Door fiscale meevallers heeft de overheid miljarden extra te besteden. Een luxeprobleem dat leidt tot verhitte politieke discussies. Ontwikkelingssamenwerking krijgt nu ook een 'meevaller': ontwikkelingsrelevante milieuprojecten worden in de toekomst door Vrom betaald en dat levert een half miljard gulden op. Waarom dat niet aanwenden voor een simpele en zeer ontwikkelingsrelevante oplossing: investeer in het basisonderwijs in ontwikkelingslanden.
Goed basisonderwijs ligt ten grondslag aan een gezonde economische, sociale en politieke ontwikkeling van een land. Maar als je onderwijzers slecht betaalt, blijft de kwaliteit van het onderwijs gebrekkig. In de meeste ontwikkelingslanden verdient een onderwijzer niet meer dan 3 dollar per dag. In landen als Nicaragua en Niger is dat nog lager, 40 dollar per maand.
Beter onderwijs vereist hogere salarissen. Niemand zal zich daartegen verzetten maar vreemd genoeg gebeurt het niet. In reeël opzicht zijn de salarissen van onderwijzers in de afgelopen tien jaar eerder gedaald dan gestegen. In vergelijking met andere beroepsgroepen is er zelfs een duidelijke achteruitgang. Daarvoor hoeven we niet eens naar Nicaragua of Niger.
Onderwijssalarissen zijn al te vaak de sluitpost op de nationale begrotingen. Ook donoren en multilaterale organisaties die actief zijn in alle sectoren van de samenleving, bemoeien zich niet met het salarisniveau. Het ligt politiek te gevoelig en men vindt het 'de verantwoordelijkheid van de nationale regering'. Maar dat geldt natuurlijk voor veel gebieden waar ontwikkelingshulp wordt gegeven. Waarom grote sommen geld voor infrastructuur, voor milieuprogramma's, voor rechtsbijstand, voor aidspreventie, en niets voor het verhogen van salarissen?
Loonstijging heeft geen zin omdat het niet duurzaam kan. 'Als de ontwikkelingshulp stopt, is het voorbij', is de redenering. Maar het kan wel degelijk op structurele wijze. Een kwestie van financiële engineering: stel kapitaal beschikbaar waarvan de opbrengst gebruikt wordt om de salarissen te verhogen. Dat kan in de vorm van een trustfund. Een van de bekendste trustfunds zorgt al tientallen jaren voor het uitkeren van (steeds hogere) Nobelprijzen. Dat fonds groeit alleen maar.
Dit principe kan ook op onderwijs toegepast worden. Stel dat de 500 miljoen gulden extra ontwikkelingshulp goed wordt geïnvesteerd. Een jaarlijks rendement van 10 procent levert dan jaarlijks 50 miljoen gulden op, jaar na jaar, jaar na jaar. Met dat bedrag kunnen 100000 onderwijzers per jaar 500 gulden extra verdienen. Voor de laagstbetaalden onder hen 50 procent boven op hun magere salaris.
Natuurlijk moet er ook gewerkt blijven worden aan betere kwaliteit van het onderwijs en beter lesmateriaal. Alleen een hoger salaris geeft nog geen garantie voor beter onderwijs. Het tegendeel is echter wel waar: zonder goede salarissen wordt het basisonderwijs nooit structureel beter, worden mensen niet goed opgeleid, en komt er geen duurzame ontwikkeling op gang.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.