Vraag voor SBS 6: Is Willibrord Frequin journalist? De termen lopen dezer dagen door elkaar heen: een redactiestatuut, of anders een netstatuut, moet straks een zekere mate van vrijheid garanderen op de drie publieke tv-zenders. Diverse parlementariërs zullen vandaag naar de reddingsboei van het statuut grijpen als het belangrijkste, voor sommigen zelfs het enige, argument om de Concessiewet ongeschonden door te zetten. Alleen, wat kan er in vredesnaam in zo'n statuut staan?
Een statuut, zoals bij kranten, behoort een redactie afdoende te beschermen tegen al te nadrukkelijke bemoeienis van de directie. De plichten en de rechten zijn er helder in verwoord. Al is in veel gevallen het hek tussen redactie en commercie, dat een paar jaar terug onder 220 volt stroom stond en anders wel door journalisten met honkbalknuppels werd verdedigd, geslecht. De commercie moet nog wel aanbellen, maar daarna mogen ze door naar de zondagse kamer.
Ultiem biedt het statuut de journalist echter de mogelijkheden zijn gelijk te halen. Maar een krant is een tamelijk overzichtelijke organisatie in vergelijking met de publieke omroep. Daar vechten in een nauwelijks ontwarbare kluwen met elkaar: politieke partijen, het bestuur van de NOS, de bestuurders van de omroepverenigingen, de directies van de omroepbedrijven, de netredacties en de netcoördinator, benevens programmamakers met journalistieke uitgangspunten en programmamakers die moeten amuseren. Allemaal zijn ze uit op een punt van de taart: macht. Dat is buitengewoon lastig te regelen. Vandaar ook dat er geen statuten bestaan die een hele omroep bestrijken.
Enkele nieuwsafdelingen hebben een statuut. En SBS 6 heeft een redactiestatuut voor alle journalistieke medewerkers. De inhoud ervan is hoogst geheim, want de concurrentie zou er veel van kunnen leren, zegt SBS 6. Maar het is waarschijnlijker dat het SBS-statuut juist laat zien hoe onmogelijk het is een deugdelijk redactiestatuut voor zo'n organisatie te ontwerpen.
In de eerste plaats moet dan uiteraard per omroep worden vastgesteld wie er tot de journalistieke tak behoort en wie niet. Dat is natuurlijk het grote onderscheid tussen kranten en de omroep: kranten hebben geen afdeling speelfilms draaien, goochelen en quizvragen verzinnen. Voor SBS 6 is de vraag: is Willibrord Frequin met z'n 'week' journalist, zijn die van 'Hart van Nederland' het en vallen ze onder hetzelfde statuut als die van het nieuws? Het is knap lastig om alle informatieve uitzendingen dezelfde duiding en verantwoordelijkheden mee te geven.
Daar komt bij dat in zo'n statuut ook de uitgangspunten moeten staan van de betreffende journalistieke tak. Daarin moet het soort net worden gedefinieerd, maar daarmee ook het soort journalistiek. Het is natuurlijk maar helemaal de vraag of een EO-verslaggever in hetzelfde profiel past als zijn Tros-collega. De journalistiek wordt nu eenmaal nergens volslagen objectief bedreven. En dan is het nog maar de vraag of de leiding van de omroepvereniging EO zich ook in zoveel vrijheid voor de werknemers kan vinden.
Een goed statuut beschermt optimaal. Dat betekent ook dat de journalistieke medewerkers zeggenschap moeten hebben over de wijze van presentatie van hun producten. Een belangrijk item kan volgens de makers pontificaal op prime time horen en niet aan de randen van de nacht. Maar dat is iets wat bevochten zal moeten worden bij de netredacties, die op hun beurt maar weer moeten zien of ze de netcoördinator zo ver krijgen. Alleen, tegen die tijd is een adequaat statuut nauwelijks meer in overeenstemming met wat de politiek van de Hilversumse zenders wil.
Zouden de drie geprofileerde publieke omroepen trouwens juist mét zo'n statuut, dat zoveel verschillende partijen moet dekken, nog wel kunnen opiniëren? Als daar ruimte voor wordt gemaakt in de regels, ontstaat alleen een nieuw probleem. Want was dat wat de wetgever in gedachten had?
Het is te makkelijk om te roepen: ach, het zal zo'n vaart niet lopen. Nu kunnen de omroepen toch ook zonder een redactiestatuut of eigen omroepstatuut? Dat klopt. Maar het is nog veel erger: als er een goed netstatuut of redactiestatuut zou hebben bestaan, dan had nog maar eens moeten blijken of de wetsvoorstellen er wel konden komen. Veel daarvan zijn namelijk niet in overeenstemming te brengen met een goed statuut. Als dat er was geweest, dat wil zeggen een beter statuut dan er nu nog maximaal kan komen, dan werden er voor een paar jaar voor de rechter geschillen uitgevochten tussen Hilversum en Den Haag.
Een statuut regelt zeggenschap, regelt macht. Als één ding duidelijk is geworden, is het wel dat die macht niet (meer) in Hilversum ligt. Vandaar dat er veel te lichtvaardig wordt gesproken over een statuut als bescherming tegen eventuele uitwassen van de Concessiewet. Dat soort regels mag er namelijk niet in staan.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.