Ergens in de loop van de evolutie zijn in de bovenkamer de ramen opengegaan. Hoe homo sapiens sapiens de chimpansee achter zich liet. Deel 3: Het grote naüpen.
Hij richt de stok ten hemel, begint met de lippen te smakken, en ziet in de ren zijn gereedschap niet meer: Sergej Boebka zeilt over 6.05 meter. De wanhopige moeder zal ook de stok niet hebben gezien en hem toch haar gehandicapte kind hebben toegestoken, toen het meisje met een sprong in een kanaal een einde trachtte te maken aan haar verdriet en dat van mensen om haar heen.
Dit gereedschap is universeel. Dieren halen er verbazingwekkende staaltjes mee uit, maar de vraag blijft hoe slim en doordacht hun kunsten zijn. Ethologen zagen ooit een kapucijneraapje een slang doodslaan met een stok. Heel uitgekiend lijkt de vistechniek van de spechtvink (Galapagos), die de beste en grootste naalden uit cactussen trekt om er insekten in boombast mee te vangen. Maar gezien het beetje hersenen in de vinkenkop zullen we hem er niet van verdenken dat hij weloverwogen zijn cocktailworstjes prikt.
Mogen we de dolfijn wel een pluim toekennen voor het volgende gereedschapgebruik: hij probeerde een murene uit zijn hol te lokken, slaagde niet, doodde een schorpioenvis om met diens naalden te kunnen porren. Ingenieus, maar nader bekeken zou zelfs dit hoogstandje wel eens veel van zijn glans kunnen verliezen..
Want om de status van ambachtsman te verwerven, zullen we de dolfijn moeten vragen: ,,Wat was je precies aan het doen?'' Het beest wordt geacht aan te tonen 'dat hij inziet hoe de dingen werken', vat Richard Byrne samen in 'The Thinking Ape'. Hij moet de eigenschappen van objecten begrijpen - hard/zacht/zwaar/groot -, moet weten of er iets aan te veranderen valt, wat ze doen in aanvaring met buurvoorwerpen, als je er druk op uitoefent, een mep op geeft of ze optilt. Welk dier slaagt voor zo'n oorzaak-en-gevolg-examen?
Om wat van zo'n examen te maken is het cruciaal dat je een voorstelling van objecten kunt opbouwen als blijvende dingen in ruimte en tijd. Object-permanentie heet dat. Laat een kind van 6 maanden een pop zien en leg er een handdoek overheen. Weg is de pop. Maar tussen de 8 en 12 maanden is het kind wijzer geworden en gaat op zoek naar wat er tóch nog moet wezen. Zo hebben jonge gorilla's het al na 7 maanden in de gaten als een banaan wordt verstopt, chimpansees pas na 1,5 jaar.
Zonder dat 'vasthouden' van de dingen in onze hersenen zouden we in een wondere wereld leven, waarin voorwerpen in het niet verdwijnen en dan weer langs komen vliegen. Die constantheid der dingen leren we al vroeg, getuige een proef in 'Origins of Intelligence' van Sue parker en Michael McKinney: een kind van nog geen half jaar ziet een ruitenwissser van rechts naar links zwiepen, in de standen op 30, 60, 90, 120, 150 en 180 graden. In stand 120 wordt vervolgens een doos geplaatst die de wisser blokkeert. Als door een visuele truc die wisser toch door de doos heen naar 180 graden zwiept, blijft het kind er langdurig naar turen. ,,Kan niet!'', zie je haar overwegen.
Hetzelfde reageerden kinderen die op een scherm een hand een pop zagen wegtrekken. Dat vonden ze niets bijzonders, maar het werd intrigerend toen hand en pop verdwenen zonder dat de hand de pop vasthield. Zo kun je chimpansees fascineren met het beeld van een banaan die op eigen houtje achter een hand aan vliegt. Hier lijken ze causale wanorde te herkennen. Vreemd genoeg onderkenden ze die wanorde niet nadat een film over chimpansees die een colobus-aap najoegen en verorberden, van achteren naar voren werd gedraaid. De uiteengereten colobus heelde wonderbaarlijk, trok zich uiteindelijk achterstevoren terug, maar die merkwaardige orde leek de chimpansees te ontgaan.
Er ontbreekt dus nog wel inzicht, maar chimpansees kunnen ons wel een spiegel voorhouden, waarin we onze intelligente omgang met een stok herkennen. Dat deed Sultan al in 1927, de beroemde chimp van Wolfgang Köhler. Het beest kon met de arm door het gaas net niet tot een stuk voedsel reiken, zijn beide stokken waren te kort. Sultan gaf het op, tot hij er plosteling achter leek te komen dat hij de stokken in elkaar kon schuiven. Er ging een Willy Wortel-siddering door hem heen, hij holde enthousiast naar het gaas: hebben!
Als dit geen bewijs is van inzicht, van intelligent gebruik van gereedschap. Maar Sultans troon wankelt de laatste tijd, nu men veronderstelt dat zulke menselijke kunstgrepen vaak bij toeval, tijdens het spelen, worden ontdekt. Misschien zat het ineen schuiven van de twee stokken allang in Sultans repertoire, schrijft Richard Byrne.
