*

 
dossier

Archief

Ephimenco

Sylvain Ephimenco − 05/12/00, 00:00

De vereenzelviging van het slachtoffer met zijn beul is van alle tijden. Omdat de osmose die ontstaat tussen degene die de slag toedient en hij die hem incasseert van een eenvoudige complementariteit is. Niet alleen fysiek maar ook en misschien vooral emotioneel. Zonder zijn slachtoffer bestaat de beul niet en omgekeerd. Als de slagen de vorm van psychische onderdrukking aannemen, denk bijvoorbeeld aan de relatie van de gegijzelde met zijn gijzelnemer, spreekt men zelfs van een syndroom.

De innige relatie van het slachtoffer met zijn onderdrukker kan zich op alle niveaus voordoen. Ook op de meest onschuldige, wanneer sprake is van vrijwilligheid. In een interview in Het Parool vertelt acteur Antonie Kamerling hoe hij op de set van de film 'Ik ook van jou' voortdurend door regisseur Ruud van Hemert werd uitgescholden en gekleineerd. De acteur werd dagelijks 'kotsmisselijk' wakker en overwoog de filmset definitief te verlaten. Toch zegt hij nu dat hij weer met Van Hemert zou willen werken: 'om zijn passie, humor en kijk'.

Wie naar het verhaal van de vier van Belgrado luistert zou gauw kunnen denken dat we hier met eenzelfde soort relatie te maken hebben. De vier Nederlanders gingen op vakantie annex survivaltocht in Montenegro en werden door de Servische politie opgepakt. Het relaas van hun marteling is weerzinwekkend. Hun identiteit werd gewist, hun menselijkheid vertrapt en hun lichaam wreed gepijnigd. En wat zeggen de vier, eenmaal uit de hel ontslagen? ,,We hebben geen haat tegen onze ondervragers. In het Westen worden Serviërs als beesten afgeschilderd...maar in de basis zijn ze vriendelijker dan Nederlanders, socialer en hartelijker.'' Zouden de vier soms niet naar de Servische martelkamer terugverlangen, vraag je je dan af? Ik ben er van overtuigd dat het hier om een ander soort relatie gaat. En dit komt door de morbide fascinatie van de vier voor dood en verderf. Wie zijn vakantie het liefst in regio's doorbrengt die door verse oorlogen zijn verwoest, zich hijst in camouflagepakken behangen met messen en zich bij voorkeur voor geblakerde ruïnes laat fotograferen, staat al met zijn kistjes op een vage scheidslijn. De vereenzelviging wordt bewondering. De slagen van de beul de ultieme transcendentie van je morbiditeit. Dan wordt het beest dat je pijnigt, want een beest blijft het, je verlosser.

mailIcon print |