Volgens Frits Bolkestein waait er in Nederland een poolwind tegen liberalisering van openbare nutsbedrijven. Dat betreurt hij, omdat naar hij meent het gezond verstand liberalisering voorschrijft.
De markt weet beter dan de politiek wat de consument zou willen, de consument wordt als gevolg van liberalisering getrakteerd op ,,lagere prijzen, een ruimere keus en betere dienstverlening'' (NRC Handelsblad, 7 januari). Zelden heb ik zo'n primitief en misleidend betoog gelezen van iemand die zo graag als scherp analyticus poseert. Het model van volkomen concurrentie, een markt met talloze vragers en aanbieders waar de klant tegen kostprijs precies dat krijgt wat hij wil, bestaat in de werkelijkheid niet. Dat leert elke eerstejaars student economie. Bovendien streven ondernemers ook niet naar marktwerking, hun wens is het om hun concurrenten uit te schakelen, omdat zij alleen op die manier een stevige winst kunnen boeken. Van consumentenvrijheid is evenmin sprake. Wat consumenten denken in vrijheid te kiezen, wordt voor een belangrijk deel door marketing experts bepaald en hen door een constant reclamebombardement aangepraat.
Op het terrein van de nutsvoorzieningen (openbaar vervoer, energievoorziening etcetera) is er van een echte keuze al helemaal geen sprake. Mijn huis is slechts op één waterleiding en één elektriciteitskabel aangesloten. Op station of halte is mijn enige keuze in te stappen of te gaan lopen. Wanneer Bolkesteins liberalisering doorzet, dan ben ik over enige tijd niet in staat uit drie of vier aanbieders van gas, elektriciteit of water te kiezen. Evenmin liggen er dan plotseling dubbele tramrails in de stad zodat ik een keuze zou kunnen maken uit verschillende aanbieders. Het gevolg van Bolkesteins liberalisering is een verandering van eigendomsverhoudingen en beheersstructuren waarvan de gevolgen voor de consument allerminst onverdeeld rooskleurig zijn, zeker wanneer openbare nutsvoorzieningen in handen komen van monopolisten die op het maken van winst uit zijn.
Het tv-kabelnet in Amsterdam, ooit gemeenschapsbezit, is al diverse malen doorverkocht. De huidige eigenaar is de snelste stijger op de aandelenmarkt, maar de abonnementsprijs is niet verlaagd en de keuzevrijheid voor de consument is niet vergroot. Integendeel, de Amsterdammers kunnen meedelen in de verloedering van een vercommercialiseerd media-systeem. Zo stuitend is die verloedering dat Walter Etty, verantwoordelijk voor de verramsjing van het Amsterdamse kabelnet, nu een nieuwe publieke omroep wil oprichten, samen met André van den Heuvel die kennelijk boos is omdat de publieke omroep, die eerder de programma's van zijn eigen productiemaatschappijtje uitzond, dat niet op een door hem gewenst tijdstip wil doen.
De ontwikkelingen in het openbaar vervoer, eveneens op weg naar marktwerking, liberalisering en privatisering, zijn weinig hoopgevend, minder service en hogere prijzen. Bolkestein kent de gevaren van de vorming van monopolies van op winst gerichte bedrijven op terreinen waar door technische omstandigheden van echte concurrentie geen sprake kan zijn, zoals bij publieke voorzieningen als openbaar vervoer en energievoorziening. Het huidige debat over liberalisering, privatisering en marktwerking gaat over de vraag op welke terreinen dit wel en op welke terreinen niet een heilzame werking kan hebben. De grenzen van liberalisering worden bereikt wanneer er van echte concurrentie geen sprake kan zijn. Waar die grenzen liggen kan in een zakelijk debat worden vastgesteld en dat debat begint in Nederland op gang te komen.
Bolkestein onttrekt zich aan dit debat door nog eens een slinger aan de gebedsmolen van het dogma van de marktwerking te geven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.