Denk niet dat wij altijd linea recta, vanuit het niets, naar een oplossing toe redeneren. Byrne liet mensen bij enkele lastige puzzels hardop denken: we bazelen vaak maar wat voordat we bij ,,Ach, zó natuurlijk'' uitkomen. Komt de oplossing dan maar aanwaaien? Ook dat is niet helemaal waar, stelde Byrne vast. Vlak voordat het Eureka klonk, bleken de proefpersonen de oplossing wel degelijk op het spoor te zijn, maar door hun enthousiasme waren ze hun laatste denkstappen onmiddellijk vergeten.
Bij Sultan ging er een lichtje branden, het drong langzaam tot hem door dat zijn hengel ook dienst kon doen in de nieuwe situatie. Dat maakt hem nog niet een vakman, die op basis van verleden situaties de nieuwe in een oogwenk inschat, veronderstelt Byrne. Er schuilt geen Kasparov in Sultan, omdat een chimpansee niet vanuit honderden bekende configuraties uit het verleden gelijkenissen vindt met een nieuwe puzzel.
Ethologen vermoeden dat je daar eerst veel voor moet spelen, als kind, én als aap. Dan blijkt bijvoorbeeld dat gorilla's, die in het wild meer met soortgenoten dan met voorwerpen spelen, in de dierentuin een certificaat van handigheid weten te verdienen. In gevangenschap putten ze bij gebrek aan speelgenootjes plezier uit het geknoei met een paar stokken. Ontluikt er dan iets?
Of hoeven we dieren toch niet zo dichtbij te dulden? Bij gebruik van gereedschap in het dierenrijk valt volgens Byrne op dat a) zo'n gewoonte vrijwel nooit wordt gedeeld met een nauw verwante soort. Chimpansees vissen anders naar termieten dan andere grote primaten. En b) dieren gebruiken één gereedschapstype voor één specifiek doel. En c) alle individuen doen dat ook op dezelfde manier.
Hun repertoire is mager. ,,Wat is jouw truc?'', kan de spechtvink van de Galapagos - die van de cactusnaalden - aan de Egyptische aasgier vragen. Die gier gooit struisvogeleieren vanuit de lucht met een steen kapot. Geen andere vink van de Galapagos of andere giersoort verstaat hun kunstje. Het enige waar beesten met enige trots op kunnen wijzen is de werkplaats van otters. Otters hameren met stenen kieuwslakken en krabben stuk. Voor slak of krab gebruiken ze verschillende typen stenen. Maar die variatie zul je niet in één otter zien, ze kiezen allemaal voor óf de slak óf de krab, afhankelijk van het nest waar ze uit komen.
Van aap tot otter, ze krijgen Van Byrne het predikaat van halfbakken ambachtsman opgespeld. Spechtvink, aasgier en otter beschikken slechts over de genetische bagage voor één eenzijdig kunstje, wat ze zich zonder enig inzicht maar met vallen en opstaan eigen maken. Dat blijkt zelfs op te gaan voor de kapucijneraap, voor wie een stok echt een verlengstuk van het lijf is; soms is het een hark, andere keren een drinkbeker of een wapen om andere apen of zelfs slangen mee af te ranselen.
In prachtige experimenten toonden de kapucijnerapen zich meester in het verschalken van pinda's uit een transparante plasticbuis, door steeds de geschikte stok te zoeken. Maar als de stokken wat incouranter waren of op een bundeltje werden gebonden, zaten de apen met de handen in het haar. Als een razende Roeland, volkomen onberedeneerd, zochten ze naar een oplossing. De enkele keer dat een aapje toch nog slaagde, stonden er slechts vraagtekens in zijn ogen.
Blijft homo sapiens sapiens in zijn eentje over als vakman? Chimpansees hanteren een breed assortiment 'mierenzoekers', van allerlei twijgen en sprieten die ze gebruiken al naar gelang ze in een boomstam of hoop gaan porren. Andere chimpansees presenteren een specifieke stok om bijen te verjagen als ze trek in honing hebben, of om merg uit botten te peuren.
Wat te denken van chimpansees die bananenbladeren als paraplu gebruiken? Of zo lang op twijgen met bladeren kauwen dat er een spons overblijft waarmee ze water opzuigen. Wat te denken van de beroemde observatie van een oude chimpanseevrouw die een hamer met aambeeld gebruikte om een noot te kraken en er een steen als wig onderschoof om haar aambeeld te stutten? Dat chimpansees deze gereedschappen dikwijls in het vooruit maken en soms over afstanden meeslepen, lijkt er in elk geval op te wijzen 'dat ze plannen hebben'.
Maar dat 'Wat te denken van?'' blijft een onmogelijke vraag, schrijven zowel Byrne als Parker. Waarom vissen chimpansees in het ene gebied in Tanzania bijvoorbeeld wel naar mieren en in een ander niet? Dat doet vermoeden dat er ooit één chimpansee per ongeluk een stok in een mierenhoop stak en dat toen ter plekke het grote naüpen is begonnen, een proces van wellicht honderden jaren. Zo geweldig zijn apen er niet in. Neem orang oetan Abang: de stuntel moest na zeven demonstraties nog talloze uren oefenen voor hij eindelijk een kei door de midden kon slaan om er een stuk touw mee door te snijden. Echt overtuigend is het niet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.