De Duitse filosoof Hans-Georg Gadamer viert vandaag zijn honderdste verjaardag. Hij was een leerling van Heidegger, die in hem aanvankelijk weinig talent voor de filosofie waarnam, maar later zijn mening herzag.
Toen vorig jaar 'Hans-Georg Gadamer; eine Biographie' verscheen van Jean Grondin, een professor aan de universiteit van Montreal, werd hier en daar verbaasd gereageerd: is-ie dood dan? De Heidelbergse filosoof Gadamer was niet dood, wel heel oud, 99 jaar.
Als het gaat om iemand met zo'n leeftijd, dan krijg je ook wel een beetje de indruk dat de biograaf het anders voorzien had. Tegenover Grondin ,,uitte hij zijn verlegenheid over het feit dat hij er nog was en beschreef zichzelf als een levend anachronisme.'' Het voorbarige retrospectief is Gadamer niet noodlottig geworden: vandaag viert hij zijn honderdste verjaardag.
Op 11 februari 1900 wordt hij geboren in het Duitse Marburg, waarna hij in Breslau, het huidige Wroclaw in Polen, opgroeit onder het bewind van zijn strenge vader. Johannes Gadamer, die zich via apotheker weet op te werken tot professor voor farmaceutische chemie, begrijpt niet wat zijn zoon Hans-Georg bezielt als hij in 1918 besluit om filologie, geschiedeniswetenschappen en filosofie te gaan studeren in plaats van de zekere natuurwetenschappen.
Tot aan zijn achtentwintigste moet Gadamer zijn keuze voor de ,,kletswetenschappen'' rechtvaardigen tegenover zijn vader, die al op 51-jarige leeftijd aan kanker overlijdt. Gedurende zijn heel filosofische levensloop die dan nog maar net begint, werkt hij zijn legitimatie van de geesteswetenschappen zo grondig uit dat hij daarmee een beslissende invloed op de twintigste-eeuwse filosofie zal hebben.
De Duitse filoloog Wilhelm Dilthey (1833-1911), heeft in Gadamers geboortejaar, met het essay Die Entstehung der Hermeneutik, de aanzet gegeven tot de rehabilitatie van de alom in diskrediet geraakte geesteswetenschappen. Dilthey beschouwt de hermeneutiek, de methode die van oudsher werd gebruikt voor het interpreteren van vooral bijbelteksten, vanaf dat moment als de basis voor de geesteswetenschappen.
Volgens die hermeneutische methode komt het begrip van een tekst tot stand in een zogenaamde 'hermeneutische cirkel'. De verschillende delen van een tekst worden verklaard uit de overkoepelende betekenis van de hele tekst. Tegelijkertijd krijgt het geheel juist ook betekenis door de afzonderlijke delen. Je kan dus niet met de afstandelijke objectieve natuurwetenschappelijke blik de waarheid van de tekst achterhalen, je moet er als het ware om beurten inkruipen en boven gaan hangen.
Onder invloed van zijn leermeester Martin Heidegger (1889-1976), ontwikkelt Gadamer in zijn hoofdwerk Wahrheit und Methode (1960) de gedachte dat niet alleen het begrip van een tekst, maar dat elke ervaring in zo'n cirkelvormig hermeneutisch proces tot stand komt. Heidegger, die zich ten opzichte van Gadamer aanvankelijk even hooghartig opstelt als ooit ook vader Gadamer deed - ,,van filosofie heeft hij tot nu toe niet het geringste benul'' - erkent in 1973 uiteindelijk dat Gadamer met de hermeneutische filosofie toch iets heel bijzonders heeft gedaan.
Net zoals er in een tekst geen beginpunt is waar je je interpretatie aan kan ophangen, zo heeft het leven ook geen werkelijk nulpunt, benadrukt Gadamer. We belanden immers altijd in een al bestaande wereld, inclusief de daartoe behorende geschiedenis. En in hetzelfde tempo waarmee ieders persoonlijke geschiedenis langzaam uitbreidt, verandert ook onze blik op de wereld.
Om een juist beeld te krijgen van die wereld moeten we dan telkens opnieuw een gesprek aangaan met de geschiedenis, de omgeving en met de ander, zonder uit het oog te verliezen dat onze blik eindig is. En dit geldt ook, legt Gadamer anachronistisch aan zijn vader uit, voor de natuurwetenschappelijke kennis. Ook op dat gebied komt het oordeel tot stand binnen het historisch bepaalde blikveld van de betreffende wetenschapper.
Oordelen, en dus interpreteren, vergelijkt Gadamer vaak met het spelen van een spel. Je maakt gebruik van regels die buiten jou om bestaan, en die je, terwijl je het spel speelt, ook niet eigenhandig kan veranderen. Binnen die regels probeer je het er zo goed mogelijk vanaf te brengen.
Dat betekent volgens Gadamer dan niet alleen maar dat je niet verder kan kijken dan dat je neus lang is, je moet ook zo nu en dan je neus stoten. In het vormen van je mening moet je het juiste midden vinden tussen volgen van de regels van het spel en het op het spel zetten van een oude vertrouwde mening.
Gadamer kan dat, volgens Frankfurter Jürgen Habermas. ,,Ook mijn vrouw en ik hebben, toen we destijds naar Heidelberg kwamen, van deze vrije geest de vruchten geplukt'', schreef Habermas vorige week in een hommage in Der Tagesspiegel.
,,Hij beschikt over een onbedrieglijk zintuig voor kwaliteit, een bewonderenswaardig onafhankelijk oordeel en de soevereiniteit om onpartijdig onderscheid te maken.'' Hoewel Gadamer nog lange tijd het gevoel heeft gehad te moeten knielen voor Heidegger - en voor zijn echte vader - kan men van de honderd-jarige filosoof zeggen dat ook hij uiteindelijk vader is geworden, in elk geval van de filosofische hermeneutiek.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.