Vandaag debatteert de kamercommissie voor sociale zaken en werkgelegenheid met staatssecretaris Hoogervorst over de regels voor WAO-keuringen. Een algemene maatregel van bestuur (AMvB) moet mensen met een 'moeilijk objectiveerbare' ziekte niet langer uitsluiten van een WAO uitkering, vond de Kamer in 1998.
Maar dat gebeurt helemaal niet, vrezen patiëntenorganisaties en (keurings)artsen, nu het ontwerp voor deze AMvB er ligt.
De Centrale raad van beroep, de hoogste rechter in sociale verzekeringszaken, kent mensen vaak geen arbeidsongeschiktheidsuitkering toe, wanneer zij lijden aan een ziekte die 'moeilijk' of 'slecht objectiveerbaar' is, zoals het chronisch vermoeidheidssyndroom. Deze aandoening is niet te 'meten': patiënten vertonen geen aantoonbare lichamelijke afwijkingen.
In de AMvB moest van de Kamer worden vastgelegd dat dit soort gezondheidsklachten wel degelijk recht op een uitkering kunnen geven. Maar volgens de Steungroep ME en Arbeidsongeschiktheid pakt Hoogervorsts ontwerp geenszins zo uit en worden de keuringsregels alleen maar verder aangescherpt.
De angel, zeggen verschillende deskundigen, zit in die kreet 'slecht objectiveerbaar.' ,,Ik zou willen dat men daar eens over ophield'', verzucht prof.dr. J. van der Meer, internist en specialist op het gebied van chronische vermoeidheid. ,,Er zijn zoveel misvattingen over dat begrip. Er ís geen apparaat waarmee je even een meting verricht en dan kan zeggen: zo zit het.''
Toch kan Van der Meer de diagnose CVS (chronisch vermoeidheidssyndroom) goed stellen, verzekert hij. ,,Als ik een patiënt onderzoek die het klassieke klachtenpatroon vertoont en die een plausibel verhaal heeft waardoor ik zeker ben dat hij de zaak niet bedondert, dan krijg ik voldoende aanwijzingen. Als je om meer 'bewijzen' gaat vragen, krijg je allerlei charlatannerie. Dan gaan patiënten op zoek naar surrogaat-bewijzen voor hun klachten, zoals twijfelachtige bloedtesten, waarmee ze hun eigen verhaal alleen maar ondergraven.''
Onze sociale wetgeving roept deze vertroebeling van de discussie over zichzelf af, vindt Van der Meer. ,,Om objectief bewijs vragen kost veel tijd en veel geld en het levert niets op. Het frustreert de oplossing slechts. Al die energie zou beter kunnen gaan naar het helpen van deze patiënten bij hun herstel.''
Ook verzekeringsarts J. Wijers stelt dat hij uit het persoonlijke relaas van een patiënt kan opmaken of iemand nog (al dan niet gedeeltelijk) kan werken. ,,Meten is weten? Ha! Dat komt maar zelden voor. Je gaat af op de klachten, het beloop daarvan en de invloed op iemands functioneren. Dat zijn subjectieve gegevens, maar die kunnen genoeg zeggen over de belastbaarheid van de patiënt.''
De politiek vertrouwt dit de keuringsarts echter niet toe, zegt Wijers. ,,Ik vind het zeer verontrustend dat een patiënt die nog net zijn eigen boterham kan smeren, toch langs moet bij een arbeidsdeskundige om voor werk te worden beoordeeld.''
,,Natuurlijk is er altijd een kleine groep die de boel wellicht belazert'', zegt prof. Van der Meer. ,,Maar door die enorme angst voor fraude wordt zieke mensen met ernstige klachten nu onrecht aangedaan.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.