De PvdA wil dat het kabinet nog voor het einde van deze kabinetsperiode ten minste 250000 herintredende moeders daadwerkelijk aan werk helpt. Volgens kamerlid Jet Bussemaker is het kabinet veel te laks met het aanboren van deze omvangrijke groep potentiële werknemers.
Bussemaker vindt het zo langzamerhand 'onacceptabel' dat het kabinet in allerlei nota's wijst op het grote arbeidspotentieel aan vrouwen dat nu nog thuis voor de kinderen zorgt, maar daar geen beleid voor ontwikkelt. Staatssecretaris Verstand van emancipatiezaken constateert in de onlangs vastgestelde emancipatienota wel de problemen die herintredende vrouwen hebben bij het zoeken naar werk. ,,Maar vervolgens wordt alleen nieuw onderzoek en enkele experimenten aangekondigd. We weten inmiddels wel wat er moet gebeuren. We hoeven niet nog meer onderzoek te doen. De vrouwen hebben een duwtje in de rug nodig.''
Bussemaker baseert zich op onderzoek van het ministerie van sociale zaken. Daaruit blijkt dat 520000 moeders die nu nog thuis voor hun kinderen zorgen direct aan het werk zouden willen. Dat geldt niet alleen voor autochtone vrouwen, maar ook voor Marokkaanse, Turkse, Antilliaanse en Surinaamse. Toch vinden zij in de praktijk niet makkelijk een baan. Gebrekkige scholing, kinderopvang als ook tussenschoolse opvang zijn de al bekende problemen.
Maar ook in het beleid van gemeenten, sociale diensten en arbeidsbemiddelaars vallen ze vaak tussen wal en schip.
In de nota 'Vrij baan voor herintreedsters' stelt de PvdA dat zelfs werkgevers nog steeds nauwelijksstaan te springen om herintreedsters aan te nemen, zelfs nu het regent van onvervulde vacatures.
Werkgevers houden niet van een kleine deeltijdbaan, of ze zijn niet bereid de werktijden te laten aansluiten op schooltijden. Volgens Bussemaker willen de meeste herintreedsters het liefst met een kleine baan beginnen. ,,Omdat ze voorzichtig willen wennen aan het combineren van hun arbeid en zorgtaken. Het kan heel goed zijn dat deze vrouwen later gewoon meer uren willen werken. Voor werkgevers kan het die investering dus waard zijn.''
Daarnaast zijn arbeidsbureaus en werkgevers vaak niet bereid deze groep vrouwen een opfriscursus te geven voordat ze weer aan het werk gaan. De vrouwen hebben een verouderde kennis van de arbeidsmarkt doordat ze er een aantal jaren uit zijn geweest. Maar Bussemaker vindt dat geen reden de kwaliteiten te onderschatten. ,,Veel vrouwen hebben wel competenties opgedaan als vrijwilliger, moeder of mantelzorger. Daar moet veel meer waardering en erkenning voor komen.''
Concreet stelt de PvdA voor dat de overheid met bedrijven convenanten gaat afspreken over het laten instromen van herintreedsters. Bussemaker verwacht dat bedrijven dan creatiever gaan werven en sneller bereid zullen zijn kennis en ervaring op te doen met deeltijdwerk, andere arbeidstijden en zelfs werknemers van andere culturen. Zo zouden werkgevers bijvoorbeeld banenmarkten kunnen gaan houden op scholen, of bij winkelcentra, kortom op plekken waar deze groep vrouwen regelmatig komen. In ruil daarvoor moet de overheid werkgevers belonen, via belastingkorting of een bonus zodra ze herintreedsters aannemen. Die methode wordt nu ook gebruikt voor WAO-ers en bijstandsgerechtigden.
Dat sociale diensten en arbeidsbureaus zich nauwelijks druk maken om herintreedsters stoort Bussemaker hogelijk. ,,We horen veel te vaak dat vrouwen die voor tien uur werk zoeken, weer door het arbeidsbureau naar huis worden gestuurd, omdat ze dat te weinig uren vinden. Je moet minimaal twaalf uur werken. Als je zo'n groot arbeidstekort hebt, moet je ook de kleine deeltijdbaan erkennen en waarderen.'' Daarom wil de PvdA ook voor herintreedsters een soort 'rugzakje' met geld introduceren. Daarmee kunnen ze zelf hulp, scholing en begeleiding inkopen bij hun zoektocht naar werk.
Voor allochtone vrouwen wil de PvdA dat gemeenten een speciaal traject ontwikkelen, omdat deze herintreedsters vaak nog meer problemen hebben om werk te vinden. Ze hebben een taalachterstand, geen werkervaring en vaak te weinig kennis van de Nederlandse cultuur. Deze vrouwen moeten een gecombineerd traject krijgen: van taalles naar opvoedingsondersteuning tot reintegratie en begeleiding op de werkvloer.
Bussemaker vindt dat er geld genoeg is om fors geld voor deze groep uit te trekken.
,,Als er een probleem nu echt niet bestaat, is dat gebrek aan geld. Het ministerie van sociale zaken houdt steeds meer geld over, omdat de uitkeringslasten omlaag gaan en er is veel europees subsidiegeld. Dat geld moet nu maar eens worden ingezet voor de herintreedsters.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.