Een internationaal samenwerkingsverband van overheidslaboratoria probeert een commercieel consortium te snel af te zijn bij het ontcijferen van het menselijk DNA. Door de gevonden codes zo snel mogelijk op internet te zetten -zoals onlangs de code van chromosoom 22- probeert het samenwerkingsverband patentering van eiwitten te voorkomen, want 'Het menselijk DNA is van iedereen!'
Het menselijk DNA omvat ruim 3 miljard tekens. Afgedrukt op papier levert dat een half miljoen velletjes A4 op, waarmee een boekenkast ter grootte van de wand van een forse huiskamer gevuld kan worden. De gevestigde wetenschappelijke theorie is dat deze bibliotheek een toevalsproduct is, vergelijkbaar met een stapel bijeengespoeld zand en rotsblokken ergens op de bodem van de oceaan. Deze opvatting biedt echter geen aanknopingspunten voor het claimen van algemene eigendomsrechten. Wie in een toevallige stapel stenen of moleculen een bepaalde orde weet te ontdekken, staat het vrij deze ontdekking te benutten en zo nodig te beschermen. Biotechnologen die de chemische formule van een menselijk eiwit als eerste ontcijferen en daar patent op aanvragen, staan bovendien in een lange traditie van ingenieurs die hun ontwerpen ontlenen aan de levende natuur. Een farmaceutisch product dat geproduceerd wordt op basis van een uit het DNA afgekeken formule, is niet wezenlijk anders dan bijvoorbeeld een geschubd schaatspak, dat is afgekeken van de haaien, of het koppelingsmechanisme van ruimtevaartuigen, waarvoor de geslachtsorganen van bromvliegen model hebben gestaan. Het standpunt dat het DNA een toevals product is, vereist intellectuele lenigheid: de ervaring van alledag is dat informatie, bijvoorbeeld op diskettes en in computers, zich nooit vanzelf ordent of uitbreidt, en dat er voortdurend gestreden moet worden tegen beschadiging van bestanden en programmatuur. In deze natuurwet ligt de bestaansgrond besloten van ieder die werkzaam is in de IT-industrie als consultant, programmeur, beheerder of service-verlener. In het zakenleven malen innovatieve bedrijven overigens niet om filosofische bespiegelingen over de vraag of het DNA al dan niet een toevals product is. Ze bestuderen het DNA om zijn unieke eigenschappen. Een aantal van hen onderzoekt de krachtige beveiligingsmechanismen in het DNA tegen mutaties, met name de tweevoudige complementaire vastlegging van informatie en de reparatie-mechanismen. Een ander bedrijf onderzoekt het tussen de genen gelegen DNA, dat waarschijnlijk beschrijft hoe de door de genen gespecificeerde eiwitten verwerkt moeten worden, en zal proberen ook daar delen van te patenteren. Weer andere bedrijven zijn bezig met het ontwikkelen van een nieuwe programmeertaal die het proces van gen-recombinatie en selectie simuleert (waardoor de sterke variatie in het uiterlijk van bijvoorbeeld honden en vinken ontstaat), als innovatie om snel te komen tot vormenrijkdom bij het maken van industriële ontwerpen. De waarde van schilderijen, boeken of computerprogramma's wordt bepaald door de uniciteit van de ordeningen van verf, letters of bytes. Aan de ordening is altijd de naam verbonden van een schilder, schrijver of programmeur. Zijn of haar auteursrechten worden beschermd en gerespecteerd. Een stapel toevallig bijeengespoeld zand en stenen heeft geen waarde en auteursrechten ontbreken. Het is openbaar bezit; van iedereen en van niemand. Hoe het afloopt met dergelijk openbaar bezit is te zien aan bushokjes en openbare toiletten. In dit licht bezien lijkt het een goede ontwikkeling dat commerciële bedrijven delen van het DNA patenteren, en daarmee stukjes DNA adopteren en waarde geven.
Het menselijk DNA omvat ruim 3 miljard tekens. Afgedrukt op papier levert dat een half miljoen velletjes A4 op, waarmee een boekenkast ter grootte van de wand van een forse huiskamer gevuld kan worden. De gevestigde wetenschappelijke theorie is dat deze bibliotheek een toevalsproduct is, vergelijkbaar met een stapel bijeengespoeld zand en rotsblokken ergens op de bodem van de oceaan. Deze opvatting biedt echter geen aanknopingspunten voor het claimen van algemene eigendomsrechten. Wie in een toevallige stapel stenen of moleculen een bepaalde orde weet te ontdekken, staat het vrij deze ontdekking te benutten en zo nodig te beschermen. Biotechnologen die de chemische formule van een menselijk eiwit als eerste ontcijferen en daar patent op aanvragen, staan bovendien in een lange traditie van ingenieurs die hun ontwerpen ontlenen aan de levende natuur. Een farmaceutisch product dat geproduceerd wordt op basis van een uit het DNA afgekeken formule, is niet wezenlijk anders dan bijvoorbeeld een geschubd schaatspak, dat is afgekeken van de haaien, of het koppelingsmechanisme van ruimtevaartuigen, waarvoor de geslachtsorganen van bromvliegen model hebben gestaan. Het standpunt dat het DNA een toevals product is, vereist intellectuele lenigheid: de ervaring van alledag is dat informatie, bijvoorbeeld op diskettes en in computers, zich nooit vanzelf ordent of uitbreidt, en dat er voortdurend gestreden moet worden tegen beschadiging van bestanden en programmatuur. In deze natuurwet ligt de bestaansgrond besloten van ieder die werkzaam is in de IT-industrie als consultant, programmeur, beheerder of service-verlener. In het zakenleven malen innovatieve bedrijven overigens niet om filosofische bespiegelingen over de vraag of het DNA al dan niet een toevals product is. Ze bestuderen het DNA om zijn unieke eigenschappen. Een aantal van hen onderzoekt de krachtige beveiligingsmechanismen in het DNA tegen mutaties, met name de tweevoudige complementaire vastlegging van informatie en de reparatie-mechanis
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.