De komende weken danst Het Nationale Ballet in Amsterdam zes Stravinsky-balletten. Gastchoreograaf Krzysztof Pastor (ex-danser van Het Nationale Ballet) zocht voor zijn 'Do not go gentle...' bewust naar Stravinsky-muziek waarop nooit eerder gedanst werd. Met zijn keuze voor het largo uit 'Symphonie in es' (1905-1907) en het in 1954 gecomponeerde 'In memoriam Dylan Thomas' lijkt hij de ontwikkeling in Stravinsky's oeuvre te willen omspannen.
Krzysztof Pastor, inmiddels in het bezit van een Nederlands paspoort, werd 43 jaar geleden in Gdansk (Polen) geboren. Vijf jaar geleden spatten twee fragmentatiebommen in het theater te Zagreb uiteen. Op dat moment repeteerde hij daar met het Donau-ballet. De balletdanser-choreograaf raakte zwaargewond. ,,Toch heeft die traumatische gebeurtenis me ook geholpen. Het heeft me opengebroken. Ik ben verlegen van aard, maar vanaf toen voelde ik dat ik ook leiding kon geven. Achteraf hielp het me om in een studio tegenover de dansers minder bang, verbijsterd en meer oprecht te zijn.''
Sociaal bewustzijn en ballet waren al vroeg in zijn leven verstrengeld. Rond zijn achttiende, toen hij bij Teatr Wielki w. Lodzi in Lodz danste, was hij al vicepresident van de theaterunie (1500 leden) van Solidarnosc. Door de invoering van de nieuwe krijgswet begreep hij dat zijn carrière op het spel stond. Met een duurbetaald paspoort kwam hij via omwegen in 1985 in Nederland terecht. ,,Ik had balletten van Nederlandse choreografen gezien en ook van collega's gehoord dat Nederland 'the place to be' was. Ik meldde me in de kamer van de balletmeesters in de Amsterdamse schouwburg. Er was geen auditie, dus wezen ze me af. Gelukkig zag Rudi van Dantzig mij daar staan. Hij legde contact, met die befaamde hemelsblauwe ogen van hem. Het feit dat ik in de stad met zijn achternaam geboren was, deed de rest.''
Tien bewogen jaren zou Krzysztof Pastor bij HNB blijven. Al snel nam hij deel aan de choreografie-workshops. Zijn debuut met Sjostakovitsj' 'Chamber symphony' in 1992 bleek de opmaat tot meerdere HNB-opdrachten. Vanaf 1995 runt hij zijn eigen eenmansbedrijfje, met alle frustraties van dien. ,,Ik heb geen agent of promotor, word vaak zelfs geen antwoordtelefoontje waardig geacht. Er waren momenten dat ik serieus aan stoppen dacht.'' Toch draait hij een hoog toerental, met achttien balletten bij gezelschappen in de Oostzee-landen, Australië, Israël, Amerika, Nieuw-Zeeland.
De choreografische signatuur die hij daarbij ontwikkelde is een opmerkelijke mengvorm van Oost-Europees dramatisch realisme en het afstandelijke anti-anekdotisme van de Hollandse School. Het is voor Pastor evident dat hij daarbij onbewust gebruikmaakt van zijn Amsterdamse leerschool. ,,Ook Forsythe bewonder ik enorm, maar ik heb geen behoefte me met zijn decomposities te meten. Ballet heeft voor mij geen betekenis als mensen zich niet meer met de dansers kunnen identificeren. Balletdansers moeten niet alleen onbenoembare emoties aanstippen, maar deze ook op overtuigende manier overdragen. Daarom vind ik het ook zo'n trieste zaak dat de verhalende klassiekers bij de jongere generatie hebben afgedaan als belachelijk of oubollig. Voor de danskunst zijn zij toch meer dan graadmeters van techniek.''
,,Onder muziek van Stravinsky kan ik onmogelijk onverschillig blijven. Het roept zo veel creatieve emoties bij me op. De opening van mijn nieuwe ballet laat ik aan twee vrouwen, en in het aansluitende trio voor mannen treden verschillende levensfases naar voren. De seksen verkeren in twee gescheiden werelden, die pas aan het einde overlappen. Al verwijst de titel 'Do not go gentle...' naar het beroemde gedicht van Dylan Thomas over de dood van zijn vader, dit ballet gaat niet zozeer over sterven en zeker niet over de persoon Dylan Thomas, die zichzelf kapot dronk. In de emoties die Stravinsky's muziek oproept wilde ik juist geen verhaal leggen. Evenmin acht ik ballet geschikt om naar een toekomst te verwijzen. Dit ballet gaat over sluimerende herinneringen, over mensen en momenten die me in mijn leven dierbaar werden.'' ,,Soms vind ik het heel moeilijk om met dansers over liefde of andere intieme gevoelens te praten. Daarom zijn repetities in de studio voor mij zo belangrijk. Deze vijf dansers kennen elkaar en mij, en hadden vaak aan één woord genoeg. Ballet is niet alleen een kwestie van kinetische intelligentie, maar ook van bereidheid, affiniteit, affectie. Het gaat me om wat ik in dans zelf te zeggen heb.''
,,Het hogere abstractieniveau komt misschien wel omdat ik de dansers van dit gezelschap zo goed ken. Ik kon op hen een dieper gravend beroep doen dan bij de meeste dansgroepen, waar ook het publiek nog de visuele houvast van een begrijpelijke verhaalvorm verlangt. Het dichten van dat gapende gat tussen die twee danswerelden zal nog wel jaren duren. Toch is er in die interactie al veel meer gaande dan de meeste dansers en choreografen in het Westen bevroeden. Soms voel ik me op die brug, laverend tussen Oost en West, klassiek en modern.''
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.