Van de meer dan duizend zalig- en heiligverklaringen die paus Johannes Paulus II op zijn naam heeft gezet verdient die van morgen wellicht de prijs voor de meest cynische. Heiligverklaringen zijn een mengeling van devotie, (kerk)historie, lobby voor en tegen, geld, maar het zalige duo van morgen (een trio eigenlijk, maar die brave nummer drie doet voor spek en bonen mee) zijn niet de hoofdfiguren in een speels en heilig sprookje, maar pionnen in een macaber Vaticaans stratego.
Pius IX (*1792, paus van 1846 tot 1878) en Johannes XXIII (*1881, paus van 1958 tot 1963) in één plechtigheid 'tot de eer der altaren' verheven. De eerste is de prijs die voor de tweede betaald moet worden. Johannes mag dan de meest geliefde paus van de afgelopen eeuw zijn, voor velen, en met name binnen de Vaticaanse curie, blijft hij degene die de ramen van de rk kerk heeft opengezet, waarna de storm van de jaren zestig, zeventig een enorme ravage aanrichtte.
Toch zit het cynische niet in het feit dat de anti-Johannesfactie in de kerk, om de bittere pil te verzachten, tegelijk hun eigen, meer gewenste heilig speeltje krijgen, in de persoon van de onbuigzame, antisemitische, monomane en geesteszieke dweper en potentaat Pius IX. Zo'n uitruil is met goede wil nog wel als pastorale wijsheid te begrijpen.
Maar stel nu dat de plechtigheid van morgen uitsluitend zou plaatsvinden rondom Johannes, die gemoedelijke, vrome dikkerd met zijn pretogen en zijn enorme oren. Stel dat het Pietersplein dan danig vol zou stromen, dan was dat moeilijk anders uit te leggen dan als een demonstratie, een massale hunkering naar een lente waar hij het symbool van was, maar die ze daar achter diezelfde muren in de knop hebben gebroken.
Het volk dat zijn zalige paus Johannes wou, kan hem krijgen, maar het feest moet dan wel vergald worden en de arme Johannes en de milde kerk waar hij voor staat moeten in de schaduw blijven. En zo gebeurt het, morgen daar, en in de aanloop, op deze pagina en overal.
Dezer dagen verscheen in Vlaanderen een bundel getuigenissen over Johannes XXIII, met bijdragen van onder meer kardinaal Simonis, de bisschoppen Ernst en Muskens en andere prelaten. (Paus Johannes XXIII, eenvoudig en nederig, een zalig man, The Publishing Company.) Maar de verontwaardiging over het onnodige in-de-hemel-prijzen van Pius IX verdringt de eventuele vreugde om de erkenning van Johannes.
Protesten van Joodse zijde tegen Pius die de Joden terug in het getto joeg en een Joodse jongen van zijn ouders weg liet halen en tot roomse priester opkweekte. Protest, 'bezorgdheid' van de kleine oud-katholieke kerk, die Pius IX in hoge mate persoonlijk verantwoordelijk houdt voor het schisma van zijn tijd, omdat hij op onzalige wijze het dogma van de pauselijke onfeilbaarheid heeft doorgedrukt: een 'dogmatisering van de pauselijke macht'. Protest ook van Concilium, het internationaal verband van kritische rk theologen. Zij uitten hun misnoegen over Pius, die hel en verdoemenis uitsprak over alles wat er in zijn tijd groeide aan kritisch denken, vrijheid, democratie, aan openheid voor seculiere filosofie, wetenschap en cultuur. Protest ook uit Italië. Pius' rampzalige politiek om de macht van zijn Kerkelijke Staat vast te houden heeft immers met zijn zouaven, onder wie duizenden inderhaast bij elkaar geronselde brave Hollandse boerenjongens, Midden-Italië in een bloedige burgeroorlog gesleurd.
Bevreemding en volslagen onbegrip: de huidige paus betuigt spijt, spreekt mea culpa's voor eeuwen van jodenhaat binnen zijn kerk, voor het gebrek aan eerbied voor de mensenrechten, zelfs aan eerbied voor het leven; en diezelfde paus spreekt een halfjaar later de zaligverklaring uit over een voorganger die dat allemaal personifieert.
Protest. Protest. Protest: en hoe bozer de Joden, hoe bezorgder de oud-katholieken, hoe perplexer de theologen, de kranten zijn en hoe bijtender liberaal Italië, des te beter, want des te ongevaarlijker blijft Johannes die nog steeds wordt gevreesd als potentiële cultfiguur, als 'het andere gezicht' van de kerk.
Was paus Pius IX zo erg? In kritische beschrijvingen van zijn bizarre pontificaat komt hij naar voren als iemand die bij wijze van spreken ook best zichzelf heilig had willen verklaren, met de titel martelaar uiteraard, omdat hij zoveel had geleden. Toen hij in 1871 25 jaar paus was, mocht er voor het zilveren jubileum best een feestje af. Maar volgens de overlevering was hij daarmee de eerste die in die achttien eeuwen langer op de Zetel van Rome had gezeten dan de apostel Petrus zelf. En zo megalomaan was Pius inmiddels dat hij die overtreffing van Petrus als het zoveelste bewijs zag van zijn bijzondere goddelijke zending.
