De Vereniging voor de effectenhandel, de voorloper van het huidige beursbedrijf Amsterdam Exchanges, moet 14 februari voor de rechter verschijnen. De eis: zo'n 7 miljoen gulden wegens schade door falend toezicht.
De rechtszaak is het sluitstuk van de 'Nusse Brink-affaire'. Eisende partij is premie- en effectenkantoor Van den Broek, een volle dochter van de zakenbank HSBC. In april-juni 1993 had de HSBC-dochter bij Nusse Brink premie-affaires lopen op onder meer de aandelen DSM, Akzo en ING. Toen Van den Broek de premies wilde uitoefenen kon Nusse Brink niet leveren, waarop het effectenhuis over de kop ging.
De schade bedroeg 4,6 miljoen gulden. De inmiddels overleden Van den Broek verloor zijn baan en trachtte als persoon de schade te verhalen op de beurs. Hij verweet de Vereniging voor de Effectenhandel onvoldoende toezicht te hebben gehouden op Nusse Brink. Hoewel er vele aanwijzigingen waren dat de zaken uit de hand liepen, greep het beursbestuur niet in. Ook de voormalig werkgever van Van den Broek, HSBC, onderzocht of de schade kon worden verhaald.
Nu, ruim zes jaar na het omvallen van Nusse Brink, en het horen van een tiental getuigen, komt de zaak voor de rechter. De Vereniging voor de Effectenhandel is inmiddels in liquidatie. Die liquidatie kan niet worden voltooid omdat onder meer HSBC op een deel van het bezit beslag liet leggen.
De Nusse Brink-affaire is een belangrijke aanleiding geweest voor het optuigen van een beter toezicht op de effectenhandel. Van den Broek vocht niet alleen voor eerherstel via de rechter, maar mobiliseerde ook politiek Den Haag. Hoorzittingen van de commissie financiën en een onderzoek van Coopers en Lybrand wezen uit dat de besloten structuur van de beurs en de daarbij horende zelfregulering niet kon blijven bestaan. De oprichting van beurswaakhond STE en het huidige beursbedrijf Amsterdam Exchanges spruit voort uit de Nusse Brink-affaire.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.