*

 
dossier

Archief

Praatjesmaker wint eindelijk

Esther Scholten − 07/02/00, 00:00

De een sloeg de handen voor het gezicht. De ander zakte door haar knieën van vreugde. Ze zijn elkaars tegenpolen. Toch werkte de nationale titel op beide badmintonners even bevrijdend. Logisch. Dicky Palyama en Brenda Beenhakker waren de talenten van vroeger. Maar wat zijn ze nu?

Nederlanders praten te veel en doen te weinig. Het is een citaat uit eigen werk. Dicky Palyama past precies in dat profiel, maar de 'verlegen doch stoere man' refereerde destijds aan het gedrag van zijn collega's.

Hij was amper veertien jaar oud toen hij 'de wereld' meedeelde dat hij de internationale ladder tot de bovenste tien treetjes zou beklimmen. Inmiddels heeft de zoon van een Moluks echtpaar die verwachting bijgesteld. In positieve zin uiteraard. ,,Voor twijfelen ben ik nog veel te jong.''

Palyama stond dit weekeinde pas voor het eerst in een NK-finale. Wat zou het? Een kniesoor die kille cijfertjes op papier als graadmeter neemt. Het gevoel, daar gaat het om, de overtuiging. Aan eenieder die het wil horen vertelt de nummer veertig van de wereld dat hij nu op de mondiale topvijf mikt. ,,Van kleins af aan wist ik al wat ik wilde: een he-le-boel toernooien op mijn naam zetten.''

Zijn ogen draaien van links naar rechts. Krijg ik een reactie? Ze stralen van plezier. De bravoure heeft hem nooit verlaten, de prestaties wel. Het omgekeerde Feyenoord-lied. Drie jaar geleden triomfeerde de sierlijke speler op de Europese jeugdkampioenschappen. Daarna werd het stil, figuurlijk stil.

Gisteren zette Palyama 'dan eindelijk' wat woorden om in daden. Met 15-12 15-8 bleef de enige Nederlander die de sprongsmash perfect beheerst het werkpaard Gerben Bruijstens voor. Halleluja, een titel. ,,Ik kom uit een Indische familie. Wij zijn close. Als ik verlies, verlies ik niet alleen. Dan krijg ik vier zussen, een vader en een moeder op mijn dak. En natuurlijk zeggen die op zo'n moment dat ik te veel ben uitgegaan.''

Het lot van Chris Bruil en Pierre Pelupessy is voorlopig afgewend, concludeerde Palyama in de Maaspoort opgelucht. Deze landgenoten bleven immer de eeuwige talenten. ,,Hun werd soms verweten dat ze nul komma nul mentaliteit hadden. Ik wil niet dat ze dat over mij zeggen.''

Palyama is liever de boodschapper. ,,Het is jammer dat badminton in Nederland zo amateuristisch is'', liet hij de Volkskrant in oktober nog optekenen. Sinds anderhalf jaar woont en traint hij in Denemarken, het badmintonwalhalla. Volgens de leiding van de International Badminton Academy heeft de Gouwenaar de potentie om de beste van de wereld te worden. Zijn coach Michael Kjeldsen zegt hem wat techniek en voetenwerk betreft zelfs niks meer te kunnen leren. ,,Het is alleen zaak dat enorme talent aan een stabiele geest te koppelen.''

Ooit zei Palyama, die het afgelopen jaar schommelde tussen de zestigste en 21ste positie op de wereldranglijst, dat hij alleen naar Sydney zou gaan als hij kans zou maken op een medaille. De werkelijkheid van vandaag de dag is dat überhaupt kwalificatie voor de Olympische Spelen nog een heidens karwei wordt. De toon blijft desondanks stellig: ,,Ik schat mezelf hoog in.''

mailIcon print |