Had hij dan niets dat vóór hem pleitte? Toen de kardinalen in 1846 de betrekkelijk jonge bisschop van Imola, graaf Giovanni Maria Mastai-Ferretti als opvolger aanwezen van de reactionaire, mensenschuwe paus Gregorius XVI kozen zij voor een opener iemand met sympathieke uitstraling. Hij zou zelfs enige oren hebben naar politieke verandering en democratie, een gematigde liberaal.
De geschiedenis haalde hem in, hem en zijn idee dat de Kerkelijke Staat, dat sociaal en economisch meest achterlijke deel van de Italiaanse laars, noodzakelijk was om de wereldkerk onafhankelijk te besturen. Zijn vroomheid, zijn strijdbaarheid vóór de kerk en tegen de secularisatie schiepen ook een kring van grote bewonderaars, niet het minst in het verre Nederland, waar de emanciperende katholieken juist in deze lijdende strijder een geestelijke vader-koning zagen.
Onder hen niemand minder dan de befaamde priester-politicus dr. Herman Schaepman. Als het werk in de Kamer of voor kranten als Het Centrum en De Tijd het maar even toelieten zette Schaepman zich aan het dichten. En als hij eenmaal over zijn grote idool Pius IX begon dan leek de stroom niet te stelpen.
Aan U, o Koning der eeuwen,
aan U blijft de zegekroon,
onsterf'lijk schittert uw glorie
door alle haat en hoon!
De volkeren verdwijnen,
maar luider klinkt het lied:
De wereldzon blijft schijnen,
haar glansen sterven niet!
Hoor! juub'lend naderen d'eeuwen
met psalmen vol hoger gloed,
in brede koren weerklinken
de Koning huld' en groet!
Hoe schateren hun zangen,
langs aard' en luchtgebied:
De Koning aller ere
zij leven, liefd' en lied!
(...) Des kruises glorie omvonkelt
o Koning, uw doornenhoed,
in vlekkeloos stralenden luister
gewonnen door het bloed (...)
O Leeuw door God ons gegeven,
Vertrooster in nood en rouw,-
wij blijven in leven en sterven,
wij blijven u getrouw.
Wij kennen 't woord der eeuwen,
wat ook deze eeuw ons nam;
door God zal triomfeeren
de Leeuw uit Juda's stam!
Toen onlangs die 'Koning der eeuwen' eens in deze krant opdook schreven lezers dat dat toch op Christus sloeg en niet op Pius IX of welke paus dan ook. En inderdaad in later tijd werden delen van Schaepmans gerijm met overgave gezongen voor de Heiland zelf, gewijzigd hoefde er niets, maar zo was het niet bedoeld.
In 's pausen jubeljaar 1871 denderde Schaepman door, een Pius-cantate, Piusfeesten voor roomsch Nederland:
Een is de naam dien de golven vertalen
dien de ruischende winden herhalen,
(...) steeds hooger en hooger weerklinkt,
de naam die op aarde, in den hemel
in onsterflijken gloriepraal blinkt,
de naam door de liefde en het bloed
tot den naam des Verwinnaars gewijd:
Paus Pius de Negende,
Paus Pius de Groote,
de Koning van den tijd!
In die zin beleeft de Nederlandse rk kerk morgen een gebedsverhoring, zij het honderd jaar later dan gewenst en inmiddels wellicht niet meer gewenst.
Twee weken geleden verzamelde paus Johannes Paulus II in Rome twee miljoen jongeren om zich heen. Voor het eerst sinds jaren zag men de oude paus écht weer eens lachen, zijn bevende armen in de lucht. Het leek een zeldzaam moment dat iets in hem herinnerde aan de paus naar wie hij zich mede genoemd heeft: Johannes.
Nog steeds weten velen niet wat te denken van die bijeenkomst: wordt het overschat, onderschat? Is dit de grote ommekeer terug naar de kerk of is dit wat sociologen nu wel noemen neosecularisatie -een vorm van pick-and-choose-religie ter opfleuring en verwarming van een overigens onttoverd en autonoom bestaan?
Op die wonderlijke bijeenkomst hebben drieduizend jongens laten weten in te willen gaan op de oproep van paus Johannes Paulus II om priester te worden. De cynicus zegt: laten we over tien jaar maar eens kijken wat daar van geworden is. Maar zie de vooruitgang: anderhalve eeuw geleden vroeg de zalige Pius aan de jonge zouaven hun bloed te storten voor hem en zijn illusies. De hemel weet bewerkt de zalige Johannes XXIII nog eens het inzicht dat de hoge eisen van kerk en evangelie nog weer veel milder, wijzer en humaner zijn.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.