De Europese Commissie stelt een onderzoek in naar de wijze waarop Pattje Shipyards uit Groningen de order voor vier schepen in de wacht heeft gesleept. Op de schepen, bestemd voor Indonesië, zit een overheidssubsidie van 60 miljoen gulden.
De subsidie, feitelijk een gift aan Indonesische particuliere reders, komt uit de regeling Export Financiering Indonesië (EFI). Die regeling is in 1995 door minister Wijers van economische zaken in het leven geroepen om de export naar dat land te stimuleren en tegelijkertijd de ontwikkelingsgelden voor Indonesië nog te kunnen gebruiken. De EFI was het Nederlandse antwoord op de Indonesische weigering om nog langer samen te werken met minister Pronk. In 1992 werd die relatie verbroken omdat Pronk zich zeer stellig over de binnenlandse situatie had uitgelaten. Indonesië wilde daarna niets meer met Pronk én zijn geld te maken hebben.
De vier schepen, twee voor het vervoer van stukgoed en twee voor papier en pulp, hebben een gezamenlijke waarde van 240 miljoen gulden. Een kwart daarvan is afkomstig van de overheid.
Volgens de Oeso-normen valt de gift onder ontwikkelingsgelden. De vraag die Brussel echter opwerpt, is of de verwerving van de order wel op een juiste wijze is geschied. Een gebrek aan concurrentie is strijdig met de Europese regels.
Volgens het ministerie van economische zaken is het nogal verwonderlijk dat Brussel nu een onderzoek instelt. De exacte beweegredenen zijn een woordvoerder onduidelijk. De order is Brussel allang bekend en is steeds zonder commentaar gebleven.
Volgens de woordvoerder is het spel volgens de regels gespeeld. De subsidieregeling is bij het Nederlandse bedrijfsleven bekend gemaakt. De overheid weet al een jaar van de order.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.