Twee weken geleden overleed de Franse regisseur Robert Bresson, in de ogen van velen de beste filmmaker van de twintigste eeuw. Vooralsnog zijn er geen bioscopen of televisiezenders die retrospectieven aan hem wijden, maar in elk geval is er nu 'Killer' van regisseur Darezjan Omirbajev uit Kazachstan.
Deze film sluit stilistisch zo nauw aan bij het oeuvre van Bresson, dat het vaak lijkt alsof we met een werk van de meester zelf van doen hebben. Vooral de vergelijking met Bressons laatste film 'L'argent' dringt zich op. Daarin gaf een jongeman per ongeluk een vals bankbiljet uit, hij werd betrapt en vanaf dat moment raakte zijn leven in een neerwaartse spiraal die hem alles deed verliezen.
Op dezelfde manier raakt de jonge chauffeur Marat in 'Killer' door een moment van onoplettendheid in een vrij onschuldig autongeluk betrokken. De financiële gevolgen hiervan zijn echter in de ingestorte economie van Kazachstan voldoende om iemand op de rand van de afgrond te brengen. Hij leent geld van een woekeraar, maar er volgen enkel tegenslagen. Na elke episode groeit zijn schuld tot er geen andere uitweg overblijft dan de misdaad.
Een verschil met de films van Bresson is dat de personages in zijn werk geheel onvoorspelbaar het slachtoffer zijn van een willekeurig noodlot, dat ze zowel ten gronde kan richten als verlossing kan schenken, terwijl in 'Killer' Marats ondergang direct verbonden is met het maatschappelijke en economische verval in Kazachstan. Het beeld dat Omirbajev van zijn land schetst is somber en fatalistisch.
Het mag een wonder heten dat hij er in is geslaagd onder die omstandigheden een film te produceren. De filmstudio's van Almaty, waar vroeger honderden films per jaar werden geproduceerd, zijn leeg en verlaten, maar een klein groepje regisseurs, waaronder Omirbajev, wist met buitenlandse steun de afgelopen jaren toch te blijven werken en inmiddels worden ze al de 'new wave' uit Kazachstan genoemd.
De stijl van Omirbajev wordt gekenmerkt door een rigoureuze soberheid, die misschien werd ingegeven door praktische beperkingen, die echter tegelijkertijd uitzonderlijk geschikt is voor het in beeld brengen van het koude en kale Kazachstan. De acteurs hebben weinig tekst en voeren hun handelingen schijnbaar emotieloos uit. Camerabewegingen zijn schaars, en elk dramatisch moment wordt buiten beeld gehouden. Wanneer schuldeisers Marats in zijn gezicht slaan horen we slechts een doffe klap, en zien de verbaasde reactie van Marats vrouw in de andere kamer. Op dezelfde wijze vermijdt Omirbajev het auto-ongeluk en de latere autodiefstal te tonen; alles wordt slechts gesuggereerd door de soundtrack. Ook dit is een les van Bresson, die zei dat het oog lui, en het oor creatief is, en die filmmakers aanspoorde zo veel mogelijk aan de verbeelding van het publiek over te laten.
Tegen het einde wordt dit intelligente gebruik van geluid meer dan een stijlkenmerk en neemt het een substantiële rol in Omirbajevs verhaal aan.
Als Marat, om de behandeling van zijn zieke zoontje te kunnen betalen, ten slotte toestemt om de moordenaar uit de titel te worden, en oog in oog met zijn slachtoffer staat, kijkt de camera opnieuw de andere kant op, naar verschrikt opvliegende vogels, en blijft het dus onduidelijk of de man daadwerkelijk wordt gedood.
In een interview vertelde Omirbajev dat het eerst zijn bedoeling was twee scènes op te nemen: één waarin Marat opzettelijk mist en één waarin hij de hem opgelegde taak uitvoert. Uiteindelijk besloot hij geen van beide opnames te gebruiken; ,,Het belangrijkste is niet óf hij hem doodt, maar dat hij door de omstandigheden wordt gedwongen te doden.'
Tot dit moment zou je 'Killer' kunnen bewonderen als een knappe, maar ongeëmotioneerde stijloefening, maar hier en in de laatste beelden, neemt de film een tragische dimensie aan. Het is de kroniek van een verloren land, en tegelijkertijd een meesterwerk van zeldzame schoonheid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.