'De hemel heeft een andere mechanica dan de aarde'', vertelt de filosoof Herman Philipse. ,,Voor sterren gelden andere wetten dan voor aardse objecten. De sterren, die iets goddelijks hebben, beschrijven ronde banen, terwijl objecten op aarde maar slordig naar beneden vallen als je ze loslaat.'
Philipse legt het standpunt van Aristoteles uit, die meent dat er niet een overkoepelde wetenschap is die alles verklaart. Sterrenkunde is een heel andere zaak dan een studie naar de zwaartekracht op aarde. Om die visie te illustreren, tekent Philipse een aantal rondjes op een bord: de sterrenkunde, de natuurkunde, de biologie, de psychologie. Allemaal wetenschappen die als eilanden naast elkaar liggen, allemaal verschillend, allemaal met eigen wetten en regels.
Philipse mocht woensdagavond aan de Leidse universiteit het spits afbijten in een reeks lezingen met de veelbelovende titel 'Universele geschiedenis van de Big Bang tot de Last Whimper'. Ofwel: de geschiedenis van het universum - van begin tot eind - in dertien bijeenkomsten.
De sprekers komen uit verschillende disciplines, van natuurwetenschap tot filosofie, en willen in deze serie de grenzen van hun eigen wetenschap overschrijden om samen tot die universele geschiedenis te komen. Ze moeten door hun keuze behendig laveren tussen vakidiotie en de oppervlakkigheid van de man die meent over alles iets te kunnen zeggen.
De behoefte aan zo'n lezingenreeks overweldigt de organisatoren: bijna 300 toehoorders vullen de collegezaal. De grote opkomst - zo blijkt uit opmerkingen van de bezoekers - hangt samen met het verlangen eindelijk eens te weten hoe het 'nu eigenlijk zit'. Al die wetenschappen, al die verschillende eilandjes, geven de mensen wel veel kennis, maar leiden nooit tot een antwoord op de vraag naar een samenhang tussen al die kennis.
De belofte van een 'universele geschiedenis', daar komen de mensen voor. En misschien ook wel voor Philipse zelf, die - getooid met zijn handelsmerk, een elegant strikje - de moderne Socrates speelt. Hij nodigt de zaal uit stelling te nemen, en telkens weerlegt hij de zaal. Wie een argument geeft voor de opvatting van Aristoteles, wordt weersproken, wie een argument tegen hem geeft eveneens. Soms bedient Philipse zich van een retorisch 'Ik had van u beter verwacht'.
Philipse begint zijn lezing in de klassieke oudheid om te eindigen in het heden. Hij legt uit dat er in de filosofie van de oudheid al een idee bestond, dat nog steeds de discussies beheerst in de moderne wetenschapsfilosofie: zijn er heel verschillende wetenschappen die niets met elkaar te maken hebben? Of is elke wetenschap uiteindelijk een afgeleide vorm van de fysica?
Waar Aristoteles een van de sterkste vertegenwoordigers is van de gedachte dat de wetenschappen sterk van elkaar verschillen, vindt Philipse in Descartes (1596-1650) een advocaat van de tegengestelde opvatting: alle wetenschappen zijn uiteindelijk te herleiden tot de fysica. Er is geen verschijnsel op de aarde of in de hemel dat niet voldoet aan de wetten van de fysica. Voor de sterren en de aarde, de hemelse verschijnselen en de aardse worstelingen, gelden dezelfde wetten.
Daarmee is Descartes een wegbereider voor moderne natuurkundigen, die nogal eens trachten alles te herleiden tot een overkoepelende theorie van de fysica. Er zijn volgens Descartes alleen verschillende vormen waar de wetenschappers zich mee bezig houden. Mensen bijvoorbeeld, en dieren en sterren.
Voor al die vormen gelden echter dezelfde wetten, waardoor hij de hele wereld beschrijft alsof het een machine is: gezwollen spieren zijn opgepompte spieren, en als ze kleiner worden, lopen ze leeg - zo luidde de hydraulische theorie van het menselijk lichaam bij Descartes.
De opvattingen van Aristoteles en Descartes spelen nog steeds een grote rol in de moderne wetenschapsfilosofie. Er zijn twee bewegingen van de wetenschap in deze tijd: een van toenemende specialisatie en een tegenbeweging waarin alle wetenschappen steeds meer op elkaar gaan lijken. Het aantal wetenschappen wordt steeds groter, tegelijkertijd worden steeds meer wetten uit verschillen wetenschappen samengevoegd in een wet.
Wie heeft er nu gelijk? De verdedigers van de theorie dat er geen eenheid van wetenschappen mogelijk is - nu niet, maar in de toekomst ook niet - hebben in ieder geval een sterk argument: als alles tot het rijk van de fysica behoort, wat doen we dan bijvoorbeeld met de economie. Hoe kun je een term als inflatie vertalen naar de wetten van de fysica?
Het oordeel is nog niet geveld, wie gelijk heeft nog onbekend. Maar de lezingenreeks 'Universele geschiedenis van de Big Bang tot de Last Whimper' heeft ook nog twaalf afleveringen om met een antwoord te komen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.