Twee delegaties van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zijn gisteren begonnen aan een intensief crisisberaad met de Turkse regering. De rente in het land is torenhoog, de inflatie enorm, de afgelopen weken is maar liefst 6 miljard dollar het land uitgevlogen en de kredietlijnen van vele Turkse banken dreigen te worden doorgesneden.
De Turkse economie is kleiner dan die van Zweden en grofweg zelfs twee keer kleiner dan die van Nederland. De omvang van de economie van Turkije verklaart dan ook niet de grote zorg van het IMF. Ook de handel van Turkije met de buurlanden is niet van een omvang die aanleiding geeft om met groot materieel aan te rukken als de Turkse economie in de fik staat.
En toch is Turkije, anders dan Nederland en Zweden, lid van de zogeheten G20. Dat is de groep van landen, opgericht op 25 september 1999 in Washington, die voor de financiële structuur van de wereld van doorslaggevend belang zijn. De enige verklaring voor de uitnodiging van Turkije -door de Amerikanen- is de strategische ligging van het land. De Amerikaanse president Bill Clinton wees eens simpelweg naar de landkaart om het belang van Turkije aan te tonen.
Instabiliteit, economische dan wel politieke, komt op dit moment wel heel erg slecht uit. De olieprijs is hoog en Turkije kan -weliswaar niet op korte termijn, maar op lange termijn toch wel- een belangrijke rol spelen op de oliemarkt. De olieconcerns Exxon Mobil en BP Amoco hebben recent een overeenkomst getekend met Turkije voor de aanleg van een oliepijplijn ter waarde van 2,4 miljard dollar. Door de pijp moet olie stromen uit de velden rondom de Kaspische Zee. Van de havenstad Bakoe naar het Turkse Ceyhan aan de Middellandse Zee. Het Turkse staatsbedrijf Botas heeft de leiding bij de aanleg.
De pijplijn moet niet alleen het westen aansluiten op nieuwe olievelden, maar heeft ook een geopolitieke betekenis. De route via Turkije heeft de voorkeur van de Verenigde Staten boven alternatieve routes via Iran of Rusland. Landen die in de ogen van de VS aanzienlijk minder te vertrouwen zijn dan Navo-lid Turkije. Het westen houdt er nu eenmaal niet van als voor hun onbetrouwbare handen vrijelijk aan de oliekraan kunnen draaien.
Een vergelijkbaar verhaal is er ook te vertellen over de pijplijn voor gas die Turkmenistan met het westen moet verbinden. En die is ook voor Turkije zelf van belang. De binnenlandse behoefte aan gas vervijfvoudigt naar verwachting in de komende tien jaar. En het gas uit Turkmenistan wordt daarmee voor Turkije van levensbelang.
Amerikaanse banken zijn bereid de olie- en gasprojecten te financieren. Hun belangrijkste eis is dan wel dat Turkije economisch en politiek stabiel is. En die stabiliteit is bij de huidige slechte economische cijfers verre van gegarandeerd. Turkije heeft snel behoefte aan geld. Het IMF kan voor 21 december een half miljard dollar lenen. Dat bedrag is onderdeel van een lening ter waarde van 3,7 miljard dollar die bestemd is om het anti-inflatieprogramma van de Turkse regering te financieren. De Europese Unie heeft gisteren een lening van een miljard gulden toegezegd.
De eerste noodmaatregel voor Turkije lijkt echter het opkopen van veel banken die op het punt staan om om te vallen. De regering heeft inmiddels tien banken onder controle, maar gevreesd wordt dat veel meer Turkse banken op te grote voet hebben geleefd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.