schapenkarakters onvoldoende uitgewerkt zijn, maar omdat de schapen daarna geen rol meer spelen. Bovendien werd een schaapskudde plus hoeder in een stuk waarin vrijwel de hele troupe van Toneelgroep Amsterdam aantreedt, lichtelijk begrotelijk. Jammer, want die slechts seconden durende sleutelscène was geheid de triomf van de voorstelling geweest. Schippers had daarmee het succesrijke BBC-programma 'A man and his dog' (waarin schaapshonden een clubje schapen zo snel mogelijk over een bruggetje, langs paaltjes en om hekken in een kraal moeten zien te krijgen) naar de kroon gestoten.

In plaats daarvan krijgt de toeschouwer een strak geregisseerd chaostableau voorgeschoteld dat evengoed 'De stad, het vuil en de dood deel II + slot' had kunnen heten. Met zelfs een poging tot verhaal, al is het handig noch verstandig om die in een Schippersstuk te gaan zoeken. Vooruit dan: ontheemde stadsjongen biedt zich bij een kinderloos Engels echtpaar als adoptiezoon aan omdat hij liefde in het algemeen en die van zijn echte ouders in het bijzonder ontbeert. Hij sterft, herrijst en sterft ten tweede male. Doek.

Slecht wordt er niet gespeeld, de acteurs zijn tekstvast en vinden trefzeker hun weg door het stadse en theatrale gekrioel, dat door een filmprojectie op de achterwand nog eens extra wordt benadrukt. Jacqueline Blom en Kees Hulst slaan zich voortreffelijk door hun lappen BBC-Engels heen, Hajo Bruins is prettig vet als domme politiediender en opnieuw speelt hoofdpersoon Roeland Fernhout kroonprins Pierre Bokma van de planken.

Maar wat doen die acteurs in vredesnaam in dit toneelstuk? Toneelspelen, zoveel is zeker. Maar hoe komt het dan dat er vanaf de eerste tot laatste minuut aanhoudend diezelfde vraag door het hoofd beiert: Dat theatrale koninkrijk, weet u wel, wordt dat nog wat? Waarom kreeg niemand het publiek massaal aan het scanderen: 'Waar zijn de schapen! Waar zijn de schapen!'?

mailIcon print |