De Amsterdamse politiecommissaris J. van Riessen pleit voor een wet die het makkelijker maakt om bezittingen van criminelen in beslag te nemen. Nu moet vaak een ingewikkelde en langdurige strijd gevoerd worden om goederen te confisqueren of winst uit criminele organisaties terug te vorderen.
Met het uitbreiden van de beslagmogelijkheden kan de onderwereld beter worden aangepakt.
Criminelen verliezen met inbeslagneming niet alleen hun bezit, maar ook hun aanzien, zegt Van Riessen zaterdag in Het Parool.
De Amsterdamse politietop verwijst naar wetgeving in Italië en de Verenigde Staten.
Daar kan de politie bij sterke vermoedens dat goederen of geld afkomstig zijn uit criminele activiteiten beslag leggen.
Het strafrechtelijke bewijs hoeft pas achteraf te worden geleverd.
In Nederland hebben we de pluk-ze-wet, maar die werkt in de praktijk moeizaam.
,,Kijk naar zo'n Charles Z., die we net weer hebben opgepakt. Wat een rampentraject van jaren is het niet geweest om bij die man een paar auto's in beslag te nemen'', zegt Van Riessen.
De ex-autocoureur werd in 1995 veroordeeld tot vijf jaar celstraf wegens grootschalige hasjhandel en het leiden van een criminele organisatie.
Vorig weekend werd hij opnieuw gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij smokkel van harddrugs.
Deze maand probeert justitie voor de rechtbank in Amsterdam 62 miljoen gulden terug te vorderen die Z. zou hebben verdiend aan de eerdere hasjhandel .
Van Riessen beseft dat soepeler wetgeving voor inbeslagname moeilijk ligt in het privacy-gevoelige Nederland.
Toch is het volgens hem onafwendbaar. ,,Als je tenminste echt greep op dit soort zaken wilt krijgen. Het gaat om het ontwikkelen van instrumenten om de georganiseerde criminaliteit echt aan te pakken; een nieuwe dimensie van de pluk-ze-wetgeving. Als overheid moet je in actie kunnen komen als er aanwijzingen zijn dat mensen in de georganiseerde misdaad zitten'', aldus Van Riessen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.