Provinciale musea hebben steeds minder belangstelling voor de geschiedenis van het eigen gewest. De streekhistorie wordt uit de collecties verbannen en dat is volgens de provinciaal historicus van Drenthe, dr. M. Gerding, een zorgelijke ontwikkeling. Of het nu het Gronings of Drents Museum is, het Fries Museum of het Noordbrabants Museum: overal raakt de afdeling archeologie volgens hem op de achtergrond of verdwijnt helemaal uit de expositie. En voor historische informatie over de provincie holt de aandacht ook al hard achteruit.
Gerding uitte zijn bezorgdheid daarover gisteren tijdens het symposium 'Cultureel erfgoed en lokale geschiedenis' in Utrecht. Hij pleitte voor het opzetten van kleine historische centra her en der in het land, waar bezoekers zich kunnen informeren over de geschiedenis van de streek. Gezien de groei van heemkundeverenigingen voorzien dergelijke 'historische bezoekerscentra' in een behoefte.
'Cultureel erfgoed' is naar de mening van Gerding een toverwoord geworden, vooral in ambtelijke kringen. Een provincie als Drenthe werkt bijvoorbeeld aan een cultuurhistorische hoofdstructuur met onder meer schansen en havezaten, terwijl het in de geschiedenis nooit een schans heeft gehad en adel in de provincie eigenlijk nooit iets voorstelde. Tegelijkertijd staan er geen veenarbeiderswoninkjes op de monumentenlijst, omdat die in heel Drenthe niet meer te vinden zijn. Het begrip cultureel erfgoed wordt te absoluut gebruikt, vindt Gerding. Ook de rijksnota Belvedere, waarin voor de cultuurhistorie plaats wordt ingeruimd in de ruimtelijke ordening, heeft daar volgens hem last van.
In de euforische benadering van cultureel erfgoed schuilt ook het gevaar dat er te veel bewaard wordt, waarschuwde de Utrechtse hoofddocent geschiedenis dr. E. Jonker. Er komen steeds meer cultuurhistorische objecten bij, zowel door de verruiming van categorieën als door het voortschrijden van de tijd. ,,Dat kan natuurlijk niet eindeloos doorgaan. Zo werkt het niet. Cultuurbehoud is geen optelsom van verlangens. Cultuurbehoud 'gaat van au'; het is een vorm van agressie. Behoud impliceert verandering en ook vernietiging: dat houdt keuzes in.''
Toch maande Jonker tot voorzichtigheid, omdat overblijfselen van het verleden kwetsbaar en eindig zijn en vernietiging ook onherroepelijk en onomkeerbaar zijn. ,,We moeten anderen, ná ons, de gelegenheid geven hún interpretaties te geven. We moeten dus iets voor hen overlaten.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.