,,Als er een Pales tijn op de westelijke Jordaanoever sterft, bijvoorbeeld in Hebron, dan stelt een familielid van de overledene in de Jordaanse hoofdstad Amman zijn huis open voor condoleances. Het is immers min of meer één land. De afgelopen twee weken is dat herhaaldelijk gebeurd.''
Isan Sjoerdom, voormalig commandant in de Jordaanse luchtmacht, lucht zijn hart tegen een verslaggever van de New York Times. Hij maakte in 1996 al deel uit van een Jordaanse groep mensen die in het geheim in Denemarken overleg voerde met Israëlische intellectuelen om de vrede in het Midden-Oosten te bevorderen.
De afgelopen twee weken waren voor hem om wanhopig van te worden. ,,Hoe graag we ook vrede willen, we maken ook deel uit van de Jordaanse bevolking, we moeten rekening houden met hun gevoelens'', zegt Sjoerdom en aangezien 70 procent van de Jordaanse bevolking Palestijns is, lopen de gemoederen hoog op in Jordanië bij elke Palestijnse dode die in Gaza of de westelijke Jordaanoever valt. Zo hoog dat de Jordaanse regering het de Palestijnen in eigen land verboden heeft te demonstreren buiten hun eigen gebieden in Jordanië.
Het is ook niet voor niets dat de nieuwe Jordaanse koning Abdoelah erbij is Sjarm al-Sjeik. Jordanië zit volstrekt niet te wachten op verder geweld tussen Israël en de Palestijnen. Zijn vader, koning Hoessein, wist al dat vrede in het Midden-Oosten noodzakelijk is voor een zich ontwikkelend en moderniserend land als Jordanië.
Voor veel Arabische staten geldt hetzelfde. De teneur onder wat bekend staat als de gematigde Arabische regeringen, is er een van 'verbale (en in het geval van Saoedi-Arabië ook forse financiële) steun aan de Palestijnse zaak, maar dan wel de rust in eigen huis handhaven'. Dat is ook de reden waarom uiteindelijk de Egyptische president Hosni Moebarak vóór de top in Sjarm al-Sjeik was. Kort na de mislukking van het overleg tussen Jasser Arafat en Ehoed Barak in Parijs, voelde de Egyptische president niets voor een top in eigen huis. Amerikaanse pressie plus een aantal gebeurtenissen in het Midden-Oosten hebben hem en de leiders van enkele andere Arabische landen van gedachten doen veranderen.
Die gebeurtenissen waren de voortdurende demonstraties in tal van Arabische landen voor de Palestijnen en tegen Israël, en tegen het vredesproces, waarbij de stemming er een was die deed denken aan de grote euforie in de Arabische wereld van de jaren zestig. Een euforie die dramatisch aan zijn einde kwam in de Zesdaagse Oorlog tegen Israël van 1967. Verschillende Egyptische kranten hanteerden dezelfde taal als in de tijd van president Gamel Abdoel Nasser, de voorvechter van het Arabisch nationalisme, en spraken weer van de 'zionistische entiteit'.
Het Jordaanse weekblad The Star schreef dat ,,de mensen nu weer laten zien hoe ze werkelijk denken en wat ze werkelijk voelen, hunkerend naar een pan-Arabisch idee dat tot op heden is geblokkeerd door de vorming van afzonderlijke staten met hun geografische grenzen''. Volgens het weekblad is die periode en dat gevoel weliswaar lang geleden ten grave gedragen, maar ,,kan voor het eerst het tij nu weer gekeerd worden''.
En op vervulling van die Arabische droom zitten vele regeringen van die Arabische staten- hoewel ze met de mond de 'Arabische zaak' belijden- toch niet te wachten, omdat dat hen de kop kan kosten.
Ook de aanslag op een Amerikaanse oorlogsbodem in de haven van het Jemenitische Aden, de kaping van een Saoedisch verkeersvliegtuig die in de Iraakse hoofdstad Bagdad eindigde én de Iraakse troepenverplaatsingen in de richting van de Jordaanse grens, zijn even zovele gebeurtenissen die 'gematigde' Arabische machthebbers onrustig maken.
De demonstranten in tal van deze gematigde Arabische staten waren ook gisteren duidelijk: tégen het vredesproces, vóór een heilige oorlog tegen Israël en dus tegen de top in Sjarm al-Sjeik. Hun regeringen zijn een stuk onduidelijker, lopen op eieren en hopen dat de rust zo snel mogelijk weerkeert.
De Iraakse regering van Saddam Hoessein heeft wat dit betreft veel minder problemen, maar zij hoort ook niet tot de 'gematigden'. In de Iraakse hoofdstad Bagdad betuigden gisteren duizenden gewapende jongeren steun aan de Palestijnen. Een woordvoerder van Saddams Baath-partij liet weten dat Irak niet gelooft in de crisistop in Egypte en dat Irak de gesprekken ziet als een samenzwering tegen de Arabische wereld.
Aanstaand weekeinde komen de landen van de Arabische Liga bij elkaar in de Egyptische hoofdstad Cairo. Daar zal, nu Koeweit zijn bezwaren heeft laten varen, voor het eerst sinds de Golfoorlog ook Irak weer bij zijn. Zeer waarschijnlijk zullen Irak en Syrië (die overigens in de Golfoorlog tegenover elkaar stonden) pogen de andere Arabische landen over te halen tot een veel harder standpunt tegenover Israël. Maar waarschijnlijk zullen de 'gematigden' de vrede in het Midden-Oosten niet op het spel willen zetten. Wat niet wil zeggen dat er niet veel gezamenlijk Arabische anti-Israëlische en pro-Palestijnse retoriek zal komen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.