De rijke landen slagen er niet in hun beloftes aan de armste landen ter wereld na te komen. Alleen Nederland heeft de beloofde 70 miljoen dollar voor schuldenverlichting overgemaakt. Er dreigt nu een patstelling in het hele proces van structurele hulp aan de 40 armste landen.
Vorig jaar september, tijdens de jaarvergadering van het Internationaal Monetair Fonds en de Wereldbank in Washington, hebben vooral de grote landen fraaie gebaren gemaakt. De Europese Unie zegde bij die gelegenheid 1 miljard ecu, ruim twee miljard gulden, toe. Dat was overigens geen nieuw geld, maar ongebruikt geld uit het Europees Ontwikkelings Fonds. Dat geld is nog niet overgemaakt naar Washington. Italië, het kleinste G7-land, betaalt evenveel als Nederland. Maar de 70 miljoen dollar bestaat alleen nog op papier. Duitsland, dat zich garant stelde voor 150 miljoen mark, is vooralsnog ook niet verder dan een toezegging gekomen. En de 150 miljoen van het Verenigd Koninkrijk is nog niet op de rekening van het fonds voor de arme landen gestort. Clintons 600 miljoen dollar blijft in de pijplijn van het politieke overleg steken. Hij heeft van het Congres slechts de toestemming voor eenderde van de gevraagde 400 miljoen dollar gekregen. Dat bedrag moest op de begroting voor dit jaar staan. Van de G7-landen hebben Japan en Frankrijk nog helemaal niets laten horen en beide vormen de toptwee als het gaat om leningen aan arme landen. Zij leenden zelfs nog geld uit toen de andere landen al hadden besloten dat de schuldenlast ondraagbaar, en dus ook oninbaar, was geworden. Canada heeft wel schulden kwijtgescholden. Maar daarbij ging het om Bangladesh en dat is nu net geen land uit de armste categorie.
Volgens bronnen in Washington en Den Haag wordt momenteel achter de schermen gewerkt aan een nieuw arrangement voor de schulden. Veel schot zou er niet inzitten. Alle ogen zijn gericht op de Verenigde Staten. Daar moet Clinton zijn gezwollen taal tijdens de jaarvergadering van het IMF nog in acties weten om te zetten. En tot die tijd houden de zes andere landen uit de G7, de groep van rijkste industrielanden, hun kruit droog. Dat Nederland als enige de belofte is nagekomen en in december het bedrag heeft overgemaakt, gold een beetje als een provocatie. De overboeking door minister Herfkens moest de G7-landen tot meer activiteit aanzetten. Echter tot op heden zonder resultaat. Tot voor kort was de Wereldbank scheutig met gegevens over het arme-landen-initiatief. Informatie over hoeveel geld er nu is binnengekomen wordt via de woordvoerders noch via de speciale internetpagina verspreid. De informatiestilte wordt volgens bronnen in Washington gebruikt om aan een nieuwe verdeelsleutel voor de lastenverlichting te werken.
In december heeft de Wereldbank een nieuwe opstelling gemaakt van de schuldenlast. Om de 32 arme landen een draagbare schuldenlast te geven is 28,2 miljard dollar nodig. Het gaat daarbij om bedragen uitgedrukt in netto contante waarde. Dat is de waarde van de schuld per eind december 1999. Veertien miljard moet opgehoest worden door bilaterale schuldeisers en een gelijk bedrag door de internationale instituten. In de nieuwe opstelling moet de Wereldbank 6,3 miljard dollar betalen en dat is 1,2 miljard meer dan in een eerdere becijfering. Die stijging geeft tegelijk aan tegen welke achtergrond de discussies worden gevoerd. Veel landen, met de Verenigde Staten voorop, vinden dat het vet van de Wereldbank afgesneden moet worden. Merkwaardig is dat de vrijwel failliete Afrikaanse ontwikkelingsbank ook meer moet gaan betalen